Stage
I. IViR-onderzoekstage (3 maanden)

Een aantal malen per jaar heeft het Instituut voor Informatierecht (IViR) plaats voor een student-stagiaire. Het gaat hier om een onderzoekstage van in beginsel drie maanden (ca. 4 dagen per week) waarmee een unieke kijk wordt geboden in de keuken van het Instituut en waarin de stagiair zich kan begeven op de rechtsgebieden waarmee de IViR-medewerkers zich bezig houden: auteursrecht, industriële eigendom, telecommunicatierecht, omroeprecht, uitingsvrijheid, reclamerecht, privacy, internet-kwesties, etcetera. Stagiaires participeren in alle activiteiten van het IViR: onderzoek, symposia, referaten, literatuurbespreking, redactie van tijdschriften, excursies, etc.

Studenten met wetenschappelijke belangstelling die voor de basisvakken van de masteropleiding Informatierecht een goed eindcijfer hebben gehaald, worden uitgenodigd schriftelijk contact op te nemen met prof. mr. P.B. Hugenholtz, Instituut voor Informatierecht, tel. 020 - 525 3925, e-mail: p.b.hugenholtz@uva.nl.

NB: De onderzoekstage bij het IViR kan, indien deze deel uitmaakt van de Masteropleiding Informatierecht, in de plaats komen van een vrij keuze-onderdeel. Met de IViR-onderzoekstage zijn 10 EC (= stage + stageverslag + in kader van stage verricht onderzoek) te verdienen.

II. Praktijkstage (200 uur)

Loopbaanplanning is voor de meeste studenten een belangrijk onderdeel van hun studie. Voor advocatenkantoren, bedrijven, organisaties, ministeries en (overheids)instellingen wordt het ook steeds moeilijker talent te vinden. Het aanbieden van stageplaatsen kan een eerste stap zijn in het wervings- en selectieproces.

Een bij een kantoor, bedrijf of instelling te lopen praktijkstage is erop gericht de betrokken student op een inhoudelijke manier kennis te laten maken met de dagelijkse werkzaamheden van de advocaat, juridisch adviseur, ambtenaar of bedrijfsjurist. Zo worden zij in de regel betrokken bij de behandeling van lopende zaken, verrichten zij algemeen of gericht literatuur- en jurisprudentie-onderzoek, concipiëren zij (delen van) processtukken en/of contracten en kunnen zij veelal ook rechtszittingen, vergaderingen, gesprekken met cliënten e.d. bijwonen.

Naast deze meer ‘zaakgebonden’ werkzaamheden nemen student-stagiairs meestal ook deel aan sectievergaderingen, jurisprudentie-lunches en sociale activiteiten van de stageverlener.

NB: De praktijkstage kan, indien deze deel uitmaakt van de Masteropleiding Informatierecht, in de plaats komen van een vrij keuzevak. Met de stage zijn 5 EC (= stage + stageverslag) of 10 EC (= stage + stageverslag + werkstuk n.a.v. stage) te verdienen.

Nadere procedure

In beginsel levert een stage geen studiepunten op. Een student kan slechts éénmaal studiepunten verdienen met een stage! De studiepunten kunnen dus ingebracht worden in de bachelor of in de master. Als een student meerdere masters zou volgen, kan voor elke master een stage ingebracht worden, mits voor elke master een stage is gelopen die verband houdt met het thema van de master.

Om voor studiepunten in aanmerking te komen, moet een student zich houden aan de hier te vinden procedure. De stage dient ook in een e-mail aan L.A.Moll-Doijer@uva.nl te worden aangemeld bij het facultaire stagebureau. Dit bureau (OMHP, kamer E0.04) beschikt over een vast bestand van stageplaatsen. Voor de meest recente stageplaatsen zie de advertenties op de prikbordborden naast het bureau (E0.04) en in de wachtkamer voor de studieadviseurs en op de website van het bureau. Voor een volledig overzicht kan tijdens het inloopspreekuur (ma. en di. 11-13 uur) de stagemap op het stagebureau worden geraadpleegd.

De student zoekt in beginsel zelf – eventueel in overleg met de IViR-stagecoördinator – een stageplaats  (advocatenkantoor, bedrijf, organisatie, ministerie e.d.). Stageverlener en student stellen tezamen een stageplan op, waarin tenminste  punten aan de orde komen als: doel en opzet van stage, aard van de te verrichten werkzaamheden, begeleiding (van de kant van de stageverlener en/of van het IViR en/of de faculteit), de periode en werktijden per week.

Direct na de stageperiode zorgt de stageverlener voor een schriftelijke (vertrouwelijke) beoordeling c.q. evaluatie van de stage. De student schrijft (binnen 2 tot 4 weken na de stageperiode) een stageverslag en levert dat in bij de IViR-vakdocent of -stagecoördinator (en tegelijkertijd een kopie bij het facultaire stagebureau). 

Het stageverslag (omvang: tenminste twee pagina's A4) dient ten minste te bevatten: naam- en adresgegevens + studentnummer; korte omschrijving van kantoor/organisatie/bedrijf waar stage is gelopen; opgave van periode waarin stage is gelopen; omschrijving van activiteiten die binnen stage zijn verricht; een evaluatie van de stage door de stageverlener.

De IViR-vakdocent of -stagecoördinator beoordeelt de stage op basis van het beoordelings-/evaluatieformulier van de stageverlener en het stageverslag van de student. Indien zowel de stage als het stageverslag als voldoende zijn beoordeeld levert dat een 'tentamenbriefje' (5 EC) op.

Een praktijkstage kan 10 EC opleveren wanneer na de stage niet alleen een stageverslag maar ook een werkstuk wordt geschreven. Om voor deze 10 studiepunten in aanmerking te komen moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

  • Een verklaring van de stageverlener dat ten minste 200 uren stage is gelopen;
  • Een stageverslag (ten minste 2 bladzijden A4), te beoordelen door de IViR-vakdocent of -stagecoördinator;
  • Een werkstuk (miniscriptie) over een onderwerp gerelateerd aan de praktijkstage, (omvang: 8 à 10 bladzijden A4 à 350 woorden per bladzijde), te beoordelen door de IViR-vakdocent/coördinator.

Het werkstuk, waarvan een kopie aan het facultaire stagebureau moet worden ingeleverd, dient aan de voor scripties gebruikelijke eisen te voldoen. De probleemstelling en de uitwerking dienen met de praktijkstage samen te hangen. Bij de beoordeling van  het verslag en het werkstuk wordt gelet op presentatie, spelling, stijl, originaliteit van de probleemstelling, weergave van de relevante literatuur en jurisprudentie en de volledigheid op dat punt, de opbouw en de argumentatie en ten slotte: geeft de conclusie een antwoord op de probleemstelling?

III. IViR-stagecoördinator

mr. G.J.H.M. Mom, tel. 020 - 525 3922, e-mail: g.j.h.m.mom@uva.nl

 


Bijgewerkt 21.05.2010