Medewerkers
 D.A. Korteweg
(David)
onderzoeksmaster student
 
Instituut voor
Informatierecht (IViR)

Bezoekadres
Korte Spinhuissteeg 3
1012 CG Amsterdam

Postadres
Kloveniersburgwal 48
1012 CX Amsterdam
kamer B2.12
tel.: 020 - 525 3644
fax: 020 - 525 3033

 


Curriculum Vitae

David Korteweg is bij het IViR bezig met de onderzoeksmaster Informatierecht. Tijdens zijn bachelorstudie Nederlands recht aan de Universiteit Utrecht (cum laude, 2008) heeft hij een studiejaar aan de University of Edinburgh gestudeerd. Naast zijn studie heeft hij twee student-stages gelopen bij de advocatenkantoren Brinkhof en Howrey, waar hij voornamelijk heeft meegelopen met de octrooipraktijk. Na het afronden van zijn bachelor heeft David enkele maanden parttime als vrijwilliger gewerkt bij de burgerrechtenorganisatie Electronic Frontier Foundation in San Francisco.

In het kader van de onderzoeksmaster heeft hij zich verder gespecialiseerd tijdens een semester aan NYU School of Law. Op dit moment is hij bezig met zijn scriptie over grensoverschrijdende onrechtmatige publicaties in het licht van de evaluatie van de Rome-II verordening.


Publicaties
Strafbaarstelling negationisme: geschiedschrijving via het recht?, Mediaforum, 2010-3, p. 79-83.

Moet men bepaalde vormen van geschiedkundige feitenverdraaiing expliciet strafrechtelijk verbieden? Als het aan Tweede Kamerlid Voordewind (ChristenUnie) ligt wel en zal Nederland spoedig een nieuw strafrechtelijk verbod kennen op negationistische uitlatingen die worden gedaan met het oogmerk om aan te zetten tot haat, discriminatie dan wel geweld of waarvan men redelijkerwijs weet dat daarmee een groep personen wordt beledigd. In dit artikel wordt kritisch stilgestaan bij de noodzaak tot specifieke strafbaarstelling van negationisme zoals het wetsvoorstel beoogt.

15.04.2010


(met F.J. Zuiderveen Borgesius), E-mail na de dood: juridische bescherming van privacybelangen, Privacy & Informatie, 2009-5, p. 212-224.

Aanbieders van online e-maildiensten zoals Gmail, Hotmail en Yahoo!, bieden een steeds grotere opslagcapaciteit aan hun abonnees, hetgeen de feitelijke beschikkingsmacht van deze aanbieders over de bij hun opgeslagen communicatie vergroot. De honger naar informatie van de aanbieders van dergelijke online communicatiediensten die vaak afhankelijk zijn van advertentie-inkomsten, wordt ruimschoots gevoed door de consument die gretig gebruik maakt van de veelal gratis aangeboden en haast ongelimiteerde opslagcapaciteit die hen in staat stelt om al hun communicatie vanaf iedere gewenste plek te raadplegen. Nu de generatie abonnees die via e-mail communiceert langzamerhand ouder begint te worden, rijst de vraag wat er zal gebeuren met de e-mailcommunicatie die staat opgeslagen bij de aanbieder na overlijden van de abonnee. De centrale vraag van dit artikel luidt dan ook: in hoeverre wordt het privacybelang van de abonnee van een online e-maildienst en diens communicatiepartners beschermd en kunnen zij dit belang beschermen als de abonnee komt te overlijden? Uit onze inventarisatie van de relevante wetgeving, jurisprudentie en literatuur blijkt dat de bescherming van de privacybelangen van de overleden abonnee en zijn communicatiepartners onduidelijk en zelfs gebrekkig is.

17.11.2009


 

Bijgewerkt 15.04.2010