|
Van alle “eclatante successen” op de
Eurotop in Nice, eind 2000, was de ondertekening van het grondrechtenhandvest
misschien wel het meest feestelijk. Als pauze tijdens hun bloedige gevecht rond
de stemverdeling en de toekomst van de Unie namen de regeringsleiders van Europa
even tijd om te tekenen voor een ‘Handvest van de grondrechten van de Europese
Unie.’ Buiten werden de gestaalde kaders van de Europese vakbeweging met
traangas op afstand gehouden. Binnen krasten de pennen.
Het Nederlandse parlement was niet op voorhand
enthousiast. Gevreesd werd voor een moeizame verhouding met andere verdragen en
voor onduidelijke doorwerking binnen de eigen nationale rechtsorde van zo’n
handvest. De kritiek werd echter gesust met de mededeling dat het slechts gaat
om een politiek statement zonder juridische bindendheid. Minister van Aartsen
schreef de Kamer: “Immers, aan een politieke verklaring kan een EU-burger geen
afdwingbare rechten ontlenen.”[1]
De lezer van Mediaforum vraagt zich maar
één ding af. Wat betekent dit Handvest voor het eigen vakgebied? Privacy,
communicatiegeheim en vrijheid van meningsuiting zijn beschermd in de Grondwet
en door internationale verdragen. Vraag is nu vooral wat de verhouding zal zijn
tussen de teksten van het Handvest en die van andere bronnen als het EVRM. Het
Handvest bevat daarover een expliciete bepaling, artikel 52 lid 3, die hierop
neer komt dat het Handvest onder geen beding afbreuk doet aan de bescherming die
wordt geboden door het EVRM.
Het grondrechtenhandvest beschermt de privacy
in twee artikelen. De relationele privacy en het communicatiegeheim vinden we in
artikel 7: ‘Everyone has the right to respect for his or her private and
family life, home and communications.’ Dit artikel vertoont sterke
gelijkenis met artikel 8 EVRM, met dien verstande dat het woord “correspondentie”
is vervangen door “communicatie.” Dit is bewust gebeurd met het oog op de
ontwikkelingen in de technologie. Toch zijn, blijkens de toelichting, het
object, de reikwijdte en het beperkingsregime gelijk aan dat van artikel 8 EVRM.[2]
Onduidelijk is waar bij een recht op respect voor communicatie het onderscheid
met openbare communicatie ligt.
Een apart artikel beschermt de informationele
privacy: Artikel 8 Handvest: 1. Everyone has the right to the protection of
personal data concerning him or her. 2. Such data must be processed fairly for
specified purposes and on the basis of the consent of the person concerned or
some other legitimate basis laid down by law. Everyone has the right of access
to data which has been collected concerning him or her, and the right to have it
rectified. 3. Compliance to these rules shall be subject to control by an
independent authority.’ Dit artikel is blijkens de toelichting gebaseerd
op de privacyrichtlijn en op artikel 8 EVRM. Interessant is het derde lid waarin
een onafhankelijke toezichthouder geëist wordt. Nu het Handvest juist ook
bedoeld is als bescherming tegen schendingen door EU-organen zelf, mag dit
worden uitgelegd als een aanzet tot een Europese Registratiekamer.
De vrijheid van meningsuiting is in het
Handvest als volgt geformuleerd: 1. Everyone has the right to freedom of
expression. This right shall include freedom to hold opinions and to receive and
impart information and ideas without interference by public authority and
regardless of frontiers. 2. The freedom and pluralism of the media shall be
respected.’
Wederom meldt de toelichting dat eventuele
beperkingen op dit recht die van artikel 10 lid 2 EVRM niet mogen overschrijden.
In de toelichting staat wel aangegeven dat de Unie zich het recht voorbehoudt om
de vergunningstelsels die artikel 10 EVRM mogelijk maakt, te toetsen aan het
Europese mededingingsrecht. Vooralsnog is onduidelijk of in het tweede lid een
positieve verplichting kan worden gelezen om de pluraliteit te bevorderen.[3]
Biedt het Handvest nu een verbetering voor de
bescherming van de communicatiegrondrechten? Het feit dat binnen het algemene
privacyartikel nu is gekozen voor “communicatie” lijkt een duidelijke
bevestiging van de theorie dat het communicatiegeheim geldt ongeacht het
gebruikte communicatiemiddel. Het had ook veel mooier kunnen zijn. Het Handvest
bevat verder geen bepalingen die specifiek met het oog op de
informatiesamenleving zijn geschreven. Geen recht op het gebruik van encryptie,
geen recht op anoniem communiceren.[4]
Zo bezien is het Handvest wellicht teleurstellend. Het artikel dat specifiek
persoonsgegevens beschermt, kan misschien gezien worden als een reactie op
privacybedreigingen in de informatiesamenleving.
Welk belang hebben deze punten nu in de
praktijk voor de bescherming van de communicatiegrondrechten? Het is immers
slechts een politieke verklaring? Een zekere invloed valt toch te verwachten.
Ten eerste zal het Handvest gebruikt gaan worden als inspiratiebron door
rechters. Ten tweede ligt het voor de hand dat er in de toekomst wél gekozen
wordt voor een juridisch bindend verdrag, en de kans dat dan opnieuw over de
inhoud onderhandeld wordt, lijkt klein.[5]
Het is te hopen dat dan ook een uitgebreidere toelichting wordt gegeven. Per
saldo is het uiteindelijk een positieve ontwikkeling dat de Unie een voorzichtig
begin maakt met een eigen Bill of Rights.
Overigens ben ik van mening dat de EU moet
toetreden tot het EVRM.
|