Scriptieprijzen

Scriptie
De scriptie dient te liggen op een der deelgebieden van het Informatierecht, bijvoorbeeld op het gebied van het auteursrecht en/of de naburige rechten, op één of meer deelgebieden van het industriële eigendomsrecht, op het gebied van het media- of telecommunicatierecht, etc.

Het onderwerp van de scriptie dient in overleg met een der docenten van de door het IViR verzorgde vakken te worden vastgesteld. Het is niet toegestaan de masterscriptie te wijden aan een onderwerp waarover reeds in het kader van de verplichte IE- of IR-paperextensie is geschreven!

De scriptie kan slechts worden geschreven op basis van een door de begeleidende docent goedgekeurde probleemstelling en plan van aanpak.

Instructie en procedure 

Algemeen

Neem kennis van de informatie over het schrijven van scripties ter afsluiting van een master op de website van de Faculteit, waarin ook een link is te vinden naar de scriptiehandleiding.

Raadpleeg ook altijd de Leidraad voor juridische auteurs (zesde druk, Deventer: Kluwer 2010). In deze leidraad staan allerlei handzame richtlijnen voor de meest voorkomende praktische vragen rond voetnoten en verwijzingen, literatuurvermeldingen, afkortingen en dergelijke. In een eenvoudige opzet worden de meest voorkomende problemen die bij het schrijven van een juridische tekst (zoals een scriptie) kunnen rijzen, behandeld. Aan bod komen o.a. bronvermeldingen, noten, literatuurlijst, regelgeving en parlementaire stukken, jurisprudentie, hoofdletters en afkortingen.

Vaststelling resp. goedkeuring onderwerp

Begin met het zoeken van een of meer scriptie-onderwerp(en) op het gebied van een gevolgd vak op het gebied van het informatierecht. Bezoek bijvoorbeeld eens het IViR-Documentatiecentrum, dat zich bevindt op de zolderverdieping van het IViR (Korte Spinhuissteeg 3, tel. 525 3927) en neem daar eens wat (registers van jaargangen van) Nederlandse en buitenlandse vakbladen en tijdschriften door. Of laat je inspireren door de publicaties op de website van IViR, of raadpleeg de online toegankelijke catalogus van het Documentatiecentrum. Je hoeft je bij je keuze overigens niet te beperken tot onderwerpen die thans volop in beweging zijn. In een scriptie kan zeker ook een mooi rechtshistorisch onderwerp worden aangepakt.

Neem vervolgens contact op met een der IViR-docenten (of neem eerst contact op met mr. G.J.H.M. Mom). De scriptie kan namelijk slechts geschreven worden over een door de betrokken docent goedgekeurd onderwerp resp. op basis van een uitgewerkte en scherp geformuleerde probleemstelling. Onder omstandigheden kan de benaderde docent u doorverwijzen naar een collega, bijvoorbeeld indien werkafspraken binnen de werkeenheid daartoe nopen, als het gekozen onderwerp (meer) binnen het onderzoeksterrein of de belangstelling van die collega valt of indien de benaderde docent reeds veel scripties begeleidt.

Aantal besprekingen met docent/scriptiebegeleider

In beginsel zullen in totaal 2 à 4 besprekingen plaats vinden:

  • Intake-gesprek ter vaststelling en nadere omlijning van het scriptie-onderwerp (zonodig kunnen daarbij aanwijzingen worden gegeven t.a.v. de in ieder geval te bestuderen literatuur en eventuele jurisprudentie alsmede over aspecten van het onderwerp die in de scriptie niet mogen ontbreken);
  • Bespreking (evtl. via e-mail) van probleemstelling, concept-hoofdstukindeling en (voorlopige) literatuur- en jurisprudentielijst;
  • Bespreking van de eerste versie (concept-eindversie);
  • Bespreking en beoordeling van eindversie.

Als je 'vastloopt' of nog nadere vragen hebt over de richting of uitwerking van uw scriptie kun je vanzelfsprekend de scriptiebegeleider tussentijds benaderen. E-mail is hierbij overigens ook een geschikt medium.

Probleemstelling en concept-indeling

Ga, nadat met de docent/begeleider het onderwerp van de scriptie is vastgesteld en omlijnd, verder met het zoeken en verzamelen van voor het onderwerp relevant geachte literatuur, rechtspraak en regelgeving, houd daarvan een (later immers ook als bijlage bij de scriptie te voegen) overzicht bij, en maak een concept-indeling of voorlopige inhoudsopgave. Probeer een zo duidelijk mogelijke probleemstelling te formuleren.
Leg e.e.a. vervolgens ter bespreking en goedkeuring voor aan de scriptiebegeleider.

Doelgroep, indeling, opbouw en omvang e.d.

Als regel dient de scribent het betoog niet te richten tot de 'juridische leek' of tot de 'ingewijde' of 'deskundige', maar tot een vergevorderde rechtenstudent (aspirant-jurist) die van het onderwerp toevallig (bijna) niets afweet.

De scriptie dient in beginsel in de Nederlandse taal te worden geschreven. Hiervan kan worden afgeweken indien de scriptiebegeleider daartegen geen bezwaar heeft. De scriptie wordt behalve naar inhoud ook naar taalgebruik, spelling en typografische verzorging beoordeeld.

Zorg voor een duidelijke indeling van de scriptie, met een overzichtelijke en logische indeling in hoofdstukken, (sub)paragrafen en - waar nodig - tussenkopjes.

Bedenk voor de scriptie een (pakkende) titel, met eventueel een verduidelijkende, meer beschrijvende ondertitel (bij voorkeur niet langer dan 20 woorden).

De scriptie dient aan het begin een (gedetailleerde) inhoudsopgave en een inleiding te bevatten. In deze inleiding wordt (de aanleiding tot en) het terrein van het onderzoek beschreven. Voorts bevat de inleiding een probleemstelling en een plan van aanpak van de te behandelen (deel-)problemen. In de inleiding kan ook worden aangegeven hoe het onderwerp/onderzoek wordt begrensd. In een als 'samenvatting' en/of 'conclusies' aan te duiden laatste hoofdstuk worden de uitkomsten van het onderzoek in enkele korte punten aangegeven.

Gebruik (over de gehele tekst doorgenummerde) voetnoten (d.w.z. onderaan de desbetreffende pagina). Het is handig om van veel geciteerde bronnen bij de literatuurlijst een onderdeel 'verkort aangehaalde literatuur' te maken. Die verkorte aanhalingen kunnen dan in het notenapparaat worden gebruikt.

In de eigenlijke uiteenzetting vindt aan de hand van de (concept) inhoudsopgave het onderzoek plaats. Selecteer uit alle door je verzamelde gegevens datgene wat voor je uiteenzetting/betoog belangrijk is. Bij het weergeven en behandelen van verschillende meningen in de literatuur wordt zo mogelijk een eigen mening geformuleerd of standpunt ingenomen. Niet volstaan kan dus worden met het geven van een samenvatting of omschrijving van andermans opvattingen; op voor je probleemstelling belangrijke (omstreden) punten dient je eigen mening (met motivering) duidelijk te worden. Het dient steeds duidelijk te zijn wiens mening wordt weergegeven.

Als bijlagen dient de scriptie een (alfabetisch geordende) lijst van geraadpleegde literatuur alsmede een overzicht (chronologisch of per instantie) van rechtspraak (incl. roepnamen) te bevatten. Eventueel kunnen ook (korte) documenten die in de scriptie een belangrijke rol spelen en die niet openbaar toegankelijk zijn (bijv. een ongepubliceerd vonnis, correspondentie, een bepaald contract of een krantenknipsel) als bijlage worden opgenomen.

De omvang van de scriptie ligt in geval van een 10 EC-scriptie in beginsel tussen 25 en 30 pagina's (circa 350 woorden per bladzijde), excl. bijlagen. Als het gaat om een 15 EC-scriptie dan ligt de omvang in beginsel tussen 40 en 55 pagina's, excl. bijlagen.

Bronnen

Bij het schrijven van een scriptie wordt uiteraard gebruik gemaakt van allerlei binnen- en buitenlandse bronnen, zoals boeken, tijdschriftartikelen en (geannoteerde) rechtspraak. Soms wordt nog ander materiaal gebruikt, zoals brochures, interviews en dergelijke. Materiaal waarover de scriptiebegeleider niet zelf reeds beschikt en dat ook niet op de UB, de faculteitsbibliotheek of het IViR-Documentatiecentrum aanwezig is moet tegelijk met de (concept)scriptie, in kopie of in elektronische vorm, ter beschikking van de docent worden gesteld. Dat laatste geldt ook voor internetpagina's, die immers sinds ze werden geraadpleegd intussen kunnen zijn gewijzigd. Vermijd echter zoveel mogelijk URL's naar bronnen die ook in druk beschikbaar zijn en gebruik dus in beginsel zoveel mogelijk bibliografisch traceerbare bronnen.
Ga alleen over tot rechtsvergelijking als je het andere rechtsstelsel in voldoende mate beheerst; incidentele vergelijkingen met buitenlandse rechtspraak zijn uiteraard wel toegestaan.

Verantwoording

In de scriptie dient het gebruik van bronnenmateriaal in veel gevallen verantwoord te worden. Als het gaat om meer algemene zaken waarover al diverse auteurs geschreven hebben, dan is het parafraseren daarvan (dus zonder aanhalingstekens) voldoende en behoeft niet naar al die auteurs verwezen te worden. Gaat het om het weergeven van iemands bepaalde mening, dan is letterlijk citeren (tussen aanhalingstekens) of parafraseren (zonder aanhalingstekens) de aangewezen methode. Letterlijk citeren is overigens alleen dienstig, wanneer door weergave in je eigen woorden iets belangrijks verloren zou gaan. Beperk een citaat altijd tot datgene wat voor het begrijpen van het verband nodig en voor je betoog essentieel is.
Zowel bij citaten (zie art. 15a, eerste lid Auteurswet) als bij andere ontleningen (bijv. de vermelding van gegevens aan de hand van gebruikte literatuur) moet in een voetnoot de bron ervan duidelijk worden vermeld, waarbij uiteraard niet alleen de titel van het boek of het tijdschriftartikel moet worden vermeld, maar ook de pagina('s).

Plagiaat

Het gebruik zonder juiste bronvermelding van (letterlijke of herschreven maar desondanks herkenbare) teksten uit bepaalde publicaties of andere bronnen valt te beschouwen als plagiaat, en is onaanvaardbaar. Hetzelfde geldt als niet de tekst maar wel de structuur van een (deel van een) publicatie zonder enige bronvermelding en verantwoording is overgenomen. Het argument dat de gebruikte passages perfect zijn en niet vallen te verbeteren is geen excuus; onbekendheid met de toepasselijke wetenschappelijke en maatschappelijke normen evenmin. Bij twijfel vraag je de scriptiebegeleider of het bronnenmateriaal op een bepaalde manier mag worden verwerkt.

Een scriptie waarin plagiaat wordt geconstateerd wordt zonder meer afgekeurd! Plagiaatgevallen worden ter kennis gebracht van de Examencommissie.

Inlevering conceptversie / eindversie

Neem tijdig vóór inlevering - in print en/of in digitale vorm (in Word) - van de conceptversie van de volledige scriptie (d.w.z. geen 'kladversie', maar een concept van de eindversie, dus incl. voetnoten, overzicht van rechtspraak en geraadpleegde literatuur, etc.) contact op met de scriptiebegeleider, om te voorkomen dat de conceptversie bijvoorbeeld wegens afwezigheid een tijd onaangeroerd blijft liggen. De van de scriptiebegeleider te ontvangen aantekeningen, opmerkingen en andere feedback kunnen als hulpmiddel dienen bij het werk aan de eindversie.

Deze door de scriptiebegeleider en een tweede lezer te beoordelen eindversie dient zowel in (liefst dubbelzijdig) geprinte vorm (ingebonden èn voorzien van omslag) als elektronisch (per e-mail) ter beoordeling te worden ingeleverd (dit laatste mede i.v.m. het – steekproefsgewijze, o.m. door zoekmachines – te verrichten onderzoek naar plagiaat). Deze eindversie dient ook te worden ingezonden t.b.v. de database Scripties Online (zie hieronder).

Vermeld op het voorblad/omslag alleen de titel (en ondertitel) van de scriptie, je naam, de maand en het jaartal van inlevering. Vermeld dezelfde gegevens ook op de tweede bladzijde, maar vul deze daar aan met uw adres, telefoonnummer, e-mailadres, studentnummer en naam van de scriptiebegeleider.

De datum van inlevering van de (eenmaal door twee beoordelaars goedgekeurde) eindversie wordt genoteerd op het scriptiebriefje.

'Scripties Online'

Met ingang van studiejaar 2010-2011 worden alle aan de FdR geschreven masterscripties opgenomen in een digitale database 'Scripties Online'. Deze wordt door de Universiteitsbibliotheek beheerd. Alle scribenten moeten daartoe hun scriptie digitaal inleveren en het formulier 'Scripties Online' invullen.

Alleen als ze aan deze twee voorwaarden hebben voldaan, kunnen ze het scriptiebriefje ontvangen. Het is overigens mogelijk om via het formulier bezwaar te maken tegen publicatie, bijvoorbeeld vanwege geheimhoudingsplicht of afspraken met een commerciële uitgeverij.

De scripties zullen gedurende 5 jaar beschikbaar blijven en daarna automatisch uit de database verdwijnen.

Eindversie van scriptie ingeleverd? Tijd om af te studeren?

In veel gevallen zal de scriptie het laatste onderdeel zijn van de master. De datum van het laatst behaalde masteronderdeel is tevens de op de masterbul te noteren examendatum/afstudeerdatum. In het geval van een scriptie zal dat dus de datum zijn waarop de - door de scriptiebegeleider en een tweede lezer nog te beoordelen - eindversie is ingeleverd (ongeacht de nakijktermijn). Hierbij geldt wel de volgende voorwaarde: de student moet meteen na het afleggen van het laatste onderdeel van de opleiding (dus als het daarbij gaat om de scriptie meteen na inlevering van de eindversie ervan) de afstudeerprocedure in gang zetten! De afstudeerprocedure wordt in gang gezet door het aanvragen van het zogeheten vooronderzoek in dezelfde maand als waarin de eindversie van de scriptie is ingeleverd (dus vaak zonder dat het resultaat ervan al aan de student bekend is).

LET OP: Het te laat in gang zetten van de afstudeerprocedure kan consequenties hebben voor de afstudeerdatum. Als daarmee bijvoorbeeld gewacht wordt tot een nieuw collegejaar is begonnen, wordt het examen gedateerd in het nieuwe collegejaar. In zo’n geval moet de student zich opnieuw laten inschrijven (en eventueel extra collegegeld betalen).

Informatie over de gehele afstudeerprocedure (vooronderzoek bulaanvrage, definitieve bulaanvrage, wijze van buluitreiking etc.) is hier te vinden.


Bijgewerkt 23.04.2013