|
De
domeinnamen www.amsterdam.com en www.whitehouse.com leiden
allebei naar pornografie. Dit kan ondanks de capriolen van
Clinton en de internationale bekendheid van de Wallen als
misleidend worden ervaren. Zo kán het ertoe leiden dat
onschuldige en nietsvermoedende minderjarigen naar sites
met onzedelijk materiaal worden gelokt. Om dit te
voorkomen, introduceerde de republikeinse senator Mike
Pence onlangs een bepaling die een ieder die met
onschuldig klinkende domeinnamen minderjarigen met “material
harmful to minors” dreigt te confronteren, een straf
in het vooruitzicht stelt van twee tot vier jaar. Dit
onderdeel van de Child Abduction Prevention Act
(antikinderkidnappingwet) werd met overweldigende
meerderheid aangenomen. Maar ook het onder valse
voorwendselen lokken van volwassenen naar obscene
informatie is strafbaar. [1]
Nergens
wordt duidelijk wanneer een domeinnaam zo misleidend is
dat er sprake is van strafbaarheid. Als de aanbieder de
woorden sex of porn in de domeinnaam
opneemt, gaat hij in ieder geval vrijuit. Wie
younggirls.com intikt komt precies dat tegen, zij het dat
de dames meerderjarig zijn en schaars gekleed. Dit is
Pence een doorn in het oog, maar is er ook sprake van
misleiding? Gevolg van de wet zal zijn dat iedere
aanbieder van indecent materiaal gedwongen wordt het woord
“sex” of “porn” in zijn domeinnaam op te nemen om
het risico van vervolging uit te sluiten.
Het
onderscheid tussen indecente en obscene informatie komt in
Europese ogen enigszins gekunsteld over. Het is echter in
het Amerikaanse recht belangrijk, aangezien obscene
informatie (c.q. 'harde porno') van bescherming door het
First Amendment is uitgesloten, terwijl indecente
(softere) informatie wel degelijk door de vrijheid van
meningsuiting beschermd wordt. [2]
Een complicatie is ook dat niet eenduidig vaststaat,
wanneer het informatieaanbod als schadelijk voor
minderjarigen kan worden aangemerkt. Hierover verschillen
de meningen ook tussen de Amerikaanse staten onderling.
Het systeem van verschillende community values komt
door Internet onder druk te staan. [3]
Hoewel
indecente informatie door de uitingsvrijheid wordt
beschermd, mogen maatregelen genomen worden om
minderjarigen te beschermen tegen de schadelijke invloed
van dergelijke informatie. Dit mag er echter niet toe
leiden dat de ontvangstvrijheid van volwassenen wordt
beperkt. In de befaamde Reno v. ACLU uitspraak van
het Amerikaanse Supreme Court werd een eerdere poging het
net te kuisen ongrondwettig verklaard. [4]
Ook toen was het – in de Communications Decency Act
(CDA) - te doen om de bescherming van minderjarigen.
Aanbieders van indecente informatie waren aansprakelijk
voor eventuele toegang tot die informatie van
minderjarigen. Daardoor werden ze feitelijk gedwongen de
indecente informatie ook aan volwassenen te onthouden,
hetgeen een chilling effect op de
uitingsvrijheid betekent.
Het
Amerikaanse parlement kwam onmiddellijk met een
alternatief, de Child Online Protection Act (COPA), ook
wel CDA II genoemd. Hierin was geprobeerd aan de bezwaren
tegen CDA I tegemoet te komen. Het gebruik van
zoneringstechniek werd voorgeschreven om kinderen buiten
de gevarenzone van de indecency te houden. COPA had
echter, net zoals CDA, het neveneffect dat ook aan
volwassenen de toegang tot weliswaar indecente, maar
beschermde informatie werd onthouden. Het Supreme Court
liet daarom het oordeel van de lagere rechter dat COPA
ongrondwettig was in stand. [5]
In beide
CDA zaken is veel gesproken over filtering als alternatief
voor censuur. Filtering heeft het voordeel van de
zelfregulering boven overheidscensuur en kan door de
consument zelf worden ingeschakeld. Toch zijn er ook
serieuze bezwaren. Een door de overheid opgelegde
verplichting te filteren, kan gezien worden als een vorm
van opgelegde zelfcensuur. Bovendien werkt filtering per
definitie nogal grof. Het woord doet vermoeden dat alleen
ongewenste informatie wordt uitgefilterd, maar in
werkelijkheid worden de websites waarop ongewenste
informatie kan worden aangetroffen, geheel geblokkeerd. De
zuiveringsprogramma's van het web werken ook vaak met
zwarte lijsten waarop verboden sites prijken. Om allerlei
redenen houden de makers van de programmatuur die zwarte
lijsten liever geheim. Het feit dat daardoor ongestraft
ook de webadressen van concurrenten of criticasters van de
software kunnen worden uitgesloten, is mooi meegenomen.
Wie denkt
dat alleen puriteinse Amerikanen dit soort maatregelen
treffen, heeft het mis. Ook in Nederland gaan al jarenlang
stemmen op om het zedelijk niveau van het net wat te
verbeteren. Opvallend genoeg zijn vormen van geschoond
Internet zoals bijvoorbeeld EOnet nooit een doorslaand
succes geworden. In Duitsland waar men geweld voor
kinderen gevaarlijker acht dan porno – en zeker na het
schoolschietincident bij Erfurt - wordt een zwarte lijst
van computerspellen bijgehouden. Webtijdschrift Netkwesties
trok de adequate vergelijking met de Rooms-Katholieke
Index, de lijst van verboden boeken. [6]
Om te voorkomen dat de verboden waar voor jongeren extra
aantrekkelijk wordt, overweegt het ministerie van
gezinszaken de inhoud van de lijst geheim te houden. Dit
zorgt er echter ook voor dat volwassenen een verbod niet
meer kunnen aanvechten bij de rechter en zorgt voor een
aardige parallel met de filtersoftware.
Bovenstaande
initiatieven kunnen interessante rechtspraak opleveren. De
Europese norm van artikel 10 EVRM is nog niet toegepast op
een vergelijkbare Internetcasus. Als dat gebeurt zal het
EHRM moeten aangeven hoeveel ruimte een lidstaat als
Duitsland heeft om met dergelijke zwarte lijsten te
werken. [7] De Pence
bill zou het wel eens kunnen schoppen tot het Amerikaanse
Supreme Court. De vage en verstrekkende strafbaarstelling
kan dan problemen opleveren. Beperkingen op de
uitingsvrijheid moeten precies zijn toegesneden - narrowly
tailored –op een belangrijk sociaal doel – pressing
social need. Zedelijkheidsmaatregelen met betrekking
tot de omroep worden weliswaar minder kritisch beoordeeld,
inmiddels is uitgemaakt dat het Internet eerder langs de
strenge meetlat van de persvrijheid moet worden
beoordeeld.
De
effecten van de Pence wet zullen zich overigens ook in
zekere zin uitstrekken tot Nederland. Het geldingsbereik
is zo gekozen dat ook .be of .nl onder de bepaling vallen.
De makers van www.zeventien.nl dienen zich zorgen te
maken...
[1]
Pence Bill amendement bij CAPA, An Act to prevent child
abduction and the sexual exploitation of children, and for
other purposes, S. 151.
[2] Vgl. A.J.
Nieuwenhuis, Over de grens van de uitingsvrijheid,
Nijmegen: Ars Aeequi Libri 1997, H. 5.
[3] Vgl. L.F.
Asscher, Communicatiegrondrechten, Amsterdam: Otto
Cramwinckel 2002, p. 195.
[4] US Supreme
Court, 26 juni 1997 (Reno v ACLU), 96-511.
[5] US Supreme Court
13 mei 2002 ( Ashcroft v ACLU ), 00-1293.
[6] Netkwesties.nl,
editie 58, april 2003.
[7] Vgl over
grensoverschrijdende censuur E.J. Dommering,
'Grensoverschrijdende censuur: het EHRM en oude en nieuwe
media', Censures/Censuur, Larcier België, 16 mei
2003 |