| I.
IViR-onderzoekstage (3 maanden)
Het Instituut voor Informatierecht (IViR) biedt in
onderzoek geïnteresseerde (goede) masterstudenten de
gelegenheid tot het lopen van een onderzoekstage van in
beginsel drie maanden (ca. 200 uur in totaal, gedurende
2 dagen
per week). Stagiairs krijgen daarmee een unieke kijk in
de keuken van het Instituut en kunnen zich begeven op de
rechtsgebieden waarmee de IViR-medewerkers zich bezig
houden: auteursrecht, industriële eigendom,
telecommunicatierecht, omroeprecht, uitingsvrijheid,
reclamerecht, privacy, internet-kwesties, etcetera. Zo
schrijft de stagiair bijvoorbeeld memo's op verzoek van
de onderzoekers, doet literatuuronderzoek of levert
zelfs schriftelijke bijdragen aan onderzoeksprojecten.
Daarnaast is de stagiair betrokken bij het tijdschrift
IRIS Legal Observations of the European Audiovisual
Observatory - een maandelijkse nieuwsbrief over
ontwikkelingen in het Europese media- en omroeprecht.
Ten slotte wordt de stagiair betrokken bij alle
reguliere activiteiten van het IViR, zoals
literatuurbijeenkomsten, lezingen, etc.
Studenten met wetenschappelijke belangstelling worden
uitgenodigd schriftelijk contact op te nemen met
dr. T. McGonagle,
e-mail:
T.McGonagle@uva.nl
Reeds elders opgedane onderzoekservaring, een hoog
gemiddeld eindcijfer voor de bacheloropleiding of het
behaald hebben van een goed eindcijfer voor de
basisvakken van de masteropleiding strekken tot
aanbeveling.
NB:
De onderzoekstage bij het IViR geldt als een vrij
keuze-onderdeel van de masteropleiding Informatierecht.
Met de IViR-onderzoekstage zijn 5 EC te verdienen.
Werkdagen/tijden worden in overleg vastgesteld.
II. Praktijkstage
(200 uur)
Loopbaanplanning is
voor de meeste studenten een belangrijk onderdeel van
hun studie. Voor advocatenkantoren, bedrijven,
organisaties, ministeries en (overheids)instellingen
wordt het ook steeds moeilijker talent te vinden. Het
aanbieden van stageplaatsen kan een eerste stap zijn in
het wervings- en selectieproces.
Een bij een kantoor,
bedrijf of instelling te lopen praktijkstage is erop
gericht de betrokken student op een inhoudelijke manier
kennis te laten maken met de dagelijkse werkzaamheden
van de advocaat, juridisch adviseur, ambtenaar of
bedrijfsjurist. Zo worden zij in de regel betrokken bij
de behandeling van lopende zaken, verrichten zij
algemeen of gericht literatuur- en
jurisprudentie-onderzoek, concipiëren zij (delen van)
processtukken en/of contracten en kunnen zij veelal ook
rechtszittingen, vergaderingen, gesprekken met cliënten
e.d. bijwonen.
Naast deze meer ‘zaakgebonden’
werkzaamheden nemen student-stagiairs meestal ook deel
aan sectievergaderingen, jurisprudentie-lunches en
sociale activiteiten van de stageverlener.
NB: De
praktijkstage kan, indien deze deel uitmaakt van de
Masteropleiding Informatierecht, in de plaats komen van
een vrij keuzevak. Met de stage zijn 5 EC (= stage +
stageverslag) of 10 EC (= stage + stageverslag +
werkstuk n.a.v. stage) te verdienen.
Nadere procedure
In
beginsel levert een stage geen studiepunten op.
Een student kan slechts éénmaal studiepunten
verdienen met een stage! De studiepunten kunnen dus
ingebracht worden in de bachelor of in de master.
Als een student meerdere masters zou volgen, kan voor
elke master één stage ingebracht worden, mits deze stage verband houdt met het
thema van de master.
Om
voor studiepunten in aanmerking te komen, moet een
student zich houden aan de
hier te vinden procedure. De stage dient tevoren te
worden aangemeld bij het bureau
Career Services Development en Stages van de
Faculteit, via dit
formulier. Het is belangrijk dit dus te doen voordat
de stage begint. Dit bureau (OMHP, kamer A016B)
beschikt over een vast bestand van stageplaatsen. Voor
de meest recente stageplaatsen zie de advertenties op de
prikbordborden in de
wachtkamer voor de studieadviseurs en op de
website van het bureau. Een volledig overzicht
kan tijdens het spreekuur in de stagemap op het stagebureau worden geraadpleegd.
De
student zoekt in beginsel zelf – eventueel in overleg met de IViR-stagecoördinator – een stageplaats
(advocatenkantoor, bedrijf,
organisatie, ministerie e.d.).
Stageverlener
en student stellen tezamen een stageplan op, waarin
tenminste punten aan de orde komen als:
doel en opzet van stage, aard van de te verrichten
werkzaamheden, begeleiding (van de kant van de
stageverlener en/of van het IViR en/of de faculteit), de
periode en werktijden per week.
Direct
na de stageperiode
zorgt de stageverlener voor een schriftelijke
(vertrouwelijke) beoordeling c.q. evaluatie van de
stage. De
student schrijft (binnen 2 tot 4 weken na de
stageperiode) een stageverslag en levert dat in bij de
IViR-vakdocent of -stagecoördinator (en
tegelijkertijd een kopie bij het facultaire stagebureau).
Het stageverslag (omvang: tenminste twee pagina's A4)
dient
ten minste te bevatten: naam- en adresgegevens + studentnummer; korte
omschrijving van kantoor/organisatie/bedrijf waar stage
is gelopen; opgave van periode waarin stage is
gelopen; omschrijving van activiteiten die binnen
stage zijn verricht; een evaluatie van de stage door de
stageverlener.
De IViR-vakdocent of
-stagecoördinator beoordeelt de stage op basis van het
beoordelings-/evaluatieformulier van de stageverlener en
het stageverslag van de student. Indien zowel de stage
als het stageverslag als voldoende zijn beoordeeld
levert dat een 'tentamenbriefje' (5 EC) op.
Een praktijkstage kan
10 EC opleveren wanneer na de stage niet alleen een
stageverslag maar ook een werkstuk wordt geschreven. Om
voor deze 10 studiepunten in aanmerking te komen moet
aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
- Een verklaring van
de stageverlener dat ten minste 200 uren stage is
gelopen;
- Een stageverslag
(ten minste 2 bladzijden A4), te beoordelen door de
IViR-vakdocent of -stagecoördinator;
- Een werkstuk
('miniscriptie') over een onderwerp gerelateerd aan de
praktijkstage, (omvang: 10 à 15 bladzijden A4 à 350
woorden per bladzijde), te beoordelen door de
IViR-vakdocent/stagecoördinator.
Het werkstuk, waarvan
een kopie aan het facultaire stagebureau moet worden
ingeleverd, dient aan de voor scripties gebruikelijke
eisen te voldoen. De probleemstelling en de uitwerking
dienen met de praktijkstage samen te hangen. Bij de
beoordeling van het verslag en het werkstuk wordt
gelet op presentatie, spelling, stijl, originaliteit van
de probleemstelling, weergave van de relevante
literatuur en jurisprudentie en de volledigheid op dat
punt, de opbouw en de argumentatie en ten slotte: geeft
de conclusie een antwoord op de probleemstelling?
III.
IViR-stagecoördinatoren
mr. A. Tsoutsanis,
e-mail:
a.tsoutsanis@uva.nl
|