| 1. Twee uitspraken over
het ouderwets aandoende Radikal – de krant voor
radikaal autonoom links - en de moderne vraag naar
aansprakelijkheid voor terroristische informatie en
links op het internet. Het anarchistische tijdschrift
Radikal heeft een website waarop onder andere een
artikel te vinden is met uitleg hoe de Duitse spoorwegen
gesaboteerd kunnen worden. Het tijdschrift wordt in
Nederland gehost door XS4ALL. Deze
provider-met-een-missie begint zo langzamerhand op
kwelgeest Scientology te lijken in het veroorzaken van
stapels belangwekkende internetjurisprudentie. Deutsche
Bahn, de Duitse NS, is niet gecharmeerd van de sabotage
handleiding en sommeert XS4ALL de bewuste artikelen
ontoegankelijk te maken. Sterker nog, DB sommeert XS4ALL
tevens de namen en adressen van de gebruikers van die
sites bekend te maken.
2. De Amsterdamse
voorzieningenrechter overweegt dat de informatie in de
artikelen van Radikal onrechtmatig is jegens Deutsche
Bahn. Dit is zowel het geval naar Duits als naar
Nederlands recht, nu 'als vanzelfsprekend kan worden
aangenomen' dat gevaarlijke situaties op het spoor
kunnen ontstaan als gevolg van sabotage met behulp van
de litigieuze informatie.
3. De rechter wijst toe
dat de bewuste artikelen ontoegankelijk gemaakt moeten
worden. De internetprovider moet ook de namen van de
houders van de betreffende webadressen vrijgeven. 'Een
bevel tot afgifte van de namen en adressen van alle
gebruikers van de websites, waaronder ook zijn begrepen
de bezoekers van de websites, strekt te ver aangezien
het raadplegen van die websites op zichzelf geen
onrechtmatig handelen oplevert.' Er is nog maar weinig
Nederlandse jurisprudentie over verplichte afgifte van
NAW gegevens door providers in verband met beweerdelijk
onrechtmatige informatie. Op dit punt bestaat wel een
uitgebreide Amerikaanse jurisprudentie die heeft geleid
tot een eigen positie in het geding van de betrokken
anonymus, de zogenaamde John Doe. Zie overigens
over de verhouding van een verzoek tot afgifte met de
WBP de eveneens in dit nummer opgenomen uitspraak Teleatlas
(m.
nt. Steenbruggen).
4. Heeft de Amsterdamse
voorzieningenrechter in zijn vonnis voldoende gewicht
toegekend aan het recht op vrijheid van meningsuiting?
Weliswaar gaat het om een onrechtmatige daadsactie
tussen twee particuliere bedrijven, dat neemt niet weg
dat het belang van de uitingsvrijheid bij de bepaling
van de onrechtmatigheid dient te worden meegewogen bij
het beantwoorden van de vraag of een zorgvuldigheidsnorm
is overtreden.
5. In de in de
uitspraak aangehaalde Scientology uitspraak uit 1999
wordt gesteld: “Van de Service Provider mag een zekere
mate van zorg worden verwacht ten aanzien van het
voorkomen van verdere inbreuk. Mede gelet op de
omstandigheid dat de Service Providers bedrijfsmatig
handelen, de mogelijkheid die hun ten dienste staat de
toegang tot de home page af te sluiten en de schade die
van verdere inbreuken het gevolg zou kunnen zijn, moet
worden geoordeeld dat de Service Provider die ervan in
kennis wordt gesteld dat een gebruiker van zijn diensten
op diens home page auteursrechtinbreuk pleegt of
anderszins onrechtmatig handelt, terwijl aan de
juistheid van die kennisgeving in redelijkheid niet valt
te twijfelen, zelf onrechtmatig handelt indien hij
alsdan niet ingrijpt. Van de Service Provider mag dan
worden verwacht dat hij de inbreukmakende documenten uit
zijn computersysteem verwijdert en tevens dat hij aan de
rechthebbende op diens verzoek de naam en het adres van
de desbetreffende gebruiker bekend maakt.”
6. Viel aan de
juistheid van de kennisgeving redelijkerwijs niet te
twijfelen? Me dunkt dat het argument door XS4all te
berde gebracht, dat de informatie al sinds 1996
beschikbaar was via die site steek houdt. De vraag of de
gevraagde voorziening nog wel noodzakelijk is dringt
zich daarmee op en die is niet beantwoord doordat
Deutsche Bahn aangeeft pas sinds kort op de hoogte te
zijn van de toegankelijkheid van de informatie. Mijns
inziens viel er redelijkerwijs best te twijfelen aan de
onrechtmatigheid, hetgeen niet wegneemt dat voor de
beslissing van de rechter wel enig begrip valt op te
brengen. Een minder sterk argument van de advocaat van
de provider was te verwijzen naar de veel gevaarlijker
informatie die ook op internet beschikbaar is zoals het
handboek van Al Quaeda. De rechter maakt hiermee korte
metten: 'Dat er op het internet informatie beschikbaar
is die wellicht gevaarlijker en/of schadelijker is dan
deze, kan niet daaraan het onrechtmatig karakter
ontnemen. De gewraakte teksten brengen een reële
dreiging mee dat die schade als gevolg daarvan ook
werkelijk zal ontstaan.'
7. De uitspraak van 16
april riep in de Internetwereld heftige reacties op. Op
de site van Indymedia, een onafhankelijke nieuwspagina,
werd in reacties aangegeven waar de gewraakte informatie
alsnog toegankelijk bleef. Strekking van de reacties was
dat de artikelen nog op talloze plaatsen, en met de
gewone zoekmachines vindbaar zijn. Vervolgens eiste
Deutsche Bahn - not amused - dat Indymedia die
links van haar site zou verwijderen. Op 20 juni 2002
kreeg Deutsche Bahn opnieuw gelijk van de Amsterdamse
rechter. Vraag is nu wat de gevolgen van deze uitspraak
zijn voor bijvoorbeeld zoekmachines als http://www.google.com
en http://www.yahoo.com
waar met het intikken van 'KLEINER LEITFADEN ZUR
BEHINDERUNG VON BAHNTRANSPORTEN ALLER ART
'ogenblikkelijk toegang tot de onrechtmatige informatie
wordt verschaft. Naar verluidt bereidt Deutsche Bahn
daadwerkelijk een rechtsgang tegen dergelijke
zoekmachines voor ( Deutsche Bahn to sue Google, Infoworld
26 april 2002).
8. Terecht heeft
Indymedia in rechte opgemerkt dat er grote verschillen
zijn met de zaak tegen XS4ALL. De informatie werd niet
door Indymedia zelf aangeboden. Er was slechts sprake
van een verwijzing naar een (indirecte) nieuwsbron. Dat
gebeurde niet door inline of frame linking waarbij de
informatie als het ware op de Indymedia site
geprojecteerd zou zijn. Het gaat om klassieke surface
links, waarmee de surfer als het ware via de hoofdingang
een website binnenkomt.
9. De rechter geeft aan
waarom de link onrechtmatig is: 'De vraag welke vorm van
hyperlinken wordt gebruikt is in dit verband niet van
belang. Doorslaggevend is dat Indymedia het technisch
mogelijk maakt de informatie te bereiken. Of dat nu
indirect of direct geschiedt is niet van belang.' Wat
betekent eigenlijk 'technisch mogelijk maken'? De lezer
van Computerrecht die http://www.cyberpass.net/radikal/154/94.html
overtypt in zijn adresbalk komt ook bij de beruchte
handleiding, zonder dat sprake is van een link. En wie
deze noot leest op de site van computerrecht wordt
rechtstreeks naar de onrechtmatige informatie geleid.De
rechter voegt toe: 'In dit verband geldt dit te meer nu
de begeleidende teksten bij de hyperlinks de lezer ook
uitdrukkelijk oproepen naar de onrechtmatige artikelen
te gaan en hen daarbij de benodigde instructies geven.'
Wat zit er achter deze redenering? Moet er opzet zijn
dat lezers de link volgen of is het aangeven van de
mogelijkheid al voldoende?
10. De rechter gaat
geheel voorbij aan het bijzondere karakter van links en
de betekenis van links voor het internet. De link kan
immers een zelfstandige rol spelen in het openbare
debat, zeker indien het gaat om de link als
illustratieve verwijzing. Mijns inziens had de rechter
eerst moeten nagaan of de link noodzakelijk is ter
illustratie van een debat van openbaar belang en om die
reden bescherming geniet van de vrijheid van
meningsuiting. Is dat niet het geval, dan komt de vraag
aan de orde in hoeverre de informatie waarnaar de link
verwijst wordt beschermd door de vrijheid van
meningsuiting.
11. De rechter ziet
geen verband met de richtlijn
Elektronische Handel omdat dat volgens hem een
geheel ander maatschappelijk onderwerp, te weten
ecommerce, betreft. Het betreft hier echter wel degelijk
een dienst van de informatiemaatschappij waarop de
richtlijn van toepassing is (vgl. artikel 1 lid 2 van de
Richtlijn Elektronische Handel, PbEG 2000 L
178/1). De aansprakelijkheidsuitsluitingsgronden uit de
artikelen 12 tot en met 14 van de richtlijn zijn echter
niet van toepassing.
12. De rechter
beschouwt Indymedia als aansprakelijk voor de met haar
bemiddeling geplaatste informatie. Nu zij weet dat links
op haar site leiden tot onrechtmatige informatie is het
niet verwijderen van die links onrechtmatig jegens
Deutsche Bahn. De aansprakelijkheid van Indymedia komt
niet voort uit het overtreden van een wettelijke norm of
het schenden van een subjectief recht van DB, maar volgt
uit de zorgvuldigheidsnorm in 6:162 BW. Bij de vraag of
onzorgvuldig is gehandeld wegen verschillende factoren
mee als 1. de bezwaarlijkheid in termen van kosten en
moeite die het verbod met zich meebrengt, 2. de omvang
van de (te verwachten) schade voor de gelaedeerde (3) de
technische haalbaarheid van het blokkeren van toegang en
(4) de vraag of door de maatregel ook toegang tot
andere, niet onrechtmatige informatie geblokkeerd wordt
(zie K.J. Koelman, 'Wat
niet weet, wat niet deert: civielrechtelijke
aansprakelijkheid van de provider', Mediaforum 1998-7/8,
p. 204-213). Dit betekent dat het feit dat met het
gevraagde 'linkverbod' ook de toegang tot de hoofdpagina
van (het niet onrechtmatige) Radikal geblokkeerd zou
worden wel degelijk relevant is als beperking van de
vrijheid van meningsuiting. Van een afweging van deze
factoren heeft de rechter in casu te weinig blijk
gegeven.
13. De rechter stelt
tevens: 'Aangezien Indymedia weet dat enkele op haar
website geplaatste hyperlinks leiden tot de
onrechtmatige artikelen handelt zij onrechtmatig.' Die
redenering lijkt mij te kort door de bocht. Immers,
zelfs de discussie over de vraag of de rechter in
de Deutsche Bahn vs XS4all zaak terecht heeft
geconcludeerd tot onrechtmatigheid van de informatie is
daarmee onrechtmatig geworden. Door de aard van het
internet, dat nu eenmaal van links aan elkaar hangt,
groeit dan een uitspraak over de rechtmatigheid van
informatie op een bepaalde plaats uit tot een inktvlek
van censuur die het hele net kan bedreigen. (zie over de
verhouding tussen uitingsvrijheid en aansprakelijkheid
van intermediairs ook M.H.M. Schellekens, Aansprakelijkheid
van Internetaanbieders, Den Haag: Sdu, 2001, p.
62-64).
14. Opvallend is dat de
rechter Indymedia niet alleen gelijk stelt aan een ISP
maar ook de vergelijking trekt met de gewone krant. 'Nu
Indymedia via haar website gebruikers in staat stelt om
informatie op internet te plaatsen, is zij evenals een
Internet Service Provider, maar ook evengoed als
bijvoorbeeld (de redactie van) een dagblad, in beginsel
aansprakelijk voor de met haar bemiddeling geplaatste
publicaties, zij het met de geëigende beperkingen.' Het
is de vraag of de rechter de aard van de bemiddeling bij
een krantenredactie hier niet te gemakkelijk op een lijn
stelt met de beperkte bemiddeling door Indymedia. |