|
|
|
|
|
Curriculum Vitae
|
|
David Korteweg is
momenteel aangesteld als onderzoeker op het project 'Digitalisering
van audiovisueel materiaal door erfgoedinstellingen:
modellen voor licenties en vergoedingen', een
onderzoek in opdracht van Beelden voor de Toekomst/NL
Kennisland.
Eind 2010 heeft hij de
tweejarige onderzoeksmaster Informatierecht aan het IViR
afgerond met een scriptie over grensoverschrijdende
onrechtmatige publicaties en het toepasselijk recht
onder de Rome-II verordening.
Tijdens zijn studie
heeft hij een studiejaar aan de University of Edinburgh
en een semester aan NYU School of Law gestudeerd. Naast
zijn studie heeft hij studentstages gelopen bij twee
advocatenkantoren en heeft hij enkele maanden parttime
als vrijwilliger gewerkt bij de burgerrechtenorganisatie
Electronic Frontier Foundation in San Francisco.
|
Publicaties
|
(met P.B. Hugenholtz, m.m.v. J. Poort) Digitalisering van audiovisueel materiaal door erfgoedinstellingen: Modellen voor licenties en vergoedingen, onderzoek in opdracht van Beelden voor de Toekomst/Nederland Kennisland, april 2011.
Zie ook de engelstalige Samenvatting.
09.05.2011
|
(met
T. McGonagle)
The Digital
Dividend: Opportunities and Obstacles, in: Switchover
to the Digital Dividend,
IRIS plus, 2010-6.
The lead article in
this IRIS plus sets out to trace the main lines of
relevant law and policy debates about the digital
dividend at the European level. It identifies the key
issues at stake and critically analyses how the Council
of Europe and European Union are engaging with the same.
Other international standards and debates on other
international platforms are examined too. The article
concludes with a distillation of continuing and expected
opportunities and challenges relating to the digital
dividend.
27.01.2011
|
Strafbaarstelling negationisme: geschiedschrijving via
het recht?, Mediaforum, 2010-3, p. 79-83.
Moet men bepaalde
vormen van geschiedkundige feitenverdraaiing
expliciet strafrechtelijk verbieden? Als het aan
Tweede Kamerlid Voordewind (ChristenUnie) ligt wel
en zal Nederland spoedig een nieuw strafrechtelijk
verbod kennen op negationistische uitlatingen die
worden gedaan met het oogmerk om aan te zetten tot
haat, discriminatie dan wel geweld of waarvan men
redelijkerwijs weet dat daarmee een groep personen
wordt beledigd. In dit artikel wordt kritisch
stilgestaan bij de noodzaak tot specifieke
strafbaarstelling van negationisme zoals het
wetsvoorstel beoogt.
15.04.2010
|
(met
F.J. Zuiderveen Borgesius),
E-mail na de dood: juridische bescherming van
privacybelangen, Privacy & Informatie,
2009-5, p. 212-224.
Aanbieders van online
e-maildiensten zoals Gmail, Hotmail en Yahoo!,
bieden een steeds grotere opslagcapaciteit aan hun
abonnees, hetgeen de feitelijke beschikkingsmacht
van deze aanbieders over de bij hun opgeslagen
communicatie vergroot. De honger naar informatie van
de aanbieders van dergelijke online
communicatiediensten die vaak afhankelijk zijn van
advertentie-inkomsten, wordt ruimschoots gevoed door
de consument die gretig gebruik maakt van de veelal
gratis aangeboden en haast ongelimiteerde
opslagcapaciteit die hen in staat stelt om al hun
communicatie vanaf iedere gewenste plek te
raadplegen. Nu de generatie abonnees die via e-mail
communiceert langzamerhand ouder begint te worden,
rijst de vraag wat er zal gebeuren met de
e-mailcommunicatie die staat opgeslagen bij de
aanbieder na overlijden van de abonnee. De centrale
vraag van dit artikel luidt dan ook: in hoeverre
wordt het privacybelang van de abonnee van een
online e-maildienst en diens communicatiepartners
beschermd en kunnen zij dit belang beschermen als de
abonnee komt te overlijden? Uit onze inventarisatie
van de relevante wetgeving, jurisprudentie en
literatuur blijkt dat de bescherming van de
privacybelangen van de overleden abonnee en zijn
communicatiepartners onduidelijk en zelfs gebrekkig
is.
17.11.2009
|
|
|
|
Bijgewerkt
01.03.2011
|
|
|
|