IViR - Jaarverslag 1998
Hoofdstuk 2 - Opleiding

1. Doctoraal-opleiding

De meeste medewerkers van het Instituut participeren in het onderwijs van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. De Meij, Hins, Kistenkas en Nieuwenhuis doceren bij de vakgroep Staatsrecht; Cohen Jehoram, Dommering, Van Eijk, Hugenholtz, Kabel, Mom en Schuijt geven onderwijs bij de vakgroep Recht van de Intellectuele Eigendom, Media- en Informatierecht (RIEMI).

De samenwerking tussen de vakgroep RIEMI en het Instituut voor Informatierecht heeft geleidelijk geleid tot het huidige onderwijsaanbod. Dat bestaat uit drie zevenpunts keuzevakken (Media- en Informatierecht, Auteursrecht en Industriële Eigendom), één vierpunts keuzevak (De invloed van het EEG-Mededingingsrecht op het recht van de Intellectuele Eigendom). Dit laatste vak werd gegeven door Alexander, tot 1995 bijzonder hoogleraar op de zogenaamde Bregsteinleerstoel.

Het onderwijs wordt aangeboden in hoorcolleges en werkgroepen van maximaal 25 studenten, waarvoor schriftelijke opdrachten worden gegeven. De tentamens zijn mondeling en worden steeds afgenomen door twee docenten.

De belangstelling voor met name de drie grote keuzevakken is groot en nog steeds groeiende: ca. 260 geslaagden voor de (mondelinge) tentamens per jaar en ca. 60 voltooide scripties. Een groeiend aantal studenten kiest voor alle drie de grote keuzevakken en soms voor nňg meer. Informatierecht is daarmee voor relatief veel afgestudeerde juristen aan de Universiteit van Amsterdam een specialisatievak geworden.

 

2. Telecommunicatierecht

Opnieuw verzorgde het Instituut het keuzevak Telecommunicatierecht. Dit vak wordt landelijk aangeboden en is bestemd voor doctoraal-studenten rechten, studenten economie, communicatiewetenschap, internationale studierichtingen en technische bestuurskunde. Het gaat om een verdiepingsvak dat wordt gekenmerkt door een brede, grondige aanpak van het vakgebied en hoogwaardig interdisciplinair onderwijs, gegeven door docenten uit verschillende disciplines met een grote theoretische en praktische ervaring. De landelijke aanpak past in het streven hoogwaardige kennis in een landelijk expertisecentrum te concentreren. Aan deze cursus werkten mee Dommering, Van Eijk, Hugenholtz, Burger en Verberne. De coördinatie was in handen van Van Eijk die daarbij werd geassisteerd door Burger, later door student-assistent Erwteman. Als gastdocenten werkten aan de cursus mee drs. H.C. Bakker, secretaris van het college van OPTA en directeur van het bureau van OPTA; mr. Fod Barnes, policy adviser OFTEL Londen; mr. O.W. Brouwer, advocaat; ir. C.T.W. van Diepenbeek, ministerie van Verkeer en Waterstaat, frequentiemanagement; dr. G.P. van Duijvenvoorde, advocaat; mr. M.A.J.M. van der Heyden, High Key Communications en ir. J.A.M. Nijhof, hoofddocent bij de vakgroep Telecommunicatierecht en Verkeersbegeleidings-systemen van de Faculteit der Electrotechniek aan de Technische Universiteit Delft.

 

3. AIO-onderzoek, tweede geldstroom promovendi- en projectonderzoek

Binnen het Instituut is thans een mix tot stand gebracht tussen eerste geldstroomonderzoek (wetenschappelijke staf en AIO’s), tweede geldstroomonderzoek dat resulteert in dissertaties, en projectonderzoek uitmondend in wetenschappelijke publicaties. Daardoor is de gewenste flexibiliteit bereikt om veelbelovende jonge afgestudeerden voor korte of langere tijd aan het Instituut te binden.

 

4. Studiebijeenkomsten

Het Instituut organiseert regelmatig een studiebijeenkomst. In de verslagperiode werden de volgende studiebijeenkomsten belegd:

23 januari: Prof. dr. Ysolde Gendreau
De wijziging van de Canadese auteurswet

20 februari: Mr. J. F. Haeck
Idee en programmaformule in het auteursrecht

17 april: Mr. drs. M. de Cock Buning
Auteursrecht en informatietechnologie

4 september: Mr. B.M. Vroom-Cramer
Regulering van informatie over voedings- en genotmiddelen

11 september: Dr. ir. E. Huizer
De verdeling van domeinnamen in het internationale en nationale domein

13 november: Prof. dr. M. Buydens
Nieuwe Belgische auteurswetgeving en de mogelijkheden om de overontwikkeling van het auteursrecht aan banden te leggen

 

5. Post-Academisch Onderwijs

Als gebruikelijk werd ook in 1998 PAO-onderwijs gegeven. In samenwerking met het Eggens-Instituut van de Universiteit van Amsterdam werd de cursus Het Nieuwe Telecommunicatierecht aangeboden. Aan deze cursus werkten mee Dommering en Van Eijk, alsmede een groot aantal gastdocenten. De coördinatie was in handen van Van Eijk en hij werd daarbij geassisteerd door student-assistent Erwteman. Eveneens in samenwerking met het Eggens-Instituut werd een eendaagse cursus Actualiteiten Mediarecht aan de Universiteit van Amsterdam aangeboden. Daaraan werkten Dellebeke, Kabel en Schuijt mee. Daarnaast organiseerde het Instituut een in-house course Mediarecht voor de juridische afdelingen van de Endemol-ondernemingen in Nederland. Aan deze cursus werkten mee Dellebeke, Van Eijk, Hugenholtz en Schuijt, die de cursus tevens coördineerde. Aan de cursus Mediarecht voor de Stichting Studiecentrum Rechtspleging (SSR) te Zutphen werkten mee Van Eijk, Schuijt en Kabel, die de cursus tevens coördineerde. Tenslotte – niet post-academisch, maar pre-academisch onderwijs! – coördineerde het Instituut een masterclass Media- en Auteursrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam voor begaafde leerlingen van eindexamenklassen van middelbare scholen uit geheel Nederland. In deze masterclass verzorgden Hugenholtz, Kabel en Schuijt een college.

 

Mediarecht ten behoeve van studenten Communicatiewetenschap

Ook in 1998 verzorgde het Instituut een collegecyclus Mediarecht ten behoeve van de studenten Communicatiewetenschap bij de vakgroep Communicatiewetenschap van de Faculteit der Politieke en Sociaal-Culturele Wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Aan deze cyclus van twaalf hoorcolleges werkte een groot aantal instituutsmedewerkers mee: Burger, Van Eijk, Kabel, Mom, Nieuwenhuis, Westerbrink en oud-Instituutsmedewerker Schiphof.

 

Gastcolleges

Voor de gastcolleges en voordrachten die door medewerkers van het Instituut werden gehouden zij verwezen naar de publicaties en overige activiteiten van de individuele medewerkers, die in hoofdstuk 4 van dit jaarverslag worden vermeld.



Bijgewerkt 15.12.2005