Industriële Eigendom
Octrooirecht / Merkenrecht / Tekeningen- en Modellenrecht / Oneerlijke Mededinging
CLIP Comments on the European Commission's Proposal for a Regulation on the Law Applicable to Contractual Obligations ("Rome I") of December 15, 2005 and the European Parliament Committee on Legal Affairs' Draft Report on the Proposal of August 22, 2006.

The European Max-Planck Group for Conflict of Laws in Intellectual Property (CLIP) analyses in these comments the effects on intellectual property contracts of the proposed Rome I regulation on the law applicable to contractual obligations. CLIP argues that the European legislator should not introduce a rule on the law applicable tot contracts relating to intellectual property rights in Art. 4 of the future Rome I-Regulation, or introduce at least a more flexible one.

19.04.2007


CLIP Suggestions for amendment of the Brussels I regulation with respect to Exclusive jurisdiction and cross border intellectual property (patent) infringement.

In consequence of ECJ judgments C-4/03 - GAT v. LuK and C-539/03 - Roche Nederland v. Primus, handed down on 13 July 2005, it appears no longer feasible for a national court to allow for consolidation of claims against a person infringing parallel intellectual property rights registered in different Member States, and/or to accept a joinder of claims against multiple defendants engaged in concerted actions. It is feared that this will entail considerable impediments for an efficient enforcement of intellectual property rights, in particular of patents. In these comments, the European Max-Planck Group for Conflict of Laws in Intellectual Property (CLIP) suggests the adverse affects of the ECJ's rulings should be cured. This can be done by revising the drafting of article 22(4) and article 6 of the Brussels Regulation on Jurisdiction and Enforcement of Foreign Judgments in Civil and Commercial Matters (44/2001).

19.04.2007


S.J.R. Bostyn, DNA patents in Europe: Controversy remains, lezing gehouden tijdens symposium The ethics of patenting human genes and stem cells, georganiseerd door University of Copenhagen, Danish Council of Ethics en Biotik, 28 september 2004.

10.05.2005


R.B. Bakels, Software: werkwijze of voortbrengsel?, Bijblad bij de Industriële Eigendom, 2003-10, p. 428-434.

Het onderscheid tussen werkwijze- en voortbrengseloctrooien lijkt een juridisch-technische kwestie van ondergeschikt belang. In dit artikel wordt betoogd, dat het zowel om praktische als om theoretische redenen wel degelijk van belang is software-uitvindingen weloverwogen in het octrooisysteem te positioneren.

24.10.03


R.B. Bakels, Van software tot erger: op zoek naar de grenzen van het octrooirecht, Intellectuele Eigendom & Reclamerecht (IER) 2003-4, p.213-221.

22.08.2003


R.B. Bakels, Een grote verantwoordelijkheid voor het Europees Parlement. Voorgestelde Europese richtlijn helpt softwareontwikkelaars van de regen in de drup, Breekpunt.nl 2003.

27.05.2003
R.B. Bakels, Softwareoctrooien: een vanzelfsprekendheid of een gevaarlijke ontaarding?’, Computerrecht 2002/6, p. 347-352.

20.12.2002


R.B. Bakels & P.B. Hugenholtz, ‘The patentability of computer programs’, studie in opdracht van het Europees Parlement (april 2002).

Dit rapport is het resultaat van een korte-termijn studie in opdracht van het Europees Parlement over de vraag of het wenselijk is om te komen tot wetgeving op Europees niveau op het gebied van software-octrooien.  Het rapport omvat een vergelijkende analyse van het geldend recht, en van de voor- en nadelen van software-octrooien zoals die naar voren komen uit de huidige praktijk in de lidstaten van de EU, de Verenigde Staten en Japan. Behalve aan octrooien op software wordt ook aandacht besteed aan octrooien op het nauw verwante gebied van "business methods".

25.07.2002


E.J. Dommering, P.B. Hugenholtz & J.J.C. Kabel, De overheid en het publiek domein van informatie voor wetenschappelijk onderzoek’, in: H. Dijstelbloem en C.J.M. Schuijt (red.), De publieke dimensie van kennis, Voorstudies en achtergronden (V110), Wetenschappelijke Raad voor het regeringsbeleid, Den Haag: SDU Uitgevers, 2002, p. 249-308.

07.05.2002


E.J. Dommering, P.B. Hugenholtz & J.J.C. Kabel, De overheid en het publiek domein van informatie voor wetenschappelijk onderzoek’, in: H. Dijstelbloem en C.J.M. Schuijt (red.), De publieke dimensie van kennis, Voorstudies en achtergronden (V110), Wetenschappelijke Raad voor het regeringsbeleid, Den Haag: SDU Uitgevers, 2002, p. 249-308.

07.05.2002


E.R. Vollebregt & M. Stam, ‘Botsende rechten op een domeinnaamrecht: kort commentaar bij de Zumpolle-uitspraak’, IER 2001, p. 207.

27.01.2002


E.R. Vollebregt, ‘Verpanding van merken: inschrijven of niet?’, IER 2000-5, p. 245.

27.01.2002


E.R. Vollebregt, ‘Verwarring en associatie onder de Benelux Merkenwet na Adidas/Marca: associatie nog steeds niet toepasbaar zonder verwarring’, Dossier 2000-44, p. 82.

27.01.2002


J.J.C. Kabel, Chr.A. Alberdingk Thijm & P.B. Hugenholtz (m.m.v. D.J.B. Bosscher), Kennisinstellingen en informatiebeleid. Lusten en lasten van de publieke taak (niet-gecorrigeerde versie), de definitieve tekst is verschenen bij Otto Cramwinckel Uitgever (Amsterdam), 2001.

21.11.2001


P.B. Hugenholtz, noot bij Pres Utrecht 06.07.2000 (gezondslapen.nl) en Pres Amsterdam 10.08.2000 (bravilor.nl), Computerrecht 2001-1, p. 33.

09.09.2001


P.B. Hugenholtz, noot bij Hof Amsterdam 11 januari 2001 (Elsevier / Gaos), Computerrecht 2001-2, p. 98-99

09.09.2001


Study on the use of conditional access systems for reasons other than the protection of remuneration, to examine the legal and the economic implications within the Internal Market and the need of introducing specific legal protection, Report presented to the European Commission by N. Helberger & N.A.N.M. van Eijk.

The study offers an analysis of the use of conditional access systems for other reasons than the protection of remuneration interests. The report also examines the need to provide for additional legal protection by means of a Community initiative, such as a possible extension of the Conditional Access Directive. The report will give a legal and economic analysis of the most important non-remuneration reasons to use conditional access (CA), examine whether services based on conditional access for these reasons are endangered by piracy activities, to what extent existing legislation in the Member States provides for sufficient protection, and what the possible impact of the use of conditional access is on the Internal Market. Furthermore, the study analysis the specific legislation outside the European Union, notably in Australia, Canada, Japan and the US, as well as the relevant international rules at the level of the EC, WIPO and the Council of Europe.

06.08.2001


B.M. Vroom-Cramer, samenvatting en annotatie van Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen 22 juni 2000, zaak C-425/98 (Marca Mode CV / Adidas AG en Adidas Benelux BV), Jur. 2000, I-4861; verschenen in SEW maart 2001, 49e jaargang, nr. 3, p. 120.

In dit arrest over het drie-strepenmerk van Adidas, beantwoordt het Hof van Jusitite een aantal vragen van de Hoge Raad. In deze zaak gaat het om een van de kernpunten van het merkenrecht: de omvang van het recht. Het Hof benadrukt (nogmaals) dat verwarringsgevaar het enige doorslaggevende criterium is in een inbreukzaak waarbij soortgelijke waren in het spel zijn (in casu sportkleding).

17.04.2001


K.J. Koelman, noot bij Rb. Rotterdam 22 augustus 2000 (kranten.com), Informatierecht/AMI 2000-10, p. 207-210.

Kan een websitehouder iets ondernemen tegen degene die een diepe link naar zijn site aanbrengt?

29.01.2001


P.B. Hugenholtz, Over cumulatie gesproken’. Bijdrage aan Symposium Intellectuele Eigendom (Brinkhof-symposium), Den Haag, 9 mei 2000, verschenen in Bijblad bij De Industriële Eigendom 2000-7, p. 240-242.

15.01.2001


J.J.C. Kabel, 'De tabaksreclame-richtlijn: het einde van een tijdperk'.

Op 6 juli van dit jaar is een Richtlijn inzake reclame en sponsoring voor tabaksproducten aanvaard. Die richtlijn verbiedt eenvoudigweg iedere vorm van reclame en sponsoring voor tabaksproducten. De lidstaten dienen uiterlijk op 30 juli 2001 aan de richtlijn te voldoen. Er geldt daarna één jaar respijt voor de geschreven pers en twee jaar voor sponsoring. Sponsoring van op mondiaal niveau georganiseerde evenementen moet langzaam worden afgebouwd tot uiterlijk 1 oktober 2006. Bioscoopreclame, internet, direct mail en posters zijn dus het eerst aan de beurt, evenals elke onderscheidende merknaam op merchandisingsproducten. Daarna wordt de openbare publiciteit voor tabaksproducten bevroren. Dat roken de gezondheid schaadt kan niet meer worden meegedeeld in tabaksreclame. Publiciteit over tabaksproducten zal anders moeten worden gevoerd. De pers zal reclame-inkomsten verliezen. Door tabaksproducenten gesponsorde evenementen zullen naar landen buiten de Unie verdwijnen. Ondanks fundamentele bezwaren tegen de grondslag van de richtlijn, zal een beroep bij het HvJEG waarschijnlijk niet slagen. Daarmee dienen wij in Nederland over te stappen op een Frans systeem. Het tabaksmerk zal als onderscheidend teken voor tabaksproducten niet meer in de openbare publiciteit voorkomen. Mits het verbod juist wordt toegepast, is er geen sprake van strijd met het merkenrecht. Het laat zich niet aanzien dat het Europese verbod bij toetsing aan de vrijheid van meningsuiting zal sneuvelen zoals dat in de Canadese rechtspraak is gebeurd. Handhaving zal niet langer grotendeels op zelfregulering gebaseerd kunnen zijn. Het huidige handhavingskader in de Tabakswet moet niet worden toegepast. In plaats daarvan kan handhaving beter aan het civiele recht worden overgelaten. Bij televisie zitten nog enkele gaten op het vlak van buitenlandse (ook parallelle) sponsoring van programma's en evenementen. Persreclame zal het moeten hebben van 'global advertising' in publicaties die geheel in derde landen worden verzorgd. Reclame in de winkel of ruimer, op een verkooppunt, is toegelaten. De status van internetwebsites is nog onduidelijk.

06.02.1999


J.J.C. Kabel, 'Oneerlijke mededinging en de vrijheid van wetenschappelijke informatievoorziening', EHRM 25 augustus 1998 (Hertel v. Zwitserland).

Ingevolge het EHRM in zijn uitspraak Hertel v. Zwitserland mag een met het nodige voorbehoud geformuleerd, wetenschappelijk onderzoeksverslag door de nationale rechter als onrechtmatige oneerlijke mededinging worden bestempeld, indien het de omzet van daarin onderzochte produkten daadwerkelijk nadelig beïnvloedt. Dat is een concurrentie-norm die wordt toegepast buiten het domein van de mededinging. De Zwitserse wetgeving maakt zulks mogelijk, omdat zij oneerlijke medinging ruim definieert. Het Hof heeft het ten onrechte niet gewaagd om de te ruime omvang van de Zwitserse regel zelf aan de orde te stellen. Daardoor blijft de vrijheid van de nationale wetgever en rechter om allerlei gedragingen die buiten het domein van concurrentie vallen, als oneerlijke mededinging te kwalificeren en de bijhorende normen toe te passen, helaas intact.

06.02.1999


Herman Cohen Jehoram, ‘Cumulation of Protection in the EC Design Proposals’.

31.03.1998


Willy Alexander, ‘Intellectual Property and the Free Movement of Goods. The 1996 case-law of the Court of Justice’, IIC (1998).

10.03.1998


Willy Alexander, ‘EG-Verordening nr 240/96: de nieuwe groepsvrijstelling voor overeenkomsten betreffende technologieoverdracht’, 44 SEW 304 (1996).

10.03.1998


G.J.H.M. Mom, 'Portretmerken', IER 1996-5, p. 169-175 ( illustraties).

Artikel over de vraag of, en zo ja onder welke omstandigheden en voorwaarden, de in de Auteurswet voorziene portretrechtelijke bescherming versterkt, aangevuld of soms zelfs vervangen zou kunnen worden door een merkenrechtelijke bescherming. Kan een portret een 'merk' zijn in de zin van de Benelux Merkenwet? Welke praktische en juridische haken en ogen zijn verbonden aan het deponeren respectievelijk gebruiken van iemands portret als teken ter onderscheiding van een produkt of dienst?

31.03.1998


Herman Cohen Jehoram, ‘International exhaustion versus importation right: a murky area of intellectual property law’, GRUR International 1996-4, p. 280-284.

Beschouwing over het beginsel van de zgn. (nationale / internationale / communautaire) uitputting van intellectuele eigendomsrechten.

31.03.1998


Bijgewerkt 20.04.2007