Medewerkers
 D.A. Korteweg
(David)
onderzoeksmaster student
 
Instituut voor
Informatierecht (IViR)

Bezoekadres
Korte Spinhuissteeg 3
1012 CG Amsterdam

Postadres
Kloveniersburgwal 48
1012 CX Amsterdam
kamer B2.12
tel.: 020 - 525 3644
fax: 020 - 525 3033

 


Curriculum Vitae

David Korteweg is momenteel aangesteld als onderzoeker op het project 'Digitalisering van audiovisueel materiaal door erfgoedinstellingen: modellen voor licenties en vergoedingen', een onderzoek in opdracht van Beelden voor de Toekomst/NL Kennisland.

Eind 2010 heeft hij de tweejarige onderzoeksmaster Informatierecht aan het IViR afgerond met een scriptie over grensoverschrijdende onrechtmatige publicaties en het toepasselijk recht onder de Rome-II verordening.

Tijdens zijn studie heeft hij een studiejaar aan de University of Edinburgh en een semester aan NYU School of Law gestudeerd. Naast zijn studie heeft hij studentstages gelopen bij twee advocatenkantoren en heeft hij enkele maanden parttime als vrijwilliger gewerkt bij de burgerrechtenorganisatie Electronic Frontier Foundation in San Francisco.


Publicaties

(met P.B. Hugenholtz, m.m.v. J. Poort) Digitalisering van audiovisueel materiaal door erfgoedinstellingen: Modellen voor licenties en vergoedingen, onderzoek in opdracht van Beelden voor de Toekomst/Nederland Kennisland, april 2011.

Zie ook de engelstalige Samenvatting.

09.05.2011


(met T. McGonagle) The Digital Dividend: Opportunities and Obstacles, in: Switchover to the Digital Dividend, IRIS plus, 2010-6.

The lead article in this IRIS plus sets out to trace the main lines of relevant law and policy debates about the digital dividend at the European level. It identifies the key issues at stake and critically analyses how the Council of Europe and European Union are engaging with the same. Other international standards and debates on other international platforms are examined too. The article concludes with a distillation of continuing and expected opportunities and challenges relating to the digital dividend.

27.01.2011


Strafbaarstelling negationisme: geschiedschrijving via het recht?, Mediaforum, 2010-3, p. 79-83.

Moet men bepaalde vormen van geschiedkundige feitenverdraaiing expliciet strafrechtelijk verbieden? Als het aan Tweede Kamerlid Voordewind (ChristenUnie) ligt wel en zal Nederland spoedig een nieuw strafrechtelijk verbod kennen op negationistische uitlatingen die worden gedaan met het oogmerk om aan te zetten tot haat, discriminatie dan wel geweld of waarvan men redelijkerwijs weet dat daarmee een groep personen wordt beledigd. In dit artikel wordt kritisch stilgestaan bij de noodzaak tot specifieke strafbaarstelling van negationisme zoals het wetsvoorstel beoogt.

15.04.2010


(met F.J. Zuiderveen Borgesius), E-mail na de dood: juridische bescherming van privacybelangen, Privacy & Informatie, 2009-5, p. 212-224.

Aanbieders van online e-maildiensten zoals Gmail, Hotmail en Yahoo!, bieden een steeds grotere opslagcapaciteit aan hun abonnees, hetgeen de feitelijke beschikkingsmacht van deze aanbieders over de bij hun opgeslagen communicatie vergroot. De honger naar informatie van de aanbieders van dergelijke online communicatiediensten die vaak afhankelijk zijn van advertentie-inkomsten, wordt ruimschoots gevoed door de consument die gretig gebruik maakt van de veelal gratis aangeboden en haast ongelimiteerde opslagcapaciteit die hen in staat stelt om al hun communicatie vanaf iedere gewenste plek te raadplegen. Nu de generatie abonnees die via e-mail communiceert langzamerhand ouder begint te worden, rijst de vraag wat er zal gebeuren met de e-mailcommunicatie die staat opgeslagen bij de aanbieder na overlijden van de abonnee. De centrale vraag van dit artikel luidt dan ook: in hoeverre wordt het privacybelang van de abonnee van een online e-maildienst en diens communicatiepartners beschermd en kunnen zij dit belang beschermen als de abonnee komt te overlijden? Uit onze inventarisatie van de relevante wetgeving, jurisprudentie en literatuur blijkt dat de bescherming van de privacybelangen van de overleden abonnee en zijn communicatiepartners onduidelijk en zelfs gebrekkig is.

17.11.2009


 

Bijgewerkt 01.03.2011