| Medewerkers |
 |
| F.J.
Borgesius |
| (Frederik) |
|
Onderzoeker |
| |
Instituut
voor
Informatierecht (IViR)
Bezoekadres
Korte Spinhuissteeg 3
1012 CG Amsterdam
Postadres
Kloveniersburgwal 48
1012 CX Amsterdam
|
| kamer
B1.17 |
|
tel: 020 -
525 39 21
fax: 020 - 525 30 33
email:
F.J.ZuiderveenBorgesius@uva.nl |
| |

|
|
|
|
|
Curriculum Vitae
|
|
Frederik Borgesius is
promovendus en doet onderzoek naar behavioural targeting
en het Europese persoonsgegevensbeschermingsrecht. Hij
onderzoekt hoe privacy effectiever beschermd kan worden
in de context van behavioural targeting, zonder de
autonomie van het individu onnodig in te perken. Het
betreft een juridisch proefschrift, maar inzichten uit
andere disciplines (zoals behavioural economics) spelen
ook een grote rol.
Voor Frederik aan het IViR verbonden was, heeft hij
jaren in de muziekindustrie gewerkt, als producer, DJ,
labeleigenaar en uitgever. Naast het runnen van zijn
eigen bedrijf heeft hij in de avonduren rechten
gestudeerd en zijn bachelor behaald aan de Open
Universiteit. Vervolgens heeft hij aan het IViR de
onderzoeksmaster Informatierecht behaald en zes maanden
aan Hong Kong University gestudeerd. Tijdens de
onderzoeksmaster werkte hij parttime bij SOLV advocaten,
een kantoor gespecialiseerd in technologie, media en
communicatie.
|
Publicaties
|
Behavioral Targeting: Legal Developments in Europe and
the Netherlands, Position paper for the
W3C Do Not
Track Workshop, November 2012.
06.12.2012
|
(met
B. van der Sloot),
Google's Dead End, or: on Street View and the Right to
Data Protection: An analysis of Google Street View's
compatibility with EU data protection law, Computer
Law Review International, 2012-4, p. 103-109.
May a company
photograph the daily lives of people all over the
world, store those photos, and publish them on the
internet? This article assesses which obligations
Google has to fulfil in order to respect the
European data protection rules. The focus lies on
three questions. First, which data processed for the
Street View service are personal data? Second, does
Google have a legitimate ground for processing
personal data? Third, does Google comply with its
transparency obligations and does it respect the
rights of the data subjects, specifically their
right to information?
20.11.2012
|
Speech at the European Parliament:
Interparliamentary Committee meeting: The reform of the
EU Data Protection framework - Building trust in a
digital and global world, 10 oktober 2012.
02.11.2012
|
(met B. van der Sloot)
Google and Personal Data Protection, Working Paper,
2012.
This
chapter discusses the interplay between the European
personal data protection regime and two specific Google
services, Interest Based Advertising and Google Street
View. The chapter assesses first the applicability of
the Data Protection Directive, then jurisdictional
issues, the principles relating to data quality, whether
there is a legitimate purpose for data processing, and
lastly the transparency principle in connection with the
rights of the data subject. The conclusion is that not
all aspects of the services are easy to reconcile with
the Directive's requirements.
21.03.2012
|
(met
S. Kulk)
Annotatie bij Hof van Justitie 24 november 2011 (Scarlet
/ Sabam), Mediaforum, 2012-3, p. 93-100.
13.03.2012
|
De
meldplicht voor datalekken in de Telecommunicatiewet
Computerrecht, 2011-4, p. 209-218.
Het Wetsvoorstel
wijziging van de Telecommunicatiewet ter
implementatie van de herziene
telecommunicatierichtlijnen
introduceert een meldplicht voor inbreuken in
verband met persoonsgegevens. Aanbieders van
openbare elektronische communicatiediensten moeten
zulke datalekken voortaan melden aan OPTA, de
Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit.
Als een datalek waarschijnlijk ongunstige gevolgen
zal hebben voor de persoonlijke levenssfeer van
degene wiens persoonsgegevens het betreft, moeten
aanbieders ook deze inlichten. In dit artikel wordt
deze regeling besproken. Daarbij zal blijken dat er
nog een aantal onduidelijkheden zijn. Ook wordt
ingegaan op de vraag in hoeverre de meldplicht
geschikt is om de doelen die de Europese regelgever
nastreeft te bereiken. Geconcludeerd wordt dat een
meldplicht nut kan hebben, maar dat de effectiviteit
van de meldplicht aanzienlijk wordt beperkt doordat
hij slechts geldt voor aanbieders van openbare
elektronische communicatiediensten. Zelfs als een
bredere meldplicht ingevoerd zou worden, zijn meer
maatregelen nodig om alle genoemde doelen te
bereiken.
22.08.2011
|
De nieuwe cookieregels: alwetende bedrijven en onwetende
internetgebruikers? Privacy & Informatie, 2011-1,
p. 2-11.
Om het
zoek- en klikgedrag van een internetgebruikers te
monitoren plaatsen bedrijven vaak een cookie op de
computer van die gebruiker. Volgens de geamendeerde
e-Privacyrichtlijn mogen cookies die niet noodzakelijk
zijn voor communicatie of om een aangevraagde dienste te
leveren voortaan slechts worden geplaatst nadat de
internetgebruiker zijn geïnformeerde toestemming heeft
gegeven. Volgens de Nederlandse wetgever kan deze
toestemming onder meer blijken uit de instellingen van
de browser. In dit artikel wordt nagegaan in hoeverre
toestemming middels browserinstellingen in de praktijk
zal voldoen aan de eisen die de Dataprotectierichtlijn
stelt aan 'toestemming': een vrije, specifieke, op
informatie berustende wilsuiting. Geconcludeerd wordt
dat 'browsertoestemming' in de praktijk waarschijnlijk
niet aan deze eisen zal voldoen.
22.03.2011
|
VMC Studiemiddag, Mediaforum, 2010-10, p.
323-326.
De Vereniging voor
Media- en Communicatierecht en de Vereniging voor
Reclamerecht organiseerden op 25 juni 2010 een
gezamenlijke studiemiddag over het onderwerp
'behavorial targeting'. Onder dit begrip valt onder
meer het vastleggen van surfgedrag op het internet
(bijvoorbeeld middels cookies) en het gebruik van
deze gegevens om gericht te adverteren. Vanwege het
steeds frequenter wordende gebruik van behavioral
targeting en het feit dat er nieuwe Europese regels
zijn opgesteld, is het debat over behavioral
targeting weer opgelaaid.
22.12.2010
|
(met B. van der Sloot)
De amendementen van de Richtlijn Burgerrechten op de
e-Privacyrichtlijn, Privacy & Informatie, 2010-4, p.
162-172.
De e-Privacyrichtlijn,
betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de
bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector
elektronische communicatie, is onlangs gewijzigd door de
Richtlijn Burgerrechten. De wijzigingen worden in dit
artikel benoemd en becommentarieerd. Enkele van de
belangrijkste wijzigingen zijn de introductie van een
opt-in-regel voor cookies, een meldplicht voor datalekken,
de mogelijkheid voor providers om spammers in rechte aan te
spreken en een artikel betreffende de implementatie en
publiekrechtelijke handhaving van de e-Privactrichtlijn.
15.10.2010
|
(met
D.A. Korteweg),
E-mail na de dood: juridische bescherming van
privacybelangen, Privacy & Informatie, 2009-5, p.
212-224.
Aanbieders van online
e-maildiensten zoals Gmail, Hotmail en Yahoo!,
bieden een steeds grotere opslagcapaciteit aan hun
abonnees, hetgeen de feitelijke beschikkingsmacht
van deze aanbieders over de bij hun opgeslagen
communicatie vergroot. De honger naar informatie van
de aanbieders van dergelijke online
communicatiediensten die vaak afhankelijk zijn van
advertentie-inkomsten, wordt ruimschoots gevoed door
de consument die gretig gebruik maakt van de veelal
gratis aangeboden en haast ongelimiteerde
opslagcapaciteit die hen in staat stelt om al hun
communicatie vanaf iedere gewenste plek te
raadplegen. Nu de generatie abonnees die via e-mail
communiceert langzamerhand ouder begint te worden,
rijst de vraag wat er zal gebeuren met de
e-mailcommunicatie die staat opgeslagen bij de
aanbieder na overlijden van de abonnee. De centrale
vraag van dit artikel luidt dan ook: in hoeverre
wordt het privacybelang van de abonnee van een
online e-maildienst en diens communicatiepartners
beschermd en kunnen zij dit belang beschermen als de
abonnee komt te overlijden? Uit onze inventarisatie
van de relevante wetgeving, jurisprudentie en
literatuur blijkt dat de bescherming van de
privacybelangen van de overleden abonnee en zijn
communicatiepartners onduidelijk en zelfs gebrekkig
is.
17.11.2009
|
|
|
Bijgewerkt
17.01.2013
|
|
|
|