Medewerkers
mr. dr. A.J. Nieuwenhuis
(Aernout)
Universitair hoofddocent
 
Faculteit der Rechtsgeleerdheid
Oudemanhuispoort 4
1012 CN Amsterdam
kamer G101a
tel: 020 - 525 39 50
fax: 020 - 525 30 33
 
 


Curriculum Vitae
Aernout Nieuwenhuis studeerde politicologie (doctoraal 1979), filosofie, en rechten (doctoraal 1985). Hij promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Persvrijheid en persbeleid, een rechtsvergelijkend onderzoek naar de verhouding tussen de grondrechtelijke onthoudingsplicht en overheidsingrijpen tegen persconcentratie (Amsterdam, 1991). Als KNAW-onderzoeker (februari 1994 - februari 1999) verrichte hij rechtsvergelijkend onderzoek naar de achtergronden van de uitingsvrijheid en haar beperkingen; het belangrijkste resultaat daarvan is het boek Over de grens van de uitingsvrijheid (Nijmegen 1997, 2e druk 2006). Een nieuwe rechtsvergelijkende studie naar de reikwijdte van het grondrecht op privacy leidde tot de uitgave van het boek Tussen privacy en persoonlijkheidsrecht (Nijmegen 2001). Voorts is hij co-auteur van het boek Uitingsdelicten (2e druk, Deventer 2008).

Aernout Nieuwenhuis is als UHD werkzaam bij de leerstoelgroep staatsrecht en gelieerd aan het Instituut voor Informatierecht. Hij is redacteur van het tijdschrift Mediaforum.


Publicaties
Annotatie bij EHRM 13 juli 2012 (Mouvement Raëlien / Suisse), European Human Rights Cases, 2012-10, p. 2334-2372.

28.03.2013


Annotatie bij EHRM 9 februari 2012 (Vejdeland / Sweden), European Human Rights Cases, 2012-5, p. 1062-1069.

28.03.2013


Vrijheid van meningsuiting en homofobe uitlatingen: rechtsvergelijkende bevindingen, Mediaforum, 2012-5, p. 154-161.

De grens tussen strafwaardige en andere discriminatoire uitlatingen is niet makkelijk te trekken. Dat geldt ook ten aanzien van homofobe uitlatingen. Waar deze grens getrokken wordt, hangt niet alleen af van de aard van de uitlating maar ook van het gewicht dat aan de vrijheid van meningsuiting wordt toegekend, zo blijkt uit een vergelijking van Amerikaanse, Straatsburgse en Nederlandse jurisprudentie. Daarbij wordt in deze bijdrage ook ingegaan op enkele onduidelijkheden in het Nederlandse recht te dien aanzien.

28.03.2013


The protection of artistic expression under article 10 of the European Convention on Human Rights, Kunst und Recht, 2012-3/4, p. 110-116.

28.03.2013


De kernrechtbenadering bij de grondrechten, Tijdschrift voor Constitutioneel Recht, 2012-2, p. 138-159.

28.03.2013


Laveren tussen persvrijheid en respect voor het privé leven: de jurisprudentie van het EHRM, Mediaforum, 2012-1, p. 2-13.

Het EHRM weegt regelmatig het belang van de persvrijheid af tegen belangen die beschermd worden door het recht op respect voor het privé-leven. Onderzocht wordt in hoeverre enkele belangrijke factoren die het Hof bij deze afweging hanteert voldoende duidelijk zijn. Dat is te meer belangrijk nu het Hof door de opkomst van de positieve verplichtingen ter bescherming van het respect voor het privé-leven zo nu en dan ook vaststelt dat de nationale rechter de persvrijheid teveel gewicht heeft toegekend.

28.03.2013


State and religion, a multidimensional relationship: Some comparative law remarks, International Journal of Consitutional Law, 2012-1, p. 153-174.

Comparative law research regarding the relationship between state and religion often uses models. These models normally run from more to less separation between state and religion. In this article it will be argued that this approach is too simple. The relationship between state and religion has various dimensions. A fragmentary overview of current issues in a number of countries shows that religion’s role may differ widely in different domains.

28.03.2013


(met E.H. Janssen) De verhouding tussen vrijheid van meningsuiting en discriminatie in het Wilders-proces: Een analyse van 'het proces van de eeuw', NJCM-Bulletin, 2012-2, p. 177-207.

Uitkomst van het Wilders-proces is dat de rechter verscherpte criteria heeft gesteld aan de toepassing van artikel 137d Sr op uitlatingen over gelovigen en/of hun godsdienst. De rechter hanteert in navolging van het OM een strikt onderscheid tussen een discriminatoire meningsuiting en een discriminatoire handeling en eist voor strafbaarheid van een meningsuiting dat die meningsuiting gericht is op bepaalde handelingen. Dat uitgangspunt volgt niet zonder meer uit de keuzes die de Nederlandse wetgever en de Hoge Raad in het verleden hebben gemaakt. Het EHRM eist evenmin een dergelijk verband tussen meningsuiting en handeling om een beperking van de vrijheid van meningsuiting te rechtvaardigen.

15.05.2012


Een onbestemde haat, in: Mag ik dit zeggen? Beschouwingen over de vrijheid van meningsuiting, A. Ellian e.a. (red.), Den Haag: Boom Juridische uitgevers, 2011, p. 263-286.

28.03.2013


Over de grens van de vrijheid van meningsuiting: theorie, rechtsvergelijking, discriminatie, pornografie, 3e dr., Nijmegen: Ars Aequi Libri 2011.
ISBN: 9789069167862.

28.03.2013


(met A.L.J. Janssen) Uitingsdelicten, 3e dr., Deventer: Kluwer 2011.
ISBN: 9789013096682.

28.03.2013


Annotatie bij Hoge Raad 14 juni 2011 (Strafzaak De Hond), Mediaforum, 2011-7/8, nr. 20, p. 224-232.

09.09.2011


Uitbreiding van de nationale grondrechtencanon? Over de opname van nieuwe grondrechten in de Grondwet, Tijdschrift voor Constitutioneel Recht, 2011-3, p. 254-264.

 

Achtergrond en huidige betekenis van het verbod van voorafgaand verlof, NCJM-Bulletin, 2011-1, p. 24-43.

Het verbod van voorafgaand verlof is een belangrijke grondwettelijke norm. Dit artikel onderzoekt eerst de ratio erachter en vervolgens de betekenis ervan voor de traditionele media en voor het internet. Daarbij wordt ook ingegaan op het voorontwerp van wet de ‘Versterking Bestrijding Computercriminaliteit’.

24.08.2011


(met E.H. Janssen) De onduidelijke verhouding tussen vrijheid van meningsuiting en discriminatie: Een analyse van de groepsbelediging en het haatzaaien, Mediaforum, 2011-4, p. 94-104.

De strafbaarstelling van groepsbelediging en haatzaaien vormt een beperking van de vrijheid van meningsuiting. Het is echter niet zeker waar precies de grens loopt tussen controversiële bijdragen aan het maatschappelijk debat en strafbare uitlatingen. Dat blijkt onder meer uit het verschil van opvatting tussen het OM en het Hof Amsterdam in casu Wilders. Dit artikel concentreert zich op de vraag waarom het zo moeilijk is de genoemde strafbepalingen eenduidig uit te leggen. Eén van de conclusies is dat de wetgever meer helderheid zou moeten scheppen.

19.04.2011


Annotatie bij Rb. Utrecht 22 april 2010 (Openbaar Ministerie / X), Mediaforum, 2010-5, nr. 14, p. 179-181.

14.10.2010


(met S. Koning) Kunst in Straatsburg: Een analyse van de jurisprudentie van het EHRM, Mediaforum, 2010-3, p. 70-78.

Het EHRM heeft zich meermalen over zaken gebogen, waarin vormen van artistieke expressie als boeken, films en schilderijen een hoofdrol spelen. In sommige gevallen blijkt het Hof een gerede bescherming te geven; in andere zaken acht het Hof een inmenging al snel toelaatbaar. De vraag dringt zich dan ook op of er gesproken kan worden van een eenduidige bescherming van artistieke expressie.

14.10.2010


Annotatie bij Hof Amsterdam 23 november 2009 (Openbaar Ministerie / X), Mediaforum, 2010-1, nr. 1, p. 22-24.

Bij vonnis van Rb. Amsterdam van 2 juni 2008 is verdachte vrijgesproken van het opzettelijk beledigen van homoseksuelen, negroïde personen, allochtone vrouwen en Joden op het openbaar internetforum van Polinco i.d.z.v. art 137c Sr. In dit hoger beroep oordeelt het hof, anders dan de rechtbank, dat opzet van de verdachte tot het openbaar maken wel genoegzaam vast staat. Het hof overweegt, zoals zij al eerder heeft gedaan, dat door gebruik te maken van internet welbewust wordt gekozen voor een medium met een potentieel groot publieksbereik. Daaraan doet niet af dat internetgebruikers eerst de website moesten aanklikken. Toegang tot de feitelijke inhoud van de website met de gewraakte teksten was vrij en werd niet met een wachtwoord beschermd. Bovendien is op de website meerdere malen gewezen op de openbaarheid daarvan. Het hof komt tot een bewezenverklaring en veroordeelt verdachte tot een voorwaardelijke geldboete.

14.10.2010


Tussen grondrechtelijke vrijheid en parlementaire onschendbaarheid. De vrijheid van meningsuiting van de parlementariër, Tijdschrift voor Constitutioneel Recht, 2010-1, p. 4-23.

03.03.2010
Steun aan de pers: Permanent in ontwikkeling?, Mediaforum, 2009-3, p. 4.12.

De pers heeft het moeilijk, onder meer met het verwerven van een gezonde positie op internet. Mede daarom staat de overheidssteun aan de pers ter discussie. In deze bijdrage wordt eerst de ontwikkeling van de steunverlening aan de pers beschreven. Vervolgens worden de mogelijkheden van steunverlening onderzocht in het licht van het grondrecht op persvrijheid. Het artikel sluit af met een aantal opties voor steunverlening in de toekomst.

12.03.2010


Rechtstaat en religie: meer dan één dimensie? in: Rechtstaat en religie, preadviezen staatsrechtconferentie 2008, Nijmegen 2009.

12.03.2010


(met L. Dragstra) Van minimum, tekort en meerwaarde. Een vergelijking tussen de grondwettelijke bescherming van grondrechten en de bescherming op grond van het EVRM, Preadvies Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht van België en Nederland 2008, Boom: Den Haag 2008, p. 11-80.

12.03.2010


De Januskop van de rechter: Over negatieve en positieve verplichtingen, in: N.A.N.M. van Eijk & P.B. Hugenholtz (red.) Dommering-bundel: Opstellen over informatierecht aangeboden aan prof. mr. E.J. Dommering, Amsterdam: Otto Cramwinckel Uitgever 2008, p. 241-252.

15.05.2008


The concept of pluralism in the case-law of the European Court of Human Rights, European Constitutional Law Review, 2007-3, p. 367-384.

Meanings of pluralism in different disciplines - Meaning in jurisprudence, esp. European Court of Human Rights - Feature of society and idea of society - Individual freedom v. group existence - Politics, religion, education - Pluralism as expression of rights and as guarantee of rights - Rejection of legal pluralism - Contradiction of elitist theory - State protection of pluralism and its limits

20.12.2007


Over de grens van de vrijheid van meningsuiting (2e druk), Nijmegen 2006, 374 p.

12.03.2010


'Godsdienstvrijheid en bijdragen aan het maatschappelijk debat', NJCM-Bulletin, 2004-2, p. 154-166.

17.11.2004


Raad, gezag en open deuren, Mediaforum 2000-10.

02.11.2000


(met Jilles v.d. Beukel) Pluriformiteit in het mededingingsrecht, Mediaforum 2000-4, p. 116-124.

De overheid heeft naar algemeen wordt aangenomen een voorwaarden scheppende taak op het gebied van de media en de informatievoorziening. Daarin staat de zorg voor de pluriformiteit centraal. Het belang van de pluriformiteit heeft in het verleden geleid tot mededingingsbeperkende maatregelen en het accepteren van mededingingsbeperkende afspraken als ‘de vaste boekenprijs.’ De auteurs stellen zich de vraag óf en in hoeverre de Mededingingswet ruimte biedt om net als in het verleden rekening te houden met het pluriformiteitsbelang.

15.05.2000


Hof Amsterdam 4 januari 2000, (‘Danslessen’), Mediaforum 2000-3, nr. 17 met nt. A.J. Nieuwenhuis.

De burgemeester van Zandvoort had naar aanleiding van een passage in een roman van schrijver Van der Sloot een klacht ingediend wegens belediging. Op diens klacht is de verdachte veroordeeld door de Rb. Haarlem, maar in hoger beroep wordt hij door het Hof vrijgesproken.

17.03.2000


Rb. Arnhem 1 april 1999, Salomonson vs. van de Bunt, Mediaforum 1999-5, nr. 27 met nt. A.J. Nieuwenhuis.

Van de Bunt maakte deel uit van een onderzoeksgroep van de Parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden (de commissie-Van Traa). In dat verband heeft hij, met medewerking van anderen, twee deelrapporten geschreven over de aard en omvang van de georganiseerde criminaliteit in Nederland. Deze deelrapporten zijn als bijlagen bij het eindrapport van Parlementaire Enquêtecommissie in 1996 aan de Tweede Kamer aangeboden. Door de commissie-Van Traa was met de onderzoeksgroep de afspraak gemaakt dat verstrekte persoonsgegevens niet herleidbaar zouden zijn tot individuele personen. Journalisten van De Telegraaf en De Groene Amsterdammer hebben echter uit het deelrapport kunnen afleiden dat met de beschrijving van een bepaalde ‘foute’ advocaat in het deelrapport mr. Salomonson bedoeld werd. De resultaten van het door Van de Bunt verrichte onderzoek kunnen niet de conclusie dragen dat Salomonson verwijtbaar betrokken is geweest bij criminele activiteiten van de georganiseerde misdaad. De omstandigheid dat journalisten de identiteit van Salomonson hebben kunnen achterhalen ondanks de afspraak met de Enquêtecommissie, maakt dat Van de Bunt onzorgvuldig en dus onrechtmatig gehandeld heeft jegens Salomonson, aldus de rechtbank. Beroep op immuniteit volksvertegenwoordigers is afgewezen. Medewerker van Parlementaire Enquêtecommissie valt daar niet onder.

13.05.1999


(met Wouter Hins) Hoe baken je een grondrecht af?’, NJB 1999-4, p. 163-165.

10.07.2000


Vertrouwde en virtuele bescherming’, NJCM 1998.

05.07.2000


Bijgewerkt 28.03.2013