|
Prof. mr. H. Cohen Jehoram
Hoogleraar Recht van de Intellectuele Eigendom, Media- en Informatierecht.
‘Netherlands’, Update 1997
in: D. Nimmer & P.E. Geller (eds.), International Copyright Law &
Practice (losbl.), New York: Matthew Bender 1998, p. 1-94.
Een over het jaar 1997
bijgewerkte versie van een beknopt doch diepgravend handboek over het
Nederlandse auteursrecht voor een internationale gebruikerskring.
(met B. Smulders) ‘The Law of
the European Community and Copyright’ Update 1997 in: D. Nimmer & P.E.
Geller (eds.), International Copyright Law & Practice (losbl.), New
York: Matthew Bender 1998, p. 1-91.
Een over het jaar 1997
bijgewerkte versie van een handboek over EG-recht en auteursrecht, de
ontwikkelingen in rechtspraak en regelgeving.
‘Kroniek van het recht van de
intellectuele eigendom’, NJB 1998-11, p. 531-536.
Kritisch overzicht van de
voornaamste rechtsontwikkelingen die zich in 1997 hebben voorgedaan in het recht
van de intellectuele eigendom.
‘Shoot the widow’, Informatierecht/AMI
1998-4, p. 62-63.
Bespreking van de redenen
waarom onze wetgever het droit moral van de gestorven kunstenaar niet
automatisch heeft willen doen overgaan op de erfgenamen.
‘Fair use - die ferne
Geliebte’, Informatierecht/AMI 1998-10, p. 174-175.
Reactie op een pleidooi tot
invoering in ons auteursrecht van het Amerikaanse begrip fair use. Betoog dat
dit zou leiden tot onvoorspelbaarheid van de afloop van auteursrechtelijke
procedures.
Intellectuele Eigendom,
Jurisprudentie en annotaties uit Ars Aequi 1953-1998, Nijmegen:
Ars Aequi Libri 1998, 431 p.
Een verzameling van 59 arresten
van het Europese Hof van Justitie, het Benelux Gerechtshof en de Hoge Raad op
het terrein van de intellectuele eigendom met zeer uitvoerige annotaties, zoals
deze in voornamelijk Ars Aequi verschenen zijn sinds 1953.
Parallelimport, recht en beleid,
Deventer: Kluwer 1998, 29 p.
Bespreking van het leerstuk van
de uitputting in alle intellectuele eigendomsrechten en hoe de tenslotte
bereikte internationale uitputting in diverse rechten op handelspolitieke
gronden plaats heeft moeten maken voor een uitsluitend EG-wijde uitputting.
Annotaties:
HR 20 mei 1994 (De negende
van Oma), Ars Aequi 1998-1, p. 46-52.
De kunstenaar heeft een evident
belang bij plaatsing van zijn kunstwerk. De belangen van de bewoners wegen
echter zoveel zwaarder dat hieraan de voorrang moet worden gegeven.
Pres. Rb. Amsterdam 19 juni
1997, Informatierecht/AMI 1998-1, p. 8-10.
Het onderwaterschip vertoont
geen duidelijk kunstzinnig karakter en verdient daarom geen auteursrechtelijke
bescherming.
HvJEG 11 november 1997 (De
springende roofkat), zaak C-251/95, Ars Aequi 1998-47, p. 700-708.
Het criterium ‘gevaar voor
verwarring, inhoudende de mogelijkheid van associatie met het oudere merk’,
als bedoeld in de eerste Merkenrechtrichtlijn moet aldus worden uitgelegd, dat
gevaar voor verwarring niet reeds aanwezig kan worden geacht, indien het publiek
twee merken wegens hun overeenstemmende begripsinhoud met elkaar zou kunnen
associëren.
Functies:
- voorzitter van de redactie
van Informatierecht/AMI
- medewerker van het Nederlands
Juristenblad
- vaste annotator recht van de
intellectuele eigendom bij Ars Aequi
- voorzitter van de Vereniging
voor Auteursrecht
- vice-voorzitter van de
internationale vereniging voor auteursrecht, ALAI
- lid van de Copyright Experts
Group van DG XV van de Europese Commissie
- voorzitter van het bestuur
van de Stichting Auteursrechtmanifestaties
- voorzitter van de Benelux
Studiegroep voor Industriële Eigendom
- lid van de Commissie
Auteursrecht van de regering
- lid van het WIPO standing
Committee on Copyright and Related Rights
Overige activiteiten:
Lid van de promotiecommissie:
M. de Cock Buning, Auteursrecht
en informatietechnologie, Amsterdam UvA.
|