Medewerkers
mr. E.H. Janssen
(Esther)
Onderzoeker
 
Instituut voor
Informatierecht (IViR)

Bezoekadres
Korte Spinhuissteeg 3
1012 CG Amsterdam

Postadres
Kloveniersburgwal 48
1012 CX Amsterdam
kamer B2.19
tel: 020 - 525 3304
fax: 020 - 525 3033

 


Curriculum Vitae

Esther Janssen studeerde Franse taal- en letterkunde en Nederlands recht aan de Universiteit van Amsterdam, waar zij in 2007 afstudeerde. Tijdens haar rechtenstudie specialiseerde zij zich in nationaal en internationaal auteursrecht en vrijheid van meningsuiting. Haar doctoraalscriptie handelde over vrijheid van meningsuiting in literatuur, een analyse van de jurisprudentie van het EHRM.

Esther was eerder werkzaam als griffier bij de rechtbank Amsterdam en als jurist bij de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) en Van Kaam Advocaten. Zij was betrokken bij het onderzoeksproject ‘Selected legal aspects of User Created Content’ van het IViR voor de Europese Commissie.

Momenteel werkt Esther bij het IViR aan een proefschrift over de verhouding tussen vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid: conflictbeslechting van botsende grondrechten via het straf- en privaatrecht en de rol hierbij van belangenorganisaties in Europa.


Publicaties
(met A.J. Nieuwenhuis) De verhouding tussen vrijheid van meningsuiting en discriminatie in het Wilders-proces: Een analyse van 'het proces van de eeuw', NJCM-Bulletin, 2012-2, p. 177-207.

Uitkomst van het Wilders-proces is dat de rechter verscherpte criteria heeft gesteld aan de toepassing van artikel 137d Sr op uitlatingen over gelovigen en/of hun godsdienst. De rechter hanteert in navolging van het OM een strikt onderscheid tussen een discriminatoire meningsuiting en een discriminatoire handeling en eist voor strafbaarheid van een meningsuiting dat die meningsuiting gericht is op bepaalde handelingen. Dat uitgangspunt volgt niet zonder meer uit de keuzes die de Nederlandse wetgever en de Hoge Raad in het verleden hebben gemaakt. Het EHRM eist evenmin een dergelijk verband tussen meningsuiting en handeling om een beperking van de vrijheid van meningsuiting te rechtvaardigen.

15.05.2012


(met A.J. Nieuwenhuis) De onduidelijke verhouding tussen vrijheid van meningsuiting en discriminatie: Een analyse van de groepsbelediging en het haatzaaien, Mediaforum, 2011-4, p. 94-104.

De strafbaarstelling van groepsbelediging en haatzaaien vormt een beperking van de vrijheid van meningsuiting. Het is echter niet zeker waar precies de grens loopt tussen controversiële bijdragen aan het maatschappelijk debat en strafbare uitlatingen. Dat blijkt onder meer uit het verschil van opvatting tussen het OM en het Hof Amsterdam in casu Wilders. Dit artikel concentreert zich op de vraag waarom het zo moeilijk is de genoemde strafbepalingen eenduidig uit te leggen. Eén van de conclusies is dat de wetgever meer helderheid zou moeten scheppen.

19.04.2011


(met N. Helberger, L. Guibault, N.A.N.M. van Eijk, C.J. Angelopoulos, J.V.J. van Hoboken, E. Swart, et al.) User-Created-Content: Supporting a participative Information Society, Final Report, Studie in opdracht van de Europese Commissie, uitgevoerd door IDATE, TNO en IViR, 2008.

28.10.2009


Limits to expression on religion in France, Agama & Religiusitas di Eropa, Journal of European Studies, 2009-1, p. 22-45. Produced in cooperation between the University of Indonesia and the Delegation of the European Commission.

This article examines the limits to expression on religion in France. It places the relevant provisions in French law and national case law concerning expression on religion within the context of the strict separation of the state and the church in France, known as la laïcité. Subsequently, it analyzes whether French case law complies with the relevant case law of the European Court of Human Rights.

09.04.2009


Grenzen aan uitingen over religie in Frankrijk, Mediaforum, 2008-3, p. 109-118.

29.09.2008

Bijgewerkt 15.05.2012