|
|
|
|
|
Curriculum Vitae
|
|
Bart van der Sloot is de coördinator van het
Amsterdam Platform for Privacy Research en promovendus aan
het Instituut voor Informatierecht. Hij is gespecialiseerd
in privacyonderwerpen, maar houdt zich tevens bezig met de
aansprakelijkheid van internet intermediairs,
internetregulering en auteursrechtkwesties op het web.
Het proefschrift, dat wordt gefinancierd door
een Top Talent beurs van de Nederlandse organisatie voor
Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), betreft de mogelijke
waarde van een deugd-ethische benadering van
privacyregulering. Het huidige privacy paradigma, dat is
gebaseerd op individuele rechten, wordt met name op twee
punten bekritiseerd. Ten eerste zijn individuen vaak slecht
in staat hun individuele belangen in juridische procedures
te substantiëren en ten tweede wegen hun individuele
belangen vaak niet op tegen publieke belangen als veiligheid
en orde. Deze studie zal een alternatieve, deugd-ethische
benadering van privacyregulering aandragen, waarbij als
uitgangspunt wordt genomen de plichten van de actor
(bijvoorbeeld een staat) van een privacyschending. Een
dergelijke benadering zal niet het publieke belang van
veiligheid wegen ten opzichte van individuele
privacybelangen, maar zal kijken of de actor zijn
verantwoordelijkheden en zorgplichten heeft nageleefd. Deze
studie zal zodoende het potentieel van een deugd-ethische
benadering van privacyregulering bestuderen, waarin de
bescherming van privacy zou kunnen worden vergroot.
Bart van der Sloot is tevens coördinator van
het Amsterdam Platform for Privacy Research (APPR) dat
bestaat uit zo'n 70 medewerkers aan de Universiteit van
Amsterdam die zich in hun dagelijkse onderzoek en onderwijs
richten op privacygerelateerde aspecten, vanuit
verschillende invalshoeken, zoals rechten, filosofie,
economie, informatica, geneeskunde, communicatiewetenschap,
politicologie etc. Meer informatie is te vinden op
www.appr.uva.nl
Van 7 tot 10 oktober (2012) werd er door het APPR een
vierdaagse, interdisciplinaire, internationale
privacyconferentie
georganiseerd.
Bart van der Sloot heeft recht, management en filosofie
gestudeerd in Nijmegen, Amsterdam, Perugia en Bologna. Hij
studeerde in 2009 af in de wijsbegeerte op het onderwerp
'Vrijheid, gelijkheid en legitimiteit.
Reflecties op de Franse Revolutie van Hegel en Burke.'
In 2010 studeerde hij af in het recht op het onderwerp
'De reikwijdte van de macht. Een verhandeling
over staatsnoodrecht.'
Ook behaalde hij in 2008 zijn diploma voor het
Honoursprogramma van de Radboud Universiteit Nijmegen.
|
|
Publicaties
|
Tussen
beeld en werkelijkheid: het verschil tussen de
traditionele kartografie en Google Street View,
Geo-Info, 2013-3, p. 4-6.24.05.2013
|
De nieuwe consumentenrechten in de Algemene verordening
gegevensbescherming: vergeten worden, dataportabiliteit
en profilering, Tijdschrift voor Consumentenrecht en
handelspraktijken, 2012-6, p. 250-259.
De Europese Dataprotectierichtlijn
stelt regels ten aanzien van de verwerking van
persoonsgegevens. Anders dan het recht op privacy
ziet het gegevensbeschermingsrecht niet zozeer op
restricties, maar op waarborgen door middel van de
codificatie van algemene zorgvuldigheidsnormen, en
niet op de relatie tussen staat en burger, maar op
die tussen burgers en bedrijven onderling. In
januari 2012 is er een voorstel gedaan voor een
Algemene verordening gegevensbescherming, die de
richtlijn uit 1995 op termijn zal moeten vervangen.
De verordening speelt onder meer in op het digitale
tijdperk en de snelgroeiende internetdiensten. De
verordening zet daarbij in op een vergroting van de
handhavende rol van de staat en op concrete rechten
van de consument, zoals het recht om vergeten te
worden, het recht op dataportabiliteit en het recht
op bescherming tegen profilering. Dit artikel
belicht de belangrijkste wijzigingen onder de
verordening, analyseert de nieuw toegekende
consumentenrechten en beoordeelt in hoeverre de
verordening consumenten in het digitale tijdperk een
adequate bescherming zal bieden.
24.05.2013
|
(met
N. Helberger,
L. Guibault, M.B.M. Loos, C. Mak
& L. Pessers)
Digital Consumers and the Law:
Towards a Cohesive European Framework, Kluwer
Law International: Alphen aan den Rijn 2013.
ISBN: 9789041140494.
This book provides
a critical analysis of how digitisation affects
established concepts and policies in consumer law.
Based on evidence of the actual experience and
problems encountered by consumers in digital
markets, the book offers a ground-breaking study of
the main issues arising in relation to the
application of general consumer and sector-specific
law. An interdisciplinary team of researchers from
the Centre for the Study of European Contract Law
(CSECL) and the Institute for Information Law
(IViR), both University of Amsterdam, combine their
expertise in general consumer and contract law,
telecommunications law, media law, copyright law and
privacy law in a joint effort to point the way to a
truly cohesive European Framework for Digital
Consumers and the Law.
Topics in this book include the characteristics of
digital content markets and how they relate to
traditional consumer law; consumer concerns,
reasonable expectations and how they are protected
by law; the difficult question of the classification
of digital content; legal questions triggered by
prosumers and underage consumers; the feasibility
and future of the information approach to consumer
protection; the role of fundamental rights
considerations, and the legal implications of an
economy that uses personal data as the new currency.
Digital Consumers and the Law
is an important analysis for all those interested or
involved in the regulation of digital content
markets. With its comprehensive discussion of a wide
range of fundamental as well as praxis-oriented
questions, it is an essential read for academics,
policy makers, members of the content industry as
well as consumer representatives.
See more details about
the book
here.
31.01.2013
|
(met C. Dos Santos, E. Bassi, C. de Terwagne, M.
Fernádez Salmerón, P. Tepina)
LAPSI Policy Recommendation n. 4: Privacy and Personal
Data Protection,
LAPSI Working Group 2: Privacy Aspects of PSI.
22.01.2013
|
Walking a Thin Line: The Regulation of EPGs,
JIPITEC,
2012-2, p. 138-147.
The digitisation
of television
broadcasting has
facilitated an
exponential
growth both in
the number and
the diversity of
programs and
channels.
Electronic
Programme Guides
(EPGs) help
consumers find
their way in
this abundance
of
offerings.EPGs
serve as a
classical
listing magazine
or broadcasting
guide with
extensive
information on
television
programs; like
VCRs, they
enable the
recording of
programs; as
search engines,
they allow users
to look for
content on the
basis of a
keyword; and
finally, EPGs
list the most
favoured
programs on the
first page,
either on the
basis of
popularity, the
personal profile
of the consumer
or on the basis
of agreements
with particular
broadcasting
agencies. This
article assesses
how various
European
countries
approach the
regulation of
EPGs and
determines
whether and how
they try to
reaffirm
guarantees for
diversity and
pluralism in the
digital
television
environment.
20.11.2012
|
|
Due
Prominence in Electronic Programme Guides,
IRIS Plus, 2012-5. 20.11.2012
|
(met
F. Zuiderveen Borgesius),
Google's Dead End, or: on Street View and the Right to
Data Protection: An analysis of Google Street View's
compatibility with EU data protection law, Computer
Law Review International, 2012-4, p. 103-109.
May a company
photograph the daily lives of people all over the
world, store those photos, and publish them on the
internet? This article assesses which obligations
Google has to fulfil in order to respect the
European data protection rules. The focus lies on
three questions. First, which data processed for the
Street View service are personal data? Second, does
Google have a legitimate ground for processing
personal data? Third, does Google comply with its
transparency obligations and does it respect the
rights of the data subjects, specifically their
right to information?
20.11.2012
|
From Data Minimization to
Data Minimummization, in: B. Custers, T. Calders,
B. Schermer & T. Zarsky (eds.),
Discrimination and
Privacy in the Information Society. Data Mining and
Profiling in Large Databases, Springer: Heidelberg
2012, p. 273-287.
ISBN: 9783642304866.
Data mining and profiling
offer great opportunities,
but also involve risks
related to privacy and
discrimination. Both
problems are often addressed
by implementing data
minimization principles,
which entail restrictions on
gathering, processing and
using data. Although data
minimization can sometimes
help to minimize the scale
of damage that may take
place in relation to privacy
and discrimination, for
example when a data leak
occurs or when data are
being misused, it has
several disadvantages as
well. Firstly, the dataset
loses a rather large part of
its value when personal and
sensitive data are filtered
from it. Secondly, by
deleting these data, the
context in which the data
were gathered and had a
certain meaning is lost.
This chapter will argue that
this loss of contextuality,
which is inherent to data
mining as such but is
aggravated by the use of
data minimization
principles, gives rise to or
aggravates already existing
privacy and discrimination
problems. Thus, an opposite
approach is suggested,
namely that of data minimummization,
which requires a minimum set
of data being gathered,
stored and clustered when
used in practice. This
chapter argues that if the
data minimummization
principle is not realized,
this may lead to quite some
inconveniences; on the other
hand, if the principle is
realized, new techniques can
be developed that rely on
the context of the data,
which may provide for
innovative solutions.
However, this is far from a
solved problem and it
requires further research.
20.11.2012
|
(met
N.A.N.M. van Eijk),
Must-carry Regulation: A Must or a Burden?,
IRIS plus, 2012-5, p. 7-23.
The first
must-carry rules date back to 1990, the time when
space on analogue broadcasting networks was limited
and when supply grew quickly due to the introduction
of private broadcasters. To ensure that channels of
general interest would still be transmitted,
countries introduced rules to regulate the scarcely
available cable capacity. The major reason for
introducing these must-carry rules was to guarantee
access to public service broadcasting and ensure a
diverse choice of programmes. The option in the
European regulatory framework of reserving
distribution capacity for selected channels, is
characterised by its technology-neutral formulation.
A distinctive feature of these European rules is
that must-carry obligations can only be imposed if
the respective networks are the principal means of
receiving radio and television channels for a
significant number of end-users of these networks.
In a market where users increasingly opt for using
one provider for all their communication services,
the question is justified if - apart from technical
restrictions - must-carry obligations should be
linked to a quantitative criterion. In this article,
insight is provided into the choices made by various
European countries with respect to regulation
must-carry obligations and how the general European
framework is applicable to national regulations. A
brief comparison is made with the situation in the
United States, some conclusions are drawn and
thoughts are provided on the future of must-carry
obligations in Europe.
09.10.2012
|
Wie niet weg is, is gezien: Google Street View en
privacybescherming, Informatie, september 2012, p.
14-18.
Google Street View
is al geruime tijd actief in Nederland en heeft het
leeuwendeel van het land en zijn openbare wegen in
kaart gebracht. Deze internetdienst bestaat niet
slechts uit een plattegrond. Hij biedt raadplegers
daarnaast de mogelijkheid in te zoomen op de kaart
en virtueel rond te kijken en te lopen in een
straat. Aaneengeschakelde foto's geven de kijker
reëel beeld van een locatie. Op deze foto's staan
echter niet alleen straten, er zijn tevens mensen in
hun dagelijks leven op afgebeeld. Dit brengt een
aantal privacy- en gegevensbeschermingsvraagstukken
met zich mee, die in dit artikel zullen worden
besproken.
07.09.2012
|
(met
N.A.N.M. van Eijk,
N. Helberger,
L. Kool, A. van der Plas)
Online tracking: questioning the power of informed
consent, info, 2012-5, p. 57-73.
The paper aims to
report the main findings of a study for the Dutch
Regulatory Authority for the Telecommunications
sector OPTA to explore how the new European "cookie
rules" in the ePrivacy Directive impact on
behavioral advertising practices via the storing and
reading of cookies. The paper identifies the main
dilemmas with the implementation of the new European
rules. The Dutch case provides a valuable reality
check also outside The Netherlands. Even before the
amendment of the directive, The Netherlands already
had an opt-in system in place. From the Dutch
experience important lessons can be learned also for
other European countries.
10.08.2012
|
Privacy als empowerment: van pacificatiestrategie tot
wapenwedloop, De Filosoof, 2012-55.
07.08.2012
|
Subjectieve verwijtbaarheid van internet intermediairs:
enkele vragen, AMI, 2012-3.
07.08.2012
|
De Occupy-beweging en het recht om niets te zeggen, of
over Bartleby the scriveneer, Informail, 2012-1.
07.08.2012
|
(met M.J. van Woelderen)
De staat
als autist, Opinie, NJB, 2012-24, p.
1365-1366.
In onze
informatiemaatschappij is decontextualisering
wijdverbreid en krijgt zij zelfs een institutioneel
karakter. De staat verzamelt op grote schaal
informatie en vervolgens worden databases aan elkaar
gekoppeld en gegevens geanalyseerd, vaak door
computers. Deze grootschalige datamining maakt de
staat tot een autist die alle informatie verzamelt
zonder hoofd- en bijzaken te onderscheiden.
19.06.2012
|
Langs lijnen van geleidelijkheid: een
jurisprudentieanalyse van artikel 15 EVRM, NTM/NJCM-Bulletin, 2012-2, p. 208-229.
Dit artikel geeft een kort overzicht
van de totstandkoming van en de jurisprudentie die
tot nu toe is gewezen met betrekking tot artikel 15
EVRM, waarin het staatsnoodrecht is vervat. Deze
doctrine houdt in dat het gewone recht tijdelijk kan
worden uitgezonderd in tijden van oorlog of
vergelijkbare nood, om zodoende de staat en zijn
rechtsorde doeltreffend te kunnen beschermen.
Aangezien er van een aantal zeer fundamentele
rechten kan worden afgeweken en het staatsnoodrecht
historisch gezien vaak is misbruikt door totalitaire
regimes is er voor gekozen dit recht ook in het EVRM
op te nemen, om de inzet daarvan door nationale
overheden aan Europees toezicht te kunnen
onderwerpen. Een analyse van de jurisprudentie laat
echter zien dat dit toezicht geleidelijk aan steeds
meer is verwaterd.
22.05.2012
|
De regulering van Elektronische ProgrammaGidsen: kiezen
tussen exclusieve, inclusieve en compenserende
neutraliteit, Computerrecht, 2012-2, p. 109-119.
De overgang van
analoge naar digitale televisie en programma-aanbod
heeft grote consequenties gehad voor het
televisielandschap en de regulering daarvan. Waar er
aanvankelijk schaarste bestond, daar geldt thans een
overdaad in aanbod. Dit heeft twee belangrijke
gevolgen teweeggebracht. Ten eerste is zowel de
mogelijkheid als de legitimatie van de Staat om over
te gaan tot mediaregulering, onder andere in verband
met kwaliteit en pluriformiteit, onder druk komen te
staan, daar deze aanvankelijk juist was gestoeld op
de eerlijke verdeling van de schaarse etherruimte.
Ten tweede wordt de consument geconfronteerd met een
overdaad aan digitale zenders, waarvan het
tijdrovend kan zijn het kaf van het koren te
scheiden en te bepalen welke van de aangeboden
programma’s het best bij de persoonlijke interesses
aansluit. Dit laatste euvel kan deels worden
verholpen middels de Elektronische ProgrammaGidsen
(EPG), een navigatie- en zoeksysteem waarmee
programma-informatie kan worden geraadpleegd, een
lijst met al dan niet op een persoonsprofiel
toegesneden programma’s kan worden opgevraagd en
programma’s kunnen worden opgenomen
en teruggekeken. In dit artikel wordt bekeken hoe
diverse overheden ten aanzien van de EPG omgaan met
hun traditionele rol om diversiteit te bevorderen,
daarbij tevens rekening houdend met het principe van
staatsneutraliteit. Daarbij kunnen drie typen
(overheids)neutraliteit een rol spelen: exclusieve,
inclusieve en compenserende neutraliteit.
04.05.2012
|
Persoonsgegevens als hedendaagse Kantharos, Opinie,
Mediaforum 2012-5, p. 153.
04.05.2012
|
Naar een pathologie van privacyschendingen, of over het
doel dat de middelen heiligt, Privacy & Informatie,
2012-2, p. 58-66.
Er is de afgelopen
decennia veel literatuur verschenen over de waarde
van privacy, de (juridische) methode ten aanzien van
privacybescherming en de gevolgen van
(grootschalige) privacyschendingen voor het individu
en de maatschappij in haar geheel. Een onderwerp dat
tot nu toe echter vrijwel onbelicht is gebleven, is
de vraag waarom privacyschendingen geschieden. Is er
een logica te ontdekken achter de
privacyschendingen, waarom hebben ze plaats en hoe
worden ze gelegitimeerd? Dit essay geeft een eerste
aanzet tot een theoretische beantwoording van deze
vragen: een pathologie van privacyschendingen. Aan
de
hand van een driedeling in de ethiek tussen
teleologie, deontologie en deugdethiek, zal worden
beargumenteerd dat privacyschendingen vaak worden
beschouwd als instrumenteel aan het bereiken van een
hoger doel en dat zij daardoor worden gelegitimeerd.
24.04.2012
|
(met F.J. Zuiderveen Borgesius)
Google and Personal Data Protection, Working Paper,
2012.
This
chapter discusses the interplay between the European
personal data protection regime and two specific Google
services, Interest Based Advertising and Google Street
View. The chapter assesses first the applicability of
the Data Protection Directive, then jurisdictional
issues, the principles relating to data quality, whether
there is a legitimate purpose for data processing, and
lastly the transparency principle in connection with the
rights of the data subject. The conclusion is that not
all aspects of the services are easy to reconcile with
the Directive's requirements.
21.03.2012
|
(met J. Poort,
N.A.N.M. van Eijk, I. Akker & P.
Rutten)
Digitally binding: Examining the feasibility of charging
a fixed price for e-books, Report commissioned by
the Ministry of Education, Culture and Science (OC&W),
Amsterdam, March 2012.
Legal price fixing for printed books
in the Dutch and Frisian languages was introduced in
the Netherlands in 2005. Publishers today are
required to fix retail prices for new books and
retailers are required to charge the prices set.
Fixed prices are valid for an indefinite period, but
publishers are permitted to adjust them after a
period of six months and to discard the fixed price
altogether after a year. The Resale Price
Maintenance (Books) Act (Wet op de vaste
boekenprijs) seeks to contribute towards a large
and varied stock and wide geographic availability of
books, as well as towards public participation
(purchasing and reading habits). With the emergence
of e-books, the question arises as to whether it
would be possible and desirable to introduce legally
enforced price fixing for digital books too. This
study examines the feasibility and enforceability of
resale price maintenance (RPM) for e-books and
analyses the functionality in terms of the degree to
which it contributes to pluralism and the broad
availability of supply, the market structure of the
book business and the diversity and availability of
print books.
Originally published in Dutch as:
Digitaal gebonden: Onderzoek naar de functionaliteit van
een vaste prijs voor het e-boek.
09.03.2012
|
Digital content services for consumers: Comparative
analysis of the applicable legal frameworks and
suggestions for the contours of a model system of
consumer protection in relation to digital content
services, Report 1: Country reports, Centre for the
Study of European Contract Law (CSECL) & Institute for
Information Law (IViR), 2012, 432 pp.
The Centre for the
Study of European Contract Law (CSECL) and the
Institute for Information Law (IViR) were
commissioned by the European Commission to conduct a
study on digital content services for consumers.
This report contains the country reports of 9 Member
States - Finland, France, Germany, Hungary, Italy,
The Netherlands, Poland, Spain and the United
Kingdom - and two legal systems from outside the EU,
i.e. Norway and the United States. The country
reports contain the responses of national experts to
a questionnaire developed by the CSECL and the IViR.
02.03.2012
|
De verantwoordelijkheid voorbij: de ISP op de stoel van
de rechter, Tijdschrift voor Internetrecht, 2011-5, p.
136-140.
Het Nederlandse
aansprakelijkheidsregime ten aanzien van internet
service providers (ISPs) is in vergelijking met
uitlandse stelsels uniek, daar aansprakelijkheid
vrijwel uitsluitend wordt afgeleid uit een schending
van de in acht te nemen 'zorgplicht'. Naast het feit
dat dit en de daaraan gekoppelde 'redelijkheid en
billijkheid' notoir vage concepten zijn, waarvan het
vaak onduidelijk is hoe deze in de praktijk moeten
worden geďnterpreteerd, dient een provider niet
slechts zorg te betrachten naar derde partijen die
mogelijk in hun rechten worden geschonden, maar ook
naar klanten, die recht hebben op onder andere
privacy en vrijheid van meningsuiting. De
intermediair ziet zich vaak genoodzaakt de uitleg
van deze begrippen en de afweging van verschillende
belangen in concrete situaties op zich te nemen, nog
voor een zaak aanhangig wordt gemaakt; doet hij dat
niet of ondeugdelijk, dan kan hij aansprakelijk
worden gesteld voor eventuele gevolgschade die één
van de betrokken partijen leidt. Dit artikel
inventariseert het Nederlandse
aansprakelijkheidsregime en bespreekt de
onvolkomenheden.
13.01.2012
|
On the fabrication of sausages, or of Open Government
and Private Data,
JeDEM, 2011-2, p. 1-16.
Governments have
become increasingly open and transparent over the
last few years. Originally, this trend was largely
based on the desire to give citizens access to
governmental information, so that state policies and
regulatory practices could be controlled and
debated. The right to access of governmental data
was directly linked with democratic values such as
autonomous citizenship, public debate and control on
governmental power. In the beginning of this
century, emphasis has shifted to a new ground for
requiring transparency, namely the re-use of public
sector information. Re-use of governmental data by
third parties is mostly executed by market parties
with commercial interests. The principles of open
government and data re-use specifically conflict
with intellectual property and privacy rights. This
article analyses the tension between open government
policies and the protection of personal information
from a legal perspective. Finally, it assesses
whether and if so, how the two principles can be
reconciled.
06.01.2012
|
Privacy in het leven van ouderen,
Geron, 2011-4, p.
53-55.
03.01.2012
|
(met A. Leurdijk, O. Nieuwenhuis, T. Bachet, P. Nooren en
N.A.N.M. van Eijk)
Audiovisuele mediadistributie, bottlenecks en beleid:
Agenderende studie naar potentiële bottlenecks voor
distributie van televisie en audiovisuele content en
beleidsopties, TNO-rapport in opdracht van het
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2
december 2011.
06.12.2011
|
(met J. Poort, I. Akker,
N.A.N.M. van Eijk & P. Rutten)
Digitaal gebonden: Onderzoek naar de functionaliteit van
een vaste prijs voor het e-boek, Onderzoek in
opdracht van het Ministerie van OC&W, in
samenwerking met SEO Economisch Onderzoek, Amsterdam, oktober
2011.29.11.2011
|
(met M.B.M. Loos,
N. Helberger,
L. Guibault, C. Mak, L.
Pessers, K.J. Cseres & R. Tigner),
Analysis of the applicable legal frameworks and
suggestions for the contours of a model system of
consumer protection in relation to digital content
contracts, Final Report, Comparative analysis, Law &
Economics analysis, assessment and development of
recommendations for possible future rules on digital
content contracts.
Zie voor meer informatie
ook de
website van de Europese Commissie.
23.11.2011
|
|
De koning is dood, lang leve Henk en Ingrid!, NJB, 2011-35, p.
2368-2369.
25.10.2011
|
(met N.A.N.M. van Eijk,
N. Helberger, L. Kool & A. van
der Plas)
Online tracking: Questioning the power of informed
consent,
Paper prepared for ITS, 22nd European Regional ITS
Conference Budapest, Hungary (18-21 September 2011).
18.10.2011
|
(met N.A.N.M. van Eijk)
How
Television went digital in the Netherlands,
Mapping Digital Media: reference series no. 11,
september 2011.
11.10.2011
|
Public Sector Information & Data Protection: A plea for
personal privacy settings for the re-use of PSI,
Informatica e Diritto, Fascicolo 1-2, 2011, p.
219-236.11.10.2011
|
De wegen van Google zijn ondoorgrondelijk: over Street
View en dataprotectie, Privacy &
Informatie, 2011-4, p. 176-190.
Google Street View
is al geruime tijd actief in Nederland en heeft het
leeuwendeel van het land en de openbare wegen in
kaart gebracht. Deze internetdienst bestaat niet
slechts uit een plattegrond, maar biedt raadplegers
tevens de mogelijkheid in te zoomen op de kaart en
virtueel rond te kijken en te lopen in een straat.
Door middel van foto’s die aaneengeschakeld
zijn krijgt de kijker een reëel beeld van een
locatie. Op deze foto’s staan echter niet alleen
straten, er zijn tevens mensen op afgebeeld. Dit
brengt een aantal privacy- en
dataprotectievraagstukken met zich mee. Alhoewel de
discussie rondom Street View van de Verenigde Staten
tot Spanje en van Duitsland tot Australië is
opgelaaid, blijft het debat in Nederland beperkt.
Dit artikel geeft weer in hoeverre Google Street
View voldoet aan de vereisten die de Wet bescherming
persoonsgegevens (Wbp) stelt.
12.09.2011
|
(met
J.J.C. Kabel, M. Antic, A.
Lagemaat & M. van Stekelenburg)
To what
extent should on-line intermediaries (such as ISPs and
operators of online market places) be responsible for
the control or prohibition of unfair competitive
practices (in particular sales of products contrary to
the law) carried out on their systems?,
Dutch Report for the LIDC Congress in Oxford (22-24
September 2011).
Zie ook de op 24 september
2011 aangenomen
resolutie.
Zie ook het
internationaal rapport van T. Cook.
29.07.2011
|
Autoriteit,
Scribe et Impera, 2011-2, p. 8-10.
24.06.2011
|
Je geld of je gegevens. De keuze tussen privacybescherming en gratis internetdiensten, NJB, 2011-23, p. 1493-1496.
19.06.2011
|
Three
strikes you're out. De bescherming van auteursrecht op
het internet,
AMI, 2011-3, p. 84-94.
16.06.2011
|
Interview met
Bart van der Sloot: Constant een levensteken. Leren
omgaan met de sociale media,
Volzin, 13 mei 2011.
16.06.2011
|
|
(met
M.M.M. van Eechoud,
S.J. van Gompel,
L. Guibault & P.B. Hugenholtz)
Report of the Netherlands for ALAI 2011 Study Days
(Dublin).
19.05.2011
|
Het
plaatsen van cookies ten behoeve van behavioural
targeting vanuit privacyperspectief, Privacy &
Informatie, 2011-2, p. 62-70.
Sinds een aantal
jaren is behavioural targeting sterk in opkomst.
Door het gedrag van internetgebruikers te volgen en
te analyseren, kan reclame worden gegenereerd op
basis van persoonlijke voorkeuren. Hiertoe worden
cookies geplaatst op de computers van
internetgebruikers, kleine tekstbestandjes die
surfgedrag kunnen registreren. Aangezien deze
reclame op persoonlijke voorkeuren is gebaseerd, is
zij effectiever en vertegenwoordigt derhalve een
grote economische waarde. Al sinds de opkomst van
dit fenomeen wordt er op het privacyschendende
karakter van deze reclametechniek gewezen. Dit
artikel geeft een overzicht van de kritiek die in de
loop der jaren is geuit op het plaatsen van cookies
en het gebruik van de verkregen gegevens voor
behavioural targeting. De stelling is dat de
opgeworpen argumenten onvoldoende reden geven om aan
te nemen dat er een inherente privacyschending met
dit fenomeen is gemoeid, maar dat er daarentegen
overduidelijk een dataprotectieprobleem aan is
gelieerd. Uit dit laatste vloeit wel een afgeleid
privacyprobleem voort.
26.04.2011
|
WikiLeaks: te actief voor een webhoster, te passief voor
een journalistiek medium, NJB, 2011-12, p. 734-739.
WikiLeaks begon op
28 november 2010 met het publiceren van 250.000
documenten, afkomstig van de Amerikaanse
diplomatieke dienst. De Amerikaanse overheid
onderzoekt momenteel of ze WikiLeaks hiervoor kan
vervolgen. WikiLeaks verweert zich op voorhand door
te stellen dat zij anderen slechts een platform
biedt om stukken te lekken en derhalve niet zelf
verantwoordelijk is voor de wederrechtelijkheid van
de publicatie. En ook dat zij als journalistiek
medium dient te worden beschouwd en derhalve
aanspraak kan maken op een vergrote bescherming
onder de vrijheid van meningsuitingdoctrine. Gaan
deze verweren op?
25.03.2011
|
(met L. Kool, A. van der
Plas, N.A.N.M. van Eijk &
N. Helberger)
A
bite too big: Dilemma's bij de implementatie van de
Cookiewet in Nederland, TNO-rapport nr. 35473, in
opdracht van OPTA, 28 februari 2011.
Door een
aanscherping van de Europese e-Privacyrichtlijn is
bij het plaatsen van cookies, die bijvoorbeeld
worden gebruikt om het surfgedrag van
internetgebruikers te volgen, vooraf toestemming van
de gebruiker nodig (en die dient gebaseerd te zijn
op een geďnformeerde keuze). Deze aanscherping op
Europees niveau (Nederland kent al een bepaling op
grond waarvan cookies kunnen worden geweigerd) heeft
geleid tot een brede discussie over de
uitvoerbaarheid en de wijze van toezicht op de
regelgeving omtrent cookies. Eind mei moet de
richtlijn in nationale wetgeving zijn
geďmplementeerd. Een wetsvoorstel daartoe ligt nu
bij de Tweede Kamer. Ter voorbereiding heeft OPTA
aan TNO en IViR gevraagd te onderzoeken wat de
nieuwe juridische situatie in de praktijk betekent.
Zie ook het
persbericht en de
Management Summary (in het Engels).
Zie ook de
reactie van TNO/IViR aan de leden van de Commissie
Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, op de
branchereactie van 18 maart 2011.
17.03.2011
|
Virtual Identity and Virtual Privacy: towards a Concept of
Regulation by Analogy, eGov Präsenz, 2011-1, p.
41-43.
The right to privacy
protects the unimpeded creation of one's personal identity
without external infringements. This protection is essential
for the development of independent citizens, which properly
functioning democratic states cannot do without. As a
growing number of people share their identity on the
Internet, there is an increasing demand for privacy rights
that protect the unimpeded creation of the virtual identity.
The right to virtual privacy ensures the independent
development of one's virtual personality, and also offers an
opportunity for regulating cyberspace in an innovative way.
01.03.2011
|
Privacyrechten voor avatars:
over normen en waarden in cyberspace, Privacy & Informatie,
2010-6, p. 296-302.
Het recht op privacy en
daarmee de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
geldt als één van de meest fundamentele grondbeginselen van
de rechtsstaat en als een belangrijk mensenrecht. Anders dan
het recht op vrijheid van meningsuiting, vereniging of
betoog, beschermt het recht op privacy niet alleen de
mogelijkheid om uiting te geven aan een al gevormde
identiteit, maar beschermt het juist de mogelijkheid deze te
ontwikkelen. Identiteitsvorming zonder beďnvloeding van
buiten is van wezenlijk belang voor het zelfstandig
burgerschap dat een goed functionerende democratische
rechtsstaat vereist. Doordat een groeiende groep mensen een
deel van zijn identiteit gedragen ziet door de avatar in
cyberspace, klinkt er een steeds luidere roep om het recht
op privacy ook aan avatars toe te kennen. Zodoende kunnen
zij hun identiteit zelfstandig en onafhankelijk vormen in de
virtuele wereld. Daarbij kan dit een aanzet vormen om
virtuele werelden op een innovatieve wijze te reguleren.
26.04.2011
|
De evaluatie van de Wet bescherming persoonsgegevens,
Privacy & Informatie, 2010-5, p. 224-236.
De Wet bescherming
persoonsgegevens (Wbp) is één van de belangrijkste
wetten ten aanzien van privacy in Nederland. Echter, al
voor haar inwerkingtreding in 2001 is zij aan kritiek
onderhevig en wordt zij op een aantal punten als
inadequaat beschouwd. Niet alleen in de jurisprudentie
en de wetenschappelijke literatuur zijn knelpunten
opgeworpen, ook zijn de wet en de daarmee
geďmplementeerde Europese Privacyrichtlijn meerdere
malen aan een evaluatie onderworpen. In Nederland loopt
dit evaluatieproces tot een einde nu het kabinet zijn
plan van aanpak heeft gepresenteerd. Dit artikel beoogt
een overzicht te geven van de belangrijkste knel- en
discussiepunten die de afgelopen jaren de revue zijn
gepasseerd en te beschouwen in hoeverre de
kabinetsplannen hiervoor een oplossing aandienen.
11.01.2010
|
(met F.J. Zuiderveen Borgesius)
De amendementen van de Richtlijn Burgerrechten op de
e-Privacyrichtlijn, Privacy & Informatie, 2010-4, p.
162-172.
De e-Privacyrichtlijn,
betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de
bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector
elektronische communicatie, is onlangs gewijzigd door de
Richtlijn Burgerrechten. De wijzigingen worden in dit
artikel benoemd en becommentarieerd. Enkele van de
belangrijkste wijzigingen zijn de introductie van een
opt-in-regel voor cookies, een meldplicht voor datalekken,
de mogelijkheid voor providers om spammers in rechte aan te
spreken en een artikel betreffende de implementatie en
publiekrechtelijke handhaving van de e-Privactrichtlijn.
15.10.2010
|
Annotatie bij Rb. Milaan 24 februari 2010 (De Leon & Vivi
Down / Google), Mediaforum, 2010-7/8, nr. 23, p. 263-268.
Op 24 februari 2010 komt de
rechtbank te Milaan tot het oordeel dat drie werknemers van
Google Italië, dat eigenaar is van YouTube, aansprakelijk
zijn voor materiaal dat door een gebruiker op YouTube is
geplaatst, te weten een video waarin is te zien hoe een
autistisch kind wordt gepest. De aanklacht luidt enerzijds
laster anderzijds schending van de privacy. De rechter
spreekt de vier gedaagden vrij van laster en veroordeelt
drie van hen tot zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf
voor schending van de privacy.
01.09.2010
|
De privacyverklaring als onderdeel van een wederkerige
overeenkomst, Privacy & Informatie, 2010-3, p.
106-109.
Dit artikel reageert op de
in P&I 2009-1 verschenen bijdrage van Eric Verhelst: 'De
privacyverklaring als overeenkomst. Een analyse van de
privacyverklaring binnen het kader van het Burgerlijk
Wetboek.' Verhelst stelt in zijn artikel dat deze verklaring
ofwel één van twee separate verklaringen is, ofwel de
algemene voorwaarden vormt bij de hoofdovereenkomst. Hieraan
wordt in dit artikel een derde mogelijkheid toegevoegd,
namelijk door de privacyverklaring te zien als onderdeel van
een wederkerige overeenkomst. In dit model komt er één
overeenkomst tot stand, waarbij een dienst of product wordt
geleverd in ruil voor persoonsgegevens.
01.09.2010
|
De verantwoordelijkheid voorbij: de ISP als verlengstuk van
de overheid, Mediaforum, 2010-5, p. 157-161.
De positie van de internet
service provider (ISP) komt steeds verder onder druk te
staan. Door toenemende zorgen over auteursrechtschendingen
op het internet worden er steeds grotere en bredere
verplichtingen opgelegd aan providers om inbreuken te
voorkomen of tegen te gaan. Waar deze plichten aanvankelijk
voorvloeiden uit hun verantwoordelijkheid of zorgplicht,
worden er in nieuwe wetgeving plichten aan providers
opgelegd die niet zijn gekoppeld aan een goede
bedrijfsvoering, maar voortvloeien uit het feit dat zij zich
in de meest geschikte positie bevinden om overheidsbeleid
uit te voeren. ISP's lopen daarmee het gevaar om te worden
gebruikt als verlengstuk van de overheid. Dit artikel vormt
een eerste verkenning van dit gevaar.
16.06.2010
|
|
Interview bij Radio Amsterdam FM op 9 mei 2010 van
11.37-12.00.
19.05.2010
|
|
Juridische megalomanie, of over wat het recht vermag, Scribe
et Impera, Nijmegen 2010.
19.05.2010
Bijgewerkt
24.05.2013
|
|
|
|