|
Het Instituut voor
Informatierecht ziet terug op een zeer productief jaar.
Binnen een jaar tijd werd het handboek
Telecommunicatierecht door medewerkers in samenwerking
met een medewerker van de TU Delft geschreven, waarin
het hele nationale en internationale
telecommunicatierecht in kaart werd gebracht. Wetenschap
en praktijk zaten op dit boek, waarvan de eerste oplage
in enkele maanden was uitverkocht, te wachten. In
ditzelfde jaar werden belangrijke deelstudies op het
gebied van de telecommunicatie verricht. In het
jaarverslag wordt ook melding gemaakt van het boek
Informatierecht dat in januari 2000 verscheen. Het boek
is te zien als een pendant op het eerdergenoemde
handboek: het gehele onderzoeksgebied van het Instituut
en de theoretische grondslagen wordt beschreven en
geanalyseerd.
In het kader van de
voorgenomen wijziging van de Grondwet om een aan het
digitale tijdperk aangepaste formulering van de
grondrechten tot stand te brengen, werd een belangrijke
studie Constitutionele
convergentie van pers, omroep en telecommunicatie
voltooid. Het Imprimatur project (auteursrecht
en elektronische media), waarover in het vorige
jaarverslag al werd bericht, werd afgerond.
Bernt
Hugenholtz volgde Herman Cohen Jehoram op als
hoogleraar Informatierecht, in het bijzonder het recht
van intellectuele eigendom. Hij hield in november zijn
oratie Sleeping
with the enemy, waarin hij aandacht vroeg voor de
rechten van de auteur in het digitale tijdperk.
De databank van het
Instituut werd toegankelijk gemaakt op de website www.ivir.nl,
waarvan de inrichting verder werd ingevuld. De
belangrijkste recente publicaties
zijn op deze site te vinden. Ook bevat het belangrijke
bronnenwijzers voor de verschillende onderzoeksthema's.
Het voorgaande is
slechts een kleine selectie uit een groot aantal
publicaties en activiteiten. De geïnteresseerde lezer
zij naar het volledige verslag verwezen.
E.J.
Dommering,
directeur
|