Privacy
Dossier Grondrechten in de Informatiesamenleving.

De bescherming van grondrechten in de informatiemaatschappij vormt een belangrijk onderzoeksobject van het Instituut voor Informatierecht. Op deze pagina is een aantal links opgenomen naar publicaties van IViR-medewerkers op dit gebied, alsmede een aantal links naar andere relevante pagina's.


A.W. Hins, Het ijzeren geheugen van internet, Ars Aequi, 2008-07/08, p. 558-564.

15.09.2008


E.J. Dommering, Annotatie bij EHRM 17 juli 2003 (Perry / Verenigd Koninkrijk), NJ, 2006-40, p. 350-357.

Schending van artikel 8 EVRM in verband met een zogenaamde Oslo-confrontatie (identificatie van een verdachte door getuigen temidden van op hem of haar gelijkende personen) door middel van videobeelden zonder toestemming van de verdachte en zonder processuale waarborgen.

03.02.2006


E.J. Dommering, Annotatie bij EHRM 16 november 2004 (Moreno Gomez / Spanje), NJ, 2005-344, p. 3107-3113.

De klaagster ondervindt sinds lange tijd geluidsoverlast. Nu deze geluidsoverlast het gevolg is van falend beleid van de gemeenteraad van Valencia, heeft de Spaanse overheid niet voldaan aan de uit artikel 8 EVRM voortvloeiende positieve verplichting om het privacyrecht van klaagster te beschermen. Evaluatie van de Hatton jurisprudentie van het Hof.

29.09.2005


A.H. Ekker, Annotatie bij Hof Amsterdam 24 juni 2004 (Pessers/Lycos II), JAVI, 2004-5.

14.10.2004


A.H. Ekker, ‘Nog even en de politie kijkt voortdurend mee: Verplichte registratie van alle telefonie- en internetgegevens creëert spionagenetwerk van ongeëvenaarde omvang’, Het Parool, 3 juli 2004.

06.07.2004


L.F. Asscher & E.J. Koops, 'Een Muisstille Revolutie in het Strafrecht', Het Financieele Dagblad, 1 april 2004, p. 10.

In deze opiniebijdrage wordt betoogd dat de recente wetsvoorstellen inzake strafvorderlijke gegevensvergaring buitengewoon vergaand zijn en aanleiding zouden moeten geven tot veel meer debat dan tot dusverre het geval is.

07.04.2004


L.F. Asscher, Een vlucht passagiersgegevens. Over privacy als slachtoffer van de strijd tegen het terrorisme, Privacy & Informatie, 2004-2, p. 52-55.

In dit artikel wordt een beknopt overzicht gegeven van de eisen die de Amerikanen stellen met betrekking tot de overdracht van passagiersgegevensen en de rol die de Europese Commissie daarbij gespeeld heeft. Daarbij ligt de nadruk op het "joint statement" van 18 februari 2003 en de afspraken van december 2003. Vervolgens wordt de toelaatbaarheid van de verschillende varianten van gegevensverstrekking beoordeeld in het licht van de relevante wetgeving, met name de privacyrichtlijn. Ook het omstreden CAPPS II systeem komt aan bod. Een en ander mondt uit in een eindoordeel over de toelaatbaarheid van de thans voorliggende voorstellen en de rol die de Commissie daarbij heeft gespeeld.

07.04.2004


E.J. Dommering, ‘Privacy en het openbaar debat na de Oudkerk-Van Royen affaire’, Netkwesties, 2004-80, 29 januari 2004.

04.02.2004


A.H. Ekker, Annotatie bij Vzr. Rb. Haarlem 11 september 2003 (zaak Pessers / Lycos),  Computerrecht 2003-6, p.363-367

08.01.2004

E.J. Dommering, Noot bij P.G. en J.H./ VK (EHRM 25 september 2001), NJ 2003, afl. 48, nr. 670.

04.12.2003


A.H. Ekker, ‘Absolute anonimiteit niet haalbaar’, Netkwesties, 2003-68

08.09.2003


A.H. Ekker en O.L. van Daalen, De provider als speurhond van de muziekindustrie. Kan hij gedwongen worden tot afgifte van identificerende informatie?’, JAVI, 2003-4, p. 129-134

08.09.2003


L.F. Asscher en A.H. Ekker, ‘Anonimiteitswet is hard nodig’, De Volkskrant, 26 augustus 2003

Het feit dat de afperser van Campina een anonymizer gebruikte mag er niet toe leiden dat anonimiteit per definitie als schadelijk wordt gezien. Een wettelijke regeling zou moeten voorzien in een afwegingskader van enerzijds opsporing en aansprakelijkheid en anderzijds privacy en uitingsvrijheid.

02.09.2003


A.H. Ekker, ‘Koninklijke veiligheidsdienst (werkt ook voor Nederland)’, Mediaforum 2003-4, p. 117.

15.04.2003


W.A.M. Steenbruggen, Dodo of feniks: het communicatiegeheim in het digitale tijdperk?’, Mediaforum 2003-4, p. 118-128.

Hoe moet het grondrecht op brief-, telefoon- en telegraafgeheim er in het digitale tijdperk uitzien? Hierover wordt al sinds 1997 gediscussieerd. Tot op heden zonder resultaat: men kan het maar niet eens worden over de inhoud en reikwijdte van het nieuwe artikel 13 Grondwet. Twee benaderingen van het grondrecht staan daarbij schijnbaar lijnrecht tegenover elkaar. Zijn beide benaderingen echter wel zo onverzoenlijk? Is er geen concept denkbaar waarin beide benaderingen samenkomen? Dit artikel beoogt deze vragen te beantwoorden.

15.04.2003


L.F. Asscher, ‘Code verdringt democratie’, Netkwesties 2003-1.

De vijand van de vrijheid is niet (alleen) de regulering van techniek maar de substitutie van regulering dóór techniek.

28.01.2003


A.H. Ekker, Annotatie bij Hof Amsterdam 7 november 2002 (XS4all/Deutsche Bahn), Mediaforum 2003/1, p. 40-41.

06.01.2003


W.A.M. Steenbruggen, I know what you did last summer! Over grenzeloze en ongegeneerde verwerking van verkeersgegevens in de informatiemaatschappij’, JAVI 2002-3, p. 89-97.

Onder het mom van terrorismebestrijding worden sinds 11 september 2001 vergaande voorstellen gedaan om een bewaarplicht voor verkeersgegevens in het leven te roepen. Dit artikel onderzoekt hoe een structurele bewaarplicht voor verkeersgegevens zich tot de grondrechten op communicatiegeheim en privacy verhoudt.

06.01.2003


L.F. Asscher, ‘De glazen burger’, Netkwesties 2002-49.

28.11.2002


J.J.C. Kabel, Annotatie bij Hof Amsterdam 18 juni 2002 (AbFab/XS4ALL), Computerrecht 2002-5, p. 299-307.

12.11.2002


A.H. Ekker, ‘Anonimiteit en uitingsvrijheid op het Internet; het onthullen van identificerende gegevens door Internetproviders’, Mediaforum 2002-11/12, p. 348-351.

12.11.2002


W.A.M. Steenbruggen, Annotatie bij Voorzieningenrechter Rb. Utrecht 9 juli 2002 (Teleatlas/Planet Media Group), Computerrecht 2002-5, p. 297-298.

01.11.2002


E.J. Dommering, ‘Kritiek op cassatie in spamzaak is onzinnig’, Netkwesties 26 september 2002.

Alberdingk Thijm vindt dat de cassatie in de spamzaak onnodig, onzinnig, onwenselijk en onverstandig is. Zijn kritiek laat zich met een bijvoegelijk naamwoord afdoen: onzinnig.

30.09.2002


J.J.C. Kabel, ‘Informatiebureaus en de bescherming van persoonsgegevens’, in: J.M.A. Berkvens en J.E.J. Prins (red.), Privacyregulering in theorie en praktijk, Deventer: Kluwer 2002.

In de particuliere sector is de behoefte aan privacybescherming juist met betrekking tot de activiteiten van informatiebureaus al vroeg gevoeld, met name bij het verzamelen van inlichtingen op het gebied van kredietwaardigheid en solvabiliteit. De Wet persoonsregistraties (WPR) bevatte een bijzondere regeling in de wet zelf. De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) kent echter geen afzonderlijke regeling meer. In het navolgende wordt, nu specifieke regels in de Wbp ontbreken, herhaaldelijk teruggegrepen op het systeem en de voorgeschiedenis van de bijzondere regeling voor handelsinformatiebureaus in art. 13 WPR. Omdat de desbetreffende praktijken niet altijd vallen onder het regime van de Wbp, is het ook nodig te bezien wat het gewone recht oplevert.

16.08.2002


A.H. Ekker, ‘Het onderscheppen van telecommunicatie door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten’, te verschijnen in: Computerrecht 2002-2.

In de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (WIV 2002) zijn vergaande bevoegdheden opgenomen tot het onderscheppen en analyseren van telecommunicatie. Ook is de taakomschrijving van de diensten behoorlijk uitgebreid. Voldoet de nieuwe wet aan de eisen van het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens en de Grondwet?

06.03.2002


Chr.A. Alberdingk Thijm, Privacy vs. auteursrecht in een digitale omgeving, ITeR-rapport.

18.11.2001


N. Sitompoel, ‘The Netherlands: The Personal Data Protection Act’, Computer und Recht International 2001-6, p. 149-150.

The Personal Data Protection Act (Wet bescherming persoonsgegevens), hereafter “the Act”, entered into force on 1 September 2001. The Act implements Directive 95/46/EC of 24 October 1995 on the protection of individuals with regard to the processing of personal data and on the free movement of such data (OJ 1995 L 281/31) and replaces the Registration of Persons Act ( Wet persoonsregistraties). This note will give an overview of the most significant provisions of the Act.

11.11.2001


L.F. Asscher, ‘BVD heeft geen nieuwe bevoegdheden nodig’, NRC Handelsblad 15 oktober 2001, p. 8 (Opinie).

De roep om maatregelen ter voorkoming van nieuwe terreuraanslagen blijft klinken, maar in de strijd tegen het terrorisme mogen de grenzen van de Grondwet niet worden overschreden.

25.10.2001


L.F. Asscher & W.A.M. Steenbruggen, ‘Het Emailgeheim op de werkplek. Over de toelaatbaarheid van inbreuken op het communicatiegeheim van de werknemer in het digitale tijdperk’, NJB 2001-37, p. 1787-1794.

De verhouding tussen werknemer en werkgever bij Internetgebruik is een hot issue. Mag de 'baas' zomaar meelezen? Weten "ze" precies waar ik heen gesurft ben? Er bestaat nogal wat onduidelijkheid over de toelaatbaarheid van controle van email- en internetverkeer door de werkgever.In dit artikel wordt onderzocht of en onder welke voorwaarden de werkgever de bevoegdheid heeft kennis te nemen van de inhoud van de door zijn werknemers verzonden email. In het artikel worden concrete aanbevelingen gedaan te komen tot een privacypiramide.

17.10.2001


L.F. Asscher, Noot bij Bartnicki-zaak (US Supreme Court), Mediaforum 2001.

22.12.2001


Study on the use of conditional access systems for reasons other than the protection of remuneration, to examine the legal and the economic implications within the Internal Market and the need of introducing specific legal protection, Report presented to the European Commission by N. Helberger & N.A.N.M. van Eijk.

The study offers an analysis of the use of conditional access systems for other reasons than the protection of remuneration interests. The report also examines the need to provide for additional legal protection by means of a Community initiative, such as a possible extension of the Conditional Access Directive. The report will give a legal and economic analysis of the most important non-remuneration reasons to use conditional access (CA), examine whether services based on conditional access for these reasons are endangered by piracy activities, to what extent existing legislation in the Member States provides for sufficient protection, and what the possible impact of the use of conditional access is on the Internal Market. Furthermore, the study analysis the specific legislation outside the European Union, notably in Australia, Canada, Japan and the US, as well as the relevant international rules at the level of the EC, WIPO and the Council of Europe.

06.08.2001


W.A.M. Steenbruggen,‘Provider medeverantwoordelijk voor tegenhouden virussen’, Volkskrant 3 augustus 2001, p. 7.

Deze week werd groot alarm geslagen over Code Red, een computervirus dat in potentie het functioneren van het Internet bedreigt. Wie draait voor de gevolgen op? Providers zijn mede aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door computervirussen, meent Wilfred Steenbruggen.

11.08.2001


L.F. Asscher, ‘Echelon en recht’, Netkwesties.

Veiligheidsdiensten staan op gespannen voet met de democratie. Hoe zit het met de juridische aspecten van afluisternetwerk ECHELON?

26.07.2001


W.A.M. Steenbruggen, Stop bugging me!’, I&I 2001-4.

Computervirussen vormen een steeds grotere bedreiging voor de informatiemaatschappij. Via het internet kunnen virussen in korte tijd wereldwijd enorme schade aanrichten. De overheid vindt vooralsnog dat gebruikers dit zelf maar moeten oplossen. De digitale zelfredzaamheid van gebruikers schiet echter te vaak tekort. Ligt hier een taak voor de Internet Service Providers?

22.07.2001


W.A.M. Steenbruggen, Mag ik even kijken? Een netwerkkwestie van verantwoordelijkheid’, Computerrecht 2001-4.

22.07.2001


M.C. Ploem, ‘Digitale kluisjes zijn gevaarlijk’, NRC 5 mei 2001, p. 7.

10.05.2001


L.F. Asscher, ‘De Europese Bill of Rights. Over communicatiegrondrechten na Nice’, Mediaforum 2001-2, p. 41.

De regeringsleiders van de Europese Unie namen op de Eurotop in Nice een Handvest voor de Grondrechten aan. Wat betekent dit Handvest voor de communicatiegrondrechten.

03.01.2001


L.F. Asscher, ‘Niemand als consument. Naar een evenwichtig grondrecht op anonimiteit’, eveneens gepubliceerd in 'de e-Consument. Consumentenbescherming in de Nieuwe Economie', Den Haag: Elsevier Juridisch 2000, p. 7-20.

Heeft de consument recht op anonimiteit of pseudonimiteit als hij zich op de elektronische snelweg begeeft? Is zo'n recht op anonimiteit een bestaand grondrecht of moeten we het creeeren voor het internettijdperk? Als er een recht is op anonimiteit, hoe wordt dan de criminaliteit bestreden, het dilemma tussen anonymity and accountability? In 'Niemand als consument. Naar een evenwichtig grondrecht op anonimiteit' wordt beschreven wanneer en onder welke voorwaarden een grondrecht op anonimiteit gewenst is.

14.03.2001


L.F. Asscher, Constitutionele convergentie van pers, omroep en telecommunicatie’, tevens gepubliceerd in de ITeR-reeks, nr. 26 (ook als ZIP-bestand beschikbaar in Word97-formaat).

Door alle ontwikkelingen in de informatietechnologie en door de veranderende rol van de overheid komt de grondwettelijke bescherming van de vrijheid van meningsuiting en van het communicatiegeheim steeds meer onder druk te staan. Asscher geeft in dit rapport een uitgebreide inventarisatie van de knelpunten die zijn ontstaan in de bescherming door artikel 7 en 13 Grondwet en van de knelpunten die nog zijn te verwachten. Bovendien biedt het rapport een analyse van de betekenis van de communicatie-grondrechten in de informatiemaatschappij.

01.10.1999


E.J. Dommering, ‘De nieuwe Nederlandse Constitutie en de informatietechnologie’, Computerrecht 2000-4, p. 177-185.

30.06.2000


L.F. Asscher, ‘Trojaans Hobbelpaard’, Mediaforum 2000-7/8, p. 228-233.

Een analyse van het rapport van de commissie Grondrechten in het Digitale Tijdperk. De Grondwet is nog niet klaar voor de informatiesamenleving en moet ingrijpend gewijzigd worden. Dat blijkt uit het rapport ‘Grondrechten in het digitale tijdperk’, dat voorstellen bevat tot wijziging van de artikelen 7 (vrijheid van meningsuiting), 10 (privacy) en 13 (communicatiegeheim) van de Grondwet. Ook wordt voorgesteld een nieuw artikel op te nemen dat een recht op toegang tot elektronische overheidsinformatie garandeert.

30.06.2000


L.F. Asscher, ‘Naar een eEurope van de burgers!’, NJB 2000, nr. 14, p. 762-763.

Echelon en een vergaand aftapverdrag nopen tot bezinning op de Europese communicatieparagraaf. Waar we in Nederland druk bezig zijn om ook in het Internet tijdperk de grenzen van het overheidshandelen zorgvuldig te herformuleren, lijkt de noodzaak daartoe nog onvoldoende doorgedrongen in de Europese Unie. Als wij reeds behoefte hebben aan een nieuwe Communicatieparagraaf in de Grondwet, dan geldt dat a fortiori voor het nieuwe Handvest van de Europese Unie. De ophef over Echelon, het geheime aftapnetwerk waarin Engelsen en Amerikanen samenwerken, onderstreept de noodzaak van een betere bescherming van de commmunicatiegrondrechten in de Europese Unie.

11.04.2000


E.J. Dommering (red.), met bijdragen van Lodewijk Asscher, Egbert Dommering, Nico van Eijk, Jan Kabel, Aernout Nieuwenhuis en Gerard Schuijt, Nirmala Sitompoel (eindredactie), Informatierecht. Fundamentele rechten voor de informatiemaatschappij, Amsterdam: Cramwinckel. Hoofdstuk 1 van het boek is beschikbaar.

Wordt de informatiesamenleving gecontroleerd door dominante partijen of door onafhankelijke burgers? Dit boek behandelt die vraag vanuit de drie kernrechten van informatie: uitingsvrijheid, privacy en auteursrecht. Deze worden voor het eerst in hun onderlinge en historische samenhang vanaf de drukpers tot het Internet geanalyseerd. De informatiebetrekkingen tussen de burgers kunnen niet bestaan zonder elektronische en printmedia. Het boek gaat daarom ook over de pers, de omroep, de post, de telecommunicatie, het Internet en databanken. In een afsluitend deel een analyse van de samenhang tussen deze regels met de informatietechnologie, de cultuur en economie.
Het boek laat zich niet alleen lezen als een spannend historisch verhaal, maar het nodigt ook uit tot nadenken over theoretische grondslagen. Het is daarom geschikt voor onderwijs en wetenschap. Het bevat bondige inleidingen op o.a. het Europees Verdrag voor de Rechen van de Mens, de relevante delen van het EG recht, de Mediawet, de Wet Bescherming Persoonsgegevens, de Postwet en de Telecommunicatiewet, die nooit eerder in deze samenhang werden getoond. Dat maakt dit boek ook zeer geschikt voor de rechtspraktijk.

24.01.2000


Studiecommissie van de Vereniging voor Media- en Communicatierecht (VMC), bestaande uit prof. mr. E.C.M. Jurgens (voorzitter), mr. L.F. Asscher (secretaris), mr. A.W. Hins, prof. mr. P.B. Hugenholtz, mr. W.F. Korthals Altes, mr. F. Kuitenbrouwer en mr. drs. A.J. Nieuwenhuis, VMC Preadvies artikelen 7 en 13 Grondwet’, Mediaforum 1999-11/12, p. i-viii.

Een studiecommissie van de Vereniging voor Media- en Communicatierecht (VMC), heeft voorstellen voor nieuwe teksten van de artikelen 7 en 13 Grondwet geformuleerd. Het resultaat van de werkzaamheden is hier met de bijbehorende toelichting opgenomen.

01.12.1999


A.J. Nieuwenhuis, annotatie bij Rb. Arnhem 1 april 1999, (Salomonson vs. van de Bunt), Mediaforum 1999-5, nr. 27.

Van de Bunt maakte deel uit van een onderzoeksgroep van de Parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden (de commissie-Van Traa). In dat verband heeft hij, met medewerking van anderen, twee deelrapporten geschreven over de aard en omvang van de georganiseerde criminaliteit in Nederland. Deze deelrapporten zijn als bijlagen bij het eindrapport van Parlementaire Enquêtecommissie in 1996 aan de Tweede Kamer aangeboden. Door de commissie-Van Traa was met de onderzoeksgroep de afspraak gemaakt dat verstrekte persoonsgegevens niet herleidbaar zouden zijn tot individuele personen. Journalisten van De Telegraaf en De Groene Amsterdammer hebben echter uit het deelrapport kunnen afleiden dat met de beschrijving van een bepaalde ‘foute’ advocaat in het deelrapport mr. Salomonson bedoeld werd. De resultaten van het door Van de Bunt verrichte onderzoek kunnen niet de conclusie dragen dat Salomonson verwijtbaar betrokken is geweest bij criminele activiteiten van de georganiseerde misdaad. De omstandigheid dat journalisten de identiteit van Salomonson hebben kunnen achterhalen ondanks de afspraak met de Enquêtecommissie, maakt dat Van de Bunt onzorgvuldig en dus onrechtmatig gehandeld heeft jegens Salomonson, aldus de rechtbank. Beroep op immuniteit volksvertegenwoordigers is afgewezen. Medewerker van Parlementaire Enquêtecommissie valt daar niet onder.

13.05.1999


A.J. Nieuwenhuis & A.W. Hins, Hoe baken je een grondrecht af?’, NJB 1999-4, p. 163-165.

10.07.2000


J.J.C. Kabel, De zaak VNO-NCW/CB vs. Registratiekamer’.

Het bedrijfsleven is flink te keer gegaan tegen het nieuwe wetsvoorstel Wet beschermings persoonsgegevens. Wat heeft dat opgeleverd in de laatste wijzigigsvoorstellen die in februari in het parlement worden behandeld? Veel aan de procedurele kant, maar weinig inhoudelijks.

06.02.1999


K.J. Koelman & L.A. Bygrave, Privacy, Data Protection and Copyright: Their Interaction in the Context of Electronic Copyright Management Systems, rapport aan IMPRIMATUR, juni 1998.

01.06.1998


E.J. Dommering, ‘Op de elektronische snelweg ontbreekt het briefgeheim’, NRC Handelsblad 13 januari 1998.

13.01.1998


E.J. Dommering, ‘De Grondwet in de Informatiemaatschappij. Bestaan er techniek-onafhankelijke informatiegrondrechten?’, in: Grondwet in beeld, 1998.

04.07.2000


G.A.I. Schuijt, Recht, roddels en royalties na de dood van Diana en Dodi’ (schriftelijke bewerking van een voordracht) 1998.

De dood van prinses Diana is, zoals het er thans naar uit ziet, ten onrechte in de schoenen geschoven van de paparazzi. Ten onrechte veroorzaakte haar dood dan ook de golf van verontwaardiging over de pers en ten onrechte werd er geroepen om strengere codes voor journalisten. In deze schriftelijke bewerking van een voordracht 'Recht, roddels en royalties na de dood van Diana en Dodi' gaat Schuijt in op het conflict tussen de persvrijheid en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De vrijheid van meningsuiting is niet altijd een rechtvaardiging voor wat journalisten doen en wat de media publiceren. Bekende persoonlijkheden zullen zich echter niet kunnen onttrekken aan de belangstelling van de media. Strengere codes zullen geen soelaas bieden, stelt hij aan het slot.

17.03.1998


A.J. Nieuwenhuis, Vertrouwde en virtuele bescherming’, NJCM 1998.

05.07.2000


E.J. Dommering, Een grondrecht op vertrouwelijke communicatie’, gepubliceerd onder de titel ‘Geen telefoongeheim op de elektronische snelweg’, Mediaforum (9), 1997-10, p.142-147.

In 1997 werd er een voorstel tot wijziging van artikel 13 van de Grondwet aan de Tweede Kamer aangeboden. Dat artikel zegt in zijn huidige versie dat het briefgeheim en het telegraaf- en telefoongeheim onschendbaar zijn. De grondwetgever vindt echter dat het recht niet aan de techniek moet worden gebonden, reden waarom er wordt voorgesteld er een recht op vertrouwelijke communicatie van te maken. De koppeling van de bescherming aan het begrip 'vertrouwelijk' levert echter een aanzienlijke beperking van de grondwettelijke bescherming op. Dit artikel analyseert de consequenties. Tevens wordt stilgestaan bij de effecten van de privatisering op de grondwettelijke bescherming van brief- en telefoongeheim. Maar eerst wordt de vraag gesteld om wat voor soort grondrecht het nu eigenlijk gaat.

06.04.1998


L.F. Asscher, commentaar: ‘E-mail een ansichtkaart?’, Mediaforum 1997-7/8, p. 103.

De voetbalveldslag in Beverwijk roept enige vragen op omtrent de bevoegdheden van de overheid tot het aftappen van moderne telecommunicatie. Wat is thans de wettelijke basis om inzage te verkrijgen in emailbestanden?

25.08.1997


N.A.N.M. van Eijk, (G)een recht op vertrouwelijke communicatie’, NJB (72), 1997-33, p. 1554-1555.

In het wetsvoorstel om de huidige grondwettelijke bescherming van het brief, telefoon- en telegraafgeheim (artikel 13 Grondwet) te vervangen door een recht op 'vertrouwelijke communicatie' worden de fax en het email-bericht worden niet beschermd. Van vertrouwelijke communicatie is volgens het voorstel uitsluitend sprake wanneer het gaat om het verzenden van gegevensdragers in versloten verpakking, het verzenden van beveiligde computerberichten over een datanetwerk of het verzenden van gesloten faxen (sealfax). Buiten de boot vallen 'gewone' faxen, niet-versleutelde computerberichten die via computernetwerken worden getransporteerd en communicatievormen die zonder of met een geringe inspanning voor derden toegankelijk zijn. Dit betekent dat 'gewone' emailberichten en faxen, die als moderne communicatiemiddelen de brief in toenemende mate vervangen, geen aanspraak kunnen maken op de bescherming zoals die nu bestaat voor brieven.

03.08.1997


J.J.C. Kabel, Bescherming van persoonsgegevens en de openbare informatievoorziening’, Mediaforum 1997-5, p.76-80.

De huidige Wet persoonsregistraties is niet van toepassing op registraties die door pers, radio en televisie worden gehouden ten behoeve van de openbare informatievoorziening. Het wetsvoorstel voor een Wet bescherming persoonsgegevens maakt een eind aan die algehele exceptie. Krijgt de Registratiekamer nu toegang tot computerbestanden van journalisten? Kan onderzoeksjournalistiek geblokkeerd worden door een beroep op inzagerechten van betrokkenen? Nee, de vrijheid van meningsuiting wint het van de privacybescherming. Die winst is zo groot dat de nieuwe regeling eigenlijk niet zo veel oplevert voor de bescherming van de informationele privacy. Nu dat zo is, kan men het maar beter bij het oude houden.

31.03.1998


G.A.I. Schuijt, Reality tv. Nieuwe kost voor de privacybescherming en het portretrecht’, NJB 1996-6, p. 341-346.

Reality tv is een nieuw soort van televisieprogramma's. Slachtoffers van deze wijze van televisiemaken komen ongewild op de buis en voelen zich aangetast in hun persoonlijke levenssfeer. Andere slachtoffers geven toestemming tot uitzending van de opnamen maar krijgen daar later spijt van. Hoe reageert de rechtspraak op deze nieuwe problemen van privacybescherming en portretrecht? Hoe beoordeelt de rechter het werken met verborgen camera en hoe overvaljournalistiek? De rechter moet varen tussen de Scylla en de Charibdis van twee grondrechten, de vrijheid van de media en het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

18.03.1998


G.A.I. Schuijt, De rechter en de verborgen camera: recente en eerdere rechtspraak’, Informatierecht/AMI 1996-5, p. 83-86.

Mogen journalisten reportages maken met een verborgen camera en een verborgen microfoon? De Raad voor de Journalistiek oordeelde in 1996, dat dat slechts geoorloofd is in uitzonderlijke omstandigheden. Naast de vraag of de candid camera - en in het algemeen undercoverjournalistiek - naar maatstaven van journalistieke ethiek geoorloofd is, is er de vraag of het recht zich erover uitspreekt. Schuijt analyseert de - overigens beperkte - rechtspraak. Daaruit is een algemene regel af te leiden.

31.03.1998


Bijgewerkt 15.09.2008