|
|
|
|
|
Curriculum Vitae
|
|
Esther
Janssen studeerde Franse taal- en letterkunde en
Nederlands recht aan de Universiteit van Amsterdam, waar
zij in 2007 afstudeerde. Tijdens haar rechtenstudie
specialiseerde zij zich in nationaal en internationaal
auteursrecht en vrijheid van meningsuiting. Haar
doctoraalscriptie handelde over vrijheid van
meningsuiting in literatuur, een analyse van de
jurisprudentie van het EHRM.
Esther
was eerder werkzaam als griffier bij de rechtbank
Amsterdam en als jurist bij de Nederlandse Vereniging
van Journalisten (NVJ) en Van Kaam Advocaten. Zij was
betrokken bij het onderzoeksproject ‘Selected legal
aspects of User Created Content’ van het IViR voor de
Europese Commissie.
Momenteel
werkt Esther bij het IViR aan een proefschrift over de
verhouding tussen vrijheid van meningsuiting en
godsdienstvrijheid: conflictbeslechting van botsende
grondrechten via het straf- en privaatrecht en de rol
hierbij van belangenorganisaties in Europa.
|
Publicaties
|
(met
A.J. Nieuwenhuis)
De
verhouding tussen vrijheid van meningsuiting en
discriminatie in het Wilders-proces: Een analyse van
'het proces van de eeuw', NJCM-Bulletin,
2012-2, p. 177-207.
Uitkomst van het
Wilders-proces is dat de rechter verscherpte
criteria heeft gesteld aan de toepassing van artikel
137d Sr op uitlatingen over gelovigen en/of hun
godsdienst. De rechter hanteert in navolging van het
OM een strikt onderscheid tussen een discriminatoire
meningsuiting en een discriminatoire handeling en
eist voor strafbaarheid van een meningsuiting dat
die meningsuiting gericht is op bepaalde
handelingen. Dat uitgangspunt volgt niet zonder meer
uit de keuzes die de Nederlandse wetgever en de Hoge
Raad in het verleden hebben gemaakt. Het EHRM eist
evenmin een dergelijk verband tussen meningsuiting
en handeling om een beperking van de vrijheid van
meningsuiting te rechtvaardigen.
15.05.2012
|
(met
A.J. Nieuwenhuis)
De onduidelijke verhouding tussen vrijheid van
meningsuiting en discriminatie: Een analyse van de
groepsbelediging en het haatzaaien, Mediaforum,
2011-4, p. 94-104.
De
strafbaarstelling van groepsbelediging en haatzaaien
vormt een beperking van de vrijheid van
meningsuiting. Het is echter niet zeker waar precies
de grens loopt tussen controversiële bijdragen aan
het maatschappelijk debat en strafbare uitlatingen.
Dat blijkt onder meer uit het verschil van opvatting
tussen het OM en het Hof Amsterdam in casu Wilders.
Dit artikel concentreert zich op de vraag waarom het
zo moeilijk is de genoemde strafbepalingen eenduidig
uit te leggen. Eén van de conclusies is dat de
wetgever meer helderheid zou moeten scheppen.
19.04.2011
|
(met
N. Helberger,
L. Guibault,
N.A.N.M.
van Eijk, C.J.
Angelopoulos, J.V.J.
van Hoboken, E. Swart, et al.)
User-Created-Content: Supporting a participative
Information Society, Final Report, Studie in
opdracht van de Europese Commissie, uitgevoerd door
IDATE, TNO en IViR, 2008.
28.10.2009
|
|
Limits
to expression on religion in France, Agama &
Religiusitas di Eropa, Journal of European Studies,
2009-1, p. 22-45. Produced in cooperation between the
University of Indonesia and the Delegation of the
European Commission.
This article examines
the limits to expression on religion in France. It
places the relevant provisions in French law and
national case law concerning expression on religion
within the context of the strict separation of the
state and the church in France, known as la
laïcité. Subsequently, it analyzes whether
French case law complies with the relevant case law of
the European Court of Human Rights.
09.04.2009
|
|
Grenzen
aan uitingen over religie in Frankrijk,
Mediaforum, 2008-3, p. 109-118.
29.09.2008
|
|
Bijgewerkt
15.05.2012
|
|
|
|