|
|
|
|
|
Curriculum Vitae
|
|
David Korteweg is
bij het IViR bezig met de onderzoeksmaster Informatierecht. Tijdens zijn
bachelorstudie Nederlands recht aan de Universiteit
Utrecht (cum laude, 2008) heeft hij een studiejaar aan
de University of Edinburgh gestudeerd. Naast zijn studie
heeft hij twee student-stages gelopen bij de
advocatenkantoren Brinkhof en Howrey, waar hij
voornamelijk heeft meegelopen met de octrooipraktijk. Na
het afronden van zijn bachelor heeft David enkele
maanden parttime als vrijwilliger gewerkt bij de
burgerrechtenorganisatie Electronic Frontier Foundation
in San Francisco.
In het kader van de
onderzoeksmaster heeft hij zich verder gespecialiseerd
tijdens een semester aan NYU School of Law. Op dit
moment is hij bezig met zijn scriptie over
grensoverschrijdende onrechtmatige publicaties in het
licht van de evaluatie van de Rome-II verordening.
|
Publicaties
|
Strafbaarstelling negationisme: geschiedschrijving via
het recht?, Mediaforum, 2010-3, p. 79-83.
Moet men bepaalde
vormen van geschiedkundige feitenverdraaiing
expliciet strafrechtelijk verbieden? Als het aan
Tweede Kamerlid Voordewind (ChristenUnie) ligt wel
en zal Nederland spoedig een nieuw strafrechtelijk
verbod kennen op negationistische uitlatingen die
worden gedaan met het oogmerk om aan te zetten tot
haat, discriminatie dan wel geweld of waarvan men
redelijkerwijs weet dat daarmee een groep personen
wordt beledigd. In dit artikel wordt kritisch
stilgestaan bij de noodzaak tot specifieke
strafbaarstelling van negationisme zoals het
wetsvoorstel beoogt.
15.04.2010
|
(met
F.J. Zuiderveen Borgesius),
E-mail na de dood: juridische bescherming van
privacybelangen, Privacy & Informatie,
2009-5, p. 212-224.
Aanbieders van online
e-maildiensten zoals Gmail, Hotmail en Yahoo!,
bieden een steeds grotere opslagcapaciteit aan hun
abonnees, hetgeen de feitelijke beschikkingsmacht
van deze aanbieders over de bij hun opgeslagen
communicatie vergroot. De honger naar informatie van
de aanbieders van dergelijke online
communicatiediensten die vaak afhankelijk zijn van
advertentie-inkomsten, wordt ruimschoots gevoed door
de consument die gretig gebruik maakt van de veelal
gratis aangeboden en haast ongelimiteerde
opslagcapaciteit die hen in staat stelt om al hun
communicatie vanaf iedere gewenste plek te
raadplegen. Nu de generatie abonnees die via e-mail
communiceert langzamerhand ouder begint te worden,
rijst de vraag wat er zal gebeuren met de
e-mailcommunicatie die staat opgeslagen bij de
aanbieder na overlijden van de abonnee. De centrale
vraag van dit artikel luidt dan ook: in hoeverre
wordt het privacybelang van de abonnee van een
online e-maildienst en diens communicatiepartners
beschermd en kunnen zij dit belang beschermen als de
abonnee komt te overlijden? Uit onze inventarisatie
van de relevante wetgeving, jurisprudentie en
literatuur blijkt dat de bescherming van de
privacybelangen van de overleden abonnee en zijn
communicatiepartners onduidelijk en zelfs gebrekkig
is.
17.11.2009
|
|
|
|
Bijgewerkt
15.04.2010
|
|
|
|