|
Prof.
mr. E.J. Dommering
Hoogleraar Informatierecht.
De aanstelling van Dommering is 0,4 fte. Hij is tevens
advocaat te Amsterdam bij Stibbe Simont Monahan Duhot.
'Manipulatie
van nieuwsfoto's: wie weg is was niet gezien', Mediaforum
1998-6, p. 172-176.
Over
geschiedvervalsing met foto's in het Stalinistische
tijdperk. De analyse van de verschillende vormen van
vervalsing wordt doorgetrokken naar de digitale
fotografie en gedemonstreerd aan de hand van een
recent voorbeeld van manipulatie in de Paris Match
van april 1998. De vraag moet worden gesteld of er
niet strikte beroepsregels moeten komen voor de
bewaking van authenticiteit in een tijdperk waarin het
verschil tussen origineel en negatief wegvalt.
'The
Dutch System of Financing of Public Broadcasting',
in: R. Pethig & S. Blind (ed.), Fernsehfinanzierung.
Ökonomische, Rechtliche und Ästhetische Perspektiven,
Opladen/Wiesbaden: Westdeutscher Verlag 1998, p.
248-255.
Het artikel
analyseert het financieringssysteem van de publieke
Nederlandse omroep en behandelt de drie argumenten die
gewoonlijk ter rechtvaardiging van de omroepbijdrage
worden aangevoerd: het dienstverleningsargument, het
belastingargument en het culturele argument. De
conclusie is dat geen van de drie
rechtvaardigingsgronden nog geldig is.
'Advertising
and Sponsorship Law - Problems of Regulating Partly
Liberalised Markets', in: Europäisches
Medienrecht - Fernsehen und seine
gemeinschaftsrechtliche Regelung, Schriftenreihe
des Instituts für Europäischen Medienrecht, Band
18, Saarbrücken: Verlaggruppe Jehle Rehm:
München/Berlin 1998, p. 49-60.
Het artikel
analyseert de jurisprudentie van het HvJEG over de
uitleg van de TV richtlijn, waar het gaat om de regels
voor grensoverschrijdende reclame en sponsoring.
'Addresses in
Cyberspace have no physical Place', in: J.J.C. Kabel
& G. J.H.M. Mom (eds.) Intellectual Property and
Information Law, Essays in Honour of Herman Cohen
Jehoram. Den Haag: Kluwer Law International 1998, p.
299-315.
Het artikel
analyseert de adresseerfunctie van namen, handelsnamen
en merken in de samenleving bij telefonie
(telefoonnummers) en domeinnamen op Internet.
'De vrije wetenschap
tussen macht en eigendom', in: P.B. Hugenholtz, J.J.C.
Kabel & G.A.I. Schuijt (red.), Universiteit en
auteursrecht, Amsterdam: Cramwinckel 1998, p.
131-139.
Een analyse van de
congresbijdragen in deze jubileumbundel van het IViR
over de onafhankelijkheid van de wetenschap en de
functie en de rol van het auteursrecht in de
Universiteit.
'De Grondwet in de
informatiemaatschappij', in: M.C. Burkens e.a. (red.), Gelet
op de Grondwet, Deventer: Kluwer 1998, p. 110-138.
Een analyse van de
artikelen 7 (vrijheid van drukpers) en 13 Gw
(briefgeheim) in het licht van de nieuwe
informatietechnologie. Het artikel sluit af met een
voorstel voor een nieuwe tekst van deze artikelen dat
meer beantwoordt aan de huidige eisen van de tijd.
'De auteursrechtelijke
aansprakelijkheid van intermediairs, het
Kabelpiratenarrest revisited in de tijd van Internet',
in: D.W.F. Verkade & D.J.G. Visser (red.), Intellectuele
eigenaardigheden, Deventer: Kluwer 1998, p. 75-83.
Het
kabelpiratenarrest vestigde de auteursrechtelijke
aansprakelijkheid van de kabelexploitant voor het
verspreiden van gestolen films die clandestien na de
uitzendingen van de reguliere omroepen werden
uitgezonden met gebruikmaking van de centrale
antenne-inrichting van KTA. Zouden wij de
aansprakelijkheid anno 1998 van een Internet provider
die gestolen informatie op door hem ter beschikking
gestelde Web pagina's verspreidt, op dezelfde manier
construeren? Het artikel komt tot de conclusie dat dat
niet het geval is en laat zien dat dezelfde vragen die
nu spelen ook al in die zaak aan de orde werden
gesteld.
Annotaties:
EHRM 25 november 1996 (Wingrove),
NJ 1998, 359 (p. 2025-2026).
Preventief verbod op
openbaring en verspreiding van een godslasterlijke
videofilm. Over het ontbreken van een censuurverbod in
het EVRM. Het Hof verduidelijkt zijn jurisprudentie
ten aanzien van de 'margin of appreciation' bij de
publieke discussie in zaken van godsdienst en moraal.
EHRM 24 februari 1997 (de
Haes en Gijssels), NJ 1998, 360 (p.
2033-2034).
Felle kritiek op
leden van de rechterlijke macht in België, gelet op
het grote belang voor het publieke debat geoorloofd.
Verduidelijking van de grenzen die aan vorm en inhoud
van het openbare debat mogen worden gesteld. Relatie
tussen waarde-oordelen en feitelijke oordelen.
HR 17 juni 1997 (Patriottisch
Democratisch Appèl), NJ 1998, 361 (p.
2044-2046).
Beschuldiging van
racisme in het openbare debat geoorloofd als vrij
waarde-oordeel. Kritiek op de criteria die de HR
hanteert.
Populariserende
publicaties:
'Op
de elektronische snelweg ontbreekt het briefgeheim',
NRC Handelsblad 13 januari 1998.
Een kritische
bespreking van het bijgestelde ontwerp Gw (artikel 13)
en het ontwerp Telecommunicatiewet, waarin het
elektronisch briefgeheim nog altijd niet afdoende is
geregeld.
'Beide Partijen hebben
boter op het hoofd', NRC Handelsblad 5 november
1998.
Een bespreking van de
overdreven reacties van de pers naar aanleiding van de
affaire Huibregtsen. De bijdrage staat stil bij de
bewijslast van de pers en de zorgvuldigheidsregels die
bij citeren in acht moeten worden genomen.
Voordrachten:
Interventie op de
jaarvergadering van de Nederlandse Juristen Vereniging
op 12 juni naar aanleiding van de preadviezen 'Internet
en Recht'. De interventie had betrekking op de stelling
van preadviseur Koers dat Internet moet worden opgevat
als een sociaal systeem. De interventie bestreed dit en
bestreed ook dat de overheid een speciaal rechtsregime
voor Internet zou moeten ontwerpen.
Inleiding over
telefoonnummers en domeinnamen op de 3rd European Forum
on the Law of Telecommunications, Information
Technologies and Multimedia: Towards a Common
Framework, georganiseerd door de European Lawyers'
Union in Luxemburg op 18 en 19 juni. De inleiding
analyseert de verschillende systematiek van adressering
in telefonie en domeinnamen en laat zien hoe de beide
systemen convergeren.
Inleiding op het Stibbe
symposium van 29 oktober over het millenniumprobleem bij
computers en de verschillende juridische
verantwoordelijkheden van de verschillende partijen.
Inleiding over de
nieuwe ontwerp EG richtlijn over electronic commerce en
in het bijzonder de positie van de intermediairs op het
Internet op 20 november voor de Vereniging voor Media en
Communicatierecht. De richtlijn stelt voor om een
zogenaamde horizontale aansprakelijkheid in te voeren,
die een algemene regel geeft voor civielrechtelijke en
strafrechtelijke aansprakelijkheid. Kritische
kanttekeningen bij deze opzet.
Inleiding voor het
Forum voor Interconnectie en Speciale Toegang (FIST) op
27 november over de privacyregels in de
telecommunicatie. Tezamen met de voorzitter van de
Registratiekamer Hustinx die de aftapbepalingen in de
Telecommunicatiewet belichtte.
Inleiding op het ITeR
jaarcongres van 16 december over de gezamenlijke studie
van het IViR en TU Eindhoven en Delft over
telecommunicatienummers en domeinnamen. Deze studie
bevat een vijftal studies over de techniek van
telefoonnummers en domeinnamen, de merkenrechtelijke en
andere eigendomsvragen rond telefoonnummers en
domeinnamen en een studie over de regulering van
informatienummers.
Overige
activiteiten:
Lid van de
promotiecommissie:
M. Bulk, Rectificaties
in het licht van de uitingsvrijheid, Amsterdam UvA
Hoorzitting Tweede
Kamer met betrekking tot hoofdstuk 13
Telecommunicatiewet, Den Haag, 19 februari.
Commentaar op de Nota
'Wetgeving voor de Elektronische Snelweg', Hoorzitting
van Vaste Commissie voor Justitie van de Tweede Kamer,
Den Haag, 3 september.
Functies:
- lid van de redactie
van Informatierecht/AMI
- lid van de redactie
van Computerrecht
- editor-in-chief Information
Law Series
- voorzitter van de
commissie Gedragslijn voor de Museale Beroepsethiek
- lid van de Commissie
Auteursrecht
- lid van de Commissie
Nationaal Programma Informatietechnologie en Recht
|