|
1. Eerste, tweede en derde
geldstroomonderzoek
Onderstaand wordt per
deelprogramma het onderzoek beschreven. De verschillende soorten onderzoek
(eerste, tweede en derde geldstroom) worden niet afzonderlijk behandeld, omdat
er wat de inhoud van het onderzoek betreft geen reden is om een onderscheid te
maken. Wel wordt dit hoofdstuk afgesloten met een schema waarin is aangegeven
welk onderzoek in opdracht is verricht. Voor de precieze bibliografische
gegevens wordt verwezen naar hoofdstuk 4.
Organisatie van het
programma
Het Instituut telt in het
verslagjaar elf senior onderzoekers, vijf onderzoekers in opleiding, en veertien
projectonderzoekers. Het onderzoekswerk wordt gesteund door een
student-assistent en door het Documentatiecentrum, dat onder leiding staat van
een documentalist, ondersteund door een assistent. Het onderzoek wordt mede
gecoördineerd door een management-assistent. De afstemming van het onderzoek
wordt bewaakt in de maandelijkse directiebijeenkomst.
Er zijn regelmatige (tenminste
éénmaal per maand) wetenschappelijke bijeenkomsten waarin buitenlandse
literatuur wordt besproken of over de voortgang van ieders onderzoek aan de hand
van inleidingen wordt gediscussieerd. Op deze bijeenkomsten worden ook
regelmatig gastsprekers uitgenodigd. De onderzoekers zijn allen lid van de in
Nederland bestaande wetenschappelijke verenigingen op hun vakgebied. Afstemming
van het onderzoek is door de bijna dagelijkse samenwerking geen probleem. De
aandrang tot publicatie is sterk en wordt zowel van buitenaf gestimuleerd, als
door het gegeven dat een aantal wetenschappelijke tijdschriften vanuit het
Instituut wordt geredigeerd en elk van de directieleden lid is van de redactie
van tenminste één tijdschrift op het vakgebied.
Centrale probleemstelling en
onderzoeksthema's
Het onderzoeksprogramma van het
Instituut is van meet af aan niet gebonden aan een bepaalde technologie. Zo
houdt het Instituut zich zowel bezig met de klassieke drukpers als met de nieuwe
telecommunicatiemiddelen. Het centrale ordenende principe is informatie:
informatieproductie, informatietransport, informatie-opslag en
informatiegebruik. De snelle ontwikkeling van de informatie- en
communicatietechnologie heeft grote invloed op deze processen, maar de
theoretische vragen blijven hetzelfde. Deze vragen, zoals die oorspronkelijk
door het IViR werden geformuleerd, worden thans nationaal en internationaal
algemeen aanvaard:
Vrije verspreiding en
toegankelijkheid
Het recht van vrije
meningsuiting is hier het centrale ordenende principe. Veranderende
communicatieprocessen stellen echter nieuwe principiële vragen, zoals de
discussie over het Internet leert. Het heeft echter ook gevolgen voor het
auteursrecht en de daarin tot stand gekomen afweging tussen exclusieve rechten
en gebruikersvrijheden (persoonlijk gebruik, onderwijs, bibliotheken enz.).
Exclusiviteit
De exclusiviteit van informatie
betreft het recht van de intellectuele eigendom in al zijn facetten, in het
bijzonder het auteursrecht en aanverwante rechten. De elektronische omgeving van
het Internet roept in dit verband belangrijke nieuwe vragen op.
Telecommunicatie
Transport en verspreiding zijn
wezenlijk voor communicatieprocessen. De nieuwe technologie en de liberalisatie
van de markt roepen weer nieuwe en belangrijke onderzoeksvragen voor het
informatierecht op.
De rol van commerciële
communicatieprocessen
Wij kennen dit uit de reclame,
maar wij zien in toenemende mate dat openbare informatie commercieel wordt
uitgebaat en dat roept nieuwe vragen van exclusiviteit en openbaarheid op.
Privacybescherming
De eerste privacy-inbreuken
waren een gevolg van nieuwe informatietechnologieën (fotografie), maar de
nieuwe telecommunicatietechnieken maken dat privacy vrijwel overal een
aandachtspunt is geworden.
De gekozen opzet van het onderzoeksprogramma en de interdisciplinaire
dwarsverbanden die daarin vanuit genoemde theoretische vragen worden gelegd,
zijn zeer vruchtbaar en tijdsbestendig gebleken. Mede daardoor is het Instituut
een springlevend onderzoeksinstituut, één van de grootste in zijn vakgebied
ter wereld.
Onderstaand worden per programma-onderdeel de gepubliceerde resultaten globaal
weergegeven.
Theorievorming
De informatiesamenleving zoals
wij die thans kennen (de samenleving is sedert de uitvinding van de drukpers een
informatiesamenleving) kenmerkt zich door een vervlechting van informatie- en
communicatietechnologie en maatschappelijk handelen. Er is vrijwel geen
activiteit die niet met behulp van deze technologie wordt verricht. Of het nu
gaat om een elektronische handelstransactie, een discussie op een bulletinbord
op Internet, het gebruik van online of cd-rom databanken, of een mobiel
telefoongesprek, steeds is er de verbinding tussen het maatschappelijk aspect en
het technische aspect. In de bijdrage tot de Cohen Jehoram-bundel noemde
Dommering dit de (maatschappelijke) ‘oppervlaktestructuur’ en de
(technologische) ‘dieptestructuur’. De informatiesamenleving is daarmee een
soort ijsberg geworden waarvan wij het topje van de informatie zien, maar de
technologie onder de oppervlakte niet.
De hiervoor als centrale
onderzoeksthema’s aangeduide probleemstellingen moeten opnieuw op hun
fundamenten worden doordacht. In dit kader kan de dissertatie worden geplaatst
over de relatie tussen informatietechnologie en auteursrecht. In deze
dissertatie wordt gepleit voor een technologieneutrale wetgeving. Ook het Imprimatur-project
(exploitatie van auteursrecht in een nieuwe elektronische omgeving) leverde
belangrijke nieuwe theoretische inzichten op. Verder kan de bijdrage aan de
Jubileumbundel voor de Grondwet worden genoemd, waarin voorstellen werden gedaan
voor een nieuwe formulering van de grondrechten verwoord in artikel 7 (de
vrijheid van meningsuiting) en artikel 13 (het telefoongeheim). De studie die in
het kader van het ITeR programma over dit onderwerp binnen het IViR wordt
uitgevoerd, kan daar op voortbouwen.
Bescherming van
informatie
Bescherming van informatie is
een onderwerp dat vooral door het auteursrecht en het industriële
eigendomsrecht wordt bestreken. Meer in het bijzonder zijn in dit deelprogramma
resultaten gepubliceerd van onderzoek naar de bescherming van ideeën (een
dissertatie), de bescherming van technologische voorzieningen, voorwaardelijke
toegangssystemen en copyright management information, de bescherming met
betrekking tot databanken, de archivering van elektronische publicaties,
knelpunten bij multimedialicenties en in het algemeen de problemen bij de
overdracht van zogenaamde elektronische rechten. In het preadvies voor de
Nederlandse Juristenvereniging (‘Recht en Internet’) werd een pessimistische
toekomstvisie op het (einde van) het auteursrecht beschreven. In 1998 verscheen
tevens de bundel van het congres ‘Universiteit en Auteursrecht’, dat het
IViR ter gelegenheid van zijn 10-jarig bestaan in 1997 had georganiseerd. Ook
het liber amicorum van Cohen Jehoram, genoemd in de inleiding, bevat een groot
aantal bijdragen op het terrein van de intellectuele eigendom. Daarnaast werd,
als gebruikelijk, de lopende rechtspraak van commentaar in de vorm van
annotaties voorzien en werden uitgebreide overzichten van de stand van zaken op
auteursrechtelijk gebied gepubliceerd in binnen- en buitenlandse publicaties.
Mediarecht
Een breed opgezette dissertatie
naar de verhouding tussen rectificatie en vrijheid van meningsuiting besloeg
zowel omroep als pers. Datzelfde was het geval met een rechtsvergelijkende
studie naar belediging in het Engelse, Nederlandse en Duitse recht. Wat de pers
betreft, werd gepubliceerd over de ethiek van journalisten zoals te vinden in
uitspraken van rechter en zelfregulerende instanties. Voor het overige werden
vooral veel studies gepubliceerd op het terrein van de omroep. Aan de orde
kwamen problemen rond uitzendrechten, de bevoegdheid van de nationale overheden,
de structuur van omroepen in Nederland en Italië, analyses van
financieringssystemen van publieke omroepen en onderzoek naar commerciële
financiering van omroepprogramma’s. De overvloedige rechtspraak op het terrein
van het mediarecht werd becommentarieerd in de vorm van annotaties. Zoals ook
bij andere deelprogramma’s werden kronieken van Nederlands mediarecht in
binnen- en buitenlandse publicaties gepubliceerd. Het Instituut verzorgde
wederom de redactie van de bundel Omroep en Commercie, waarin beschikkingen,
adviezen, rechtspraak, wetgeving en beleidslijnen terzake van sponsoring en
sluikreclame in de omroep zijn gebundeld.
Telecommunicatie
Ook in 1998 organiseerde het
IViR in samenwerking met het Juridisch Postacademisch Onderwijs een intensieve
cursus op postacademisch niveau over de nieuwe Telecommunicatiewet. De cursus
besloeg in totaal zeven hele dagen waarin aan de hand van de nieuwe wet alle
belangrijke juridische aspecten van het telecommunicatierecht aan de orde
kwamen. Om de inzichtelijkheid van het telecommunicatierecht te vergroten is
tijdens de cursus tevens aandacht besteed aan de technische aspecten van de
telecommunicatie. De dertien verschillende docenten en gastsprekers voor deze
cursus zijn afkomstig uit zowel de wetenschap als de praktijk. Ten einde de
kwaliteit te garanderen en mede gezien het gewenste intensieve karakter was het
aantal deelnemers beperkt tot twintig. De deelnemers waren afkomstig uit de
advocatuur, bedrijfsleven en overheid. Omdat handboeken en actuele literatuur
vrijwel geheel ontbreken is door het IViR een geheel nieuwe set aan
onderwijsmateriaal samengesteld van in totaal bijna 1400 pagina's.
Het onderwijs in het
telecommunicatierecht bracht aan het licht dat er dringend behoefte is aan een
theoretisch handboek. Het IViR besloot daarom een belangrijk deel van zijn
onderzoekstijd in te zetten om dit project te realiseren, dat zijn voltooiing
zal naderen in 1999. In dit kader werden ook artikelen gepubliceerd over
elektronische adressering (telefoonnummers en domeinnamen), veilingprocedures,
de toepassing van Open Network Provision-beginselen op kabelnetten en over de
nieuwe telecommunicatiewet. Daarnaast werd de rechtspraak op dit terrein van
commentaar voorzien.
Commerciële communicatie
Ook op dit terrein verscheen in
het verslagjaar een dissertatie. Daarin werd de complexe regelgeving op het
terrein van informatie over levensmiddelen geanalyseerd. Het terrein werd verder
voorzien van uitgebreide overzichten van de stand van zaken op juridisch terrein
en van enkele annotaties bij rechterlijke uitspraken. De losbladige uitgave over
reclamerecht werd onder redactie van het Instituut bijgewerkt.
Privacy
Het onderzoek in het kader van
het Imprimaturproject naar Privacy and Electronic Copyright Management
Systems werd afgerond met een publicatie over de invloed die het recht van
privacy kan hebben op het functioneren van zogenaamde electronic copyright
management systems.
Overheidsinformatie
Het onderzoek naar de prijs die
door de publieke sector wordt gevraagd bij de verstrekking van elektronische
informatie werd afgerond met een rapport. De problematiek van commercialisering
van overheidsinformatie in het algemeen kwam aan de orde in een
overzichtsartikel; de toepassing van die algemene problematiek op zgn.
geografische overheidsinformatie in een tweetal rapporten. De kwestie van
openbaarheid van overheidsinformatie, in het bijzonder van de Europese
Gemeenschap is behandeld in een aantal annotaties. Daarnaast verscheen een
analyse van deze problematiek bij derde en tweede geldstroom onderzoek van
universiteiten.
2. AIO-onderzoek
Het AIO-onderzoek van Wissink
(strafrechtelijke aansprakelijkheid van de provider op het Internet) werd
stopgezet. Het lopende AIO-onderzoek door Van Eechoud (het systeem van
internationaal privaatrechtelijke verwijzingsregels in het auteursrecht en de
naburige rechten) is op schema.
De onderzoeken van De Cock Buning (auteursrecht en informatietechnologie), Haeck
(ideeënbescherming en auteursrecht), Vroom-Cramer (informatie over voedings- en
genotmiddelen) en Bulk (rectificatie en uitingsvrijheid) zijn in 1998 met een
promotie afgerond.
3. Congressen
Vanaf februari 1997 is het IViR
als legal partner betrokken bij het IMPRIMATUR-project, een
Esprit-project gefinancierd door de Europese Commissie waarin de ontwikkeling
van zogenaamde Electronic Copyright Management Systems (ECMS) centraal
staat. In het kader van dit project, waarin bedrijven en universiteiten uit
Zweden, Duitsland, Engeland, Italië en Nederland samenwerken, organiseerde het
IViR in totaal zes workshops waarvan vier in 1998. Deze bijeenkomsten, behalve
de laatste, werden telkens voorafgegaan door een rapport waarin de actuele stand
van zaken rond het te bespreken onderwerp uitvoerig werd belicht. Op 14 maart
vond de eerste workshop plaats met als onderwerp Encryption and ECMS
(rapport van D. Gervais); op 23 mei was het onderwerp Privacy, Data
Protection, Copyright and ECMS (rapport van L. Bygrave & K.J. Koelman);
op 10 oktober Protection of Technological Measures and Copyright Management
Information (rapporten van N. Helberger, K.J. Koelman & A.M.E. de Kroon)
en op 7 november Private International Law and Copyright in a Networked
Environment. Een vierde onderwerp, Formation and Validity of Online
Contracts, werd wel in een rapport (van B.W.M. Trompenaars) beschreven, maar
was geen onderwerp van discussie.
Op de workshops, die rond de
grote tafel in het Documentatiecentrum van het IViR plaatsvonden, discussieerden
vertegenwoordigers van marktpartijen en academische experts uit de gehele wereld
onder voorzitterschap van projectleider Hugenholtz en voor het onderwerp ‘privacy
en ECMS’ onder leiding van Kabel en prof. J. Bing (Oslo). Samenvattingen van
de besprekingen werden verzorgd door A. Keuning, A.M.E. de Kroon en S. Galapo;
de samenvattingen werden als onderdeel van de rapporten gepubliceerd. Daarnaast
speelde het IViR een prominente rol in een aantal congressen (zogenoemde Consensus
Fora), die in IMPRIMATUR-verband werden georganiseerd. Op 2 en 3 juli
organiseerde het IViR in samenwerking met het IMPRIMATUR projectmanagement in
Londen een Consensus Forum onder de titel ‘Contracts & Copyright, a
Legal Framework for ECMS’. Ruim 75 deelnemers uit de gehele wereld
discussieerden aan de hand van thema’s en vraagpunten die aan de
IViR-rapporten waren ontleend. Hugenholtz nam de keynote speech voor zijn
rekening.
4. Spin-offs
Het informatierecht kenmerkt
zich door zijn voortdurende actualiteit. Dit blijkt niet alleen uit het
verrichte onderzoek en de publicaties van de medewerkers van het Instituut, maar
ook uit hun participatie in diverse redacties van wetenschappelijke
tijdschriften, boekenreeksen en losbladige uitgaven, deelname aan
wetenschappelijke bijeenkomsten in nationaal en internationaal verband en hun
populariserende publicaties. De eindredactie van zowel Informatierecht/AMI als
van Mediaforum wordt in het Instituut verzorgd. Spin-offs van het
wetenschappelijk onderzoek zijn bijvoorbeeld de maandelijkse rubriek ‘Documentatie’
in Mediaforum, waarin een overzicht wordt gegeven van de rechtspraak en
overige actualiteiten op het gebied van het media- en informatierecht, de
driemaandelijkse kroniek ‘Media- en informatierecht’ in het Ars Aequi
Katern en de jaarlijkse kroniek over reclame en oneerlijke mededinging in Intellectuele
Eigendom en Reclamerecht. De kennis op het gebied van omroeprecht is door
het Instituut verzilverd door de medewerking aan de bezwaarschriftencommissie
van het Commissariaat voor de Media inzake de toepassing van de zogenaamde
functioneringsvoorschriften en de sluikreclame- en sponsorregels voor de
publieke en commerciële omroepen.
Een belangrijke spin-off van
het onderzoek is tenslotte de door het ITeR gesubsidieerde cursus
Telecommunicatierecht die in het Instituut werd ontwikkeld. Deze cursus zal
zowel in het kader van het eerste fase-onderwijs als in het post-academisch
onderwijs kunnen worden verzorgd.
European Audiovisual
Observatory
Sinds 1994 is het IViR een
officiële partner van het European Audiovisual Observatory van de Raad
van Europa in Straatsburg. Op grond van het met het Observatory afgesloten partnership
agreement is het Instituut onder meer verantwoordelijk voor het leveren van
bijdragen aan de maandelijkse nieuwsbrief van het Observatory, IRIS. Deze
bijdragen betreffen relevante juridische ontwikkelingen op het gebied van de
audiovisuele media in de landen van de Raad van Europa en de Europese Unie. De
bijdragen uit West-Europa worden geleverd door medewerkers van het Instituut en
door correspondenten uit het netwerk dat het Instituut heeft opgebouwd. De Kroon
leverde vanuit het Instituut de meeste bijdragen. Zij coördineerde de
werkzaamheden voor IRIS en stuurde het netwerk aan.
ITeR
ITeR is het nationale
onderzoeksprogramma voor informatietechnologie en –recht. Alle onderzoeksthema’s
van het onderzoeksprogramma van het Instituut passen goed in dit nationale
programma. Zoals uit het overzicht van de tweede en derde geldstroomonderzoek
blijkt, levert het Instituut een belangrijke bijdrage aan ITeR. Het Instituut
heeft ook een deel van zijn onderzoekstijd uit de eerste geldstroom ingezet voor
de begeleiding en structurering van deze bijdragen. Dit is bijvoorbeeld het
geval bij het onderzoeksproject Institutionele convergentie van pers, omroep en
telecommunicatie. Projectonderzoeker Asscher wordt hierin begeleid door een
brede klankgroep van leden van het Instituut en leden van de leerstoelgroep
Staatsrecht die in het onderzoeksprogramma van het Instituut participeren.
In het kader van ITeR heeft het
Instituut een belangrijk nieuw initiatief geïnitieerd in de vorm van korte
sabbaticals, die het mogelijk moeten maken om specialisten uit de praktijk, die
werkzaam zijn in gebieden die vallen binnen het onderzoeksveld van het
Instituut, korte tijd voor onderzoek en kennisuitwisseling aan het Instituut te
verbinden.
5. Overzicht van (mede) door
tweede en derde geldstroom gefinancierde projecten
De uitgevoerde tweede en derde
geldstroomprojecten passen in het onderzoeksprogramma van het Instituut. Daarom
wordt veel tijd uit de eerste geldstroom vrij gemaakt voor begeleiding en
theoretische verdieping van dit onderzoek. De omvang daarvan verschilt per
project.
AIO-onderzoeken
Mw. mr. M. Bulk, Rectificatie
in het licht van de uitingsvrijheid
Promotor: prof. mr. J.M. de Meij
Begeleider: mr. J.L. de Reede
Einddatum: 11 december 1998
Mw. mr. drs. M. de Cock Buning,
Auteursrecht en informatietechnologie
Promotor: prof. mr. E.J. Dommering
Co-promotor: mr. P.B. Hugenholtz
Einddatum: 8 mei 1998
Mw. mr. M.M.M. van Eechoud, Het
systeem van internationaal privaatrechtelijke verwijzingsregels in het
auteursrecht en de naburige rechten
Promotores: prof. mr. Th. M. de Boer en prof. mr. P.B. Hugenholtz
Einddatum: 2001
Mr. J.F. Haeck, Ideeënbescherming
en auteursrecht
Promotores: prof. mr. H. Cohen Jehoram en prof. mr. G.A.I. Schuijt
Begeleider: mr. G.J.H.M. Mom
Einddatum: 4 maart 1998
Mw. mr. B.M. Vroom-Cramer, Regulering
van informatie over voedings- en genotmiddelen
Promotor: prof. mr. E.J. Dommering
Co-promotor: prof. mr. J.J.C. Kabel
Einddatum: 15 oktober 1998
Mw. mr. L.M. Wissink, Strafrechtelijke
aansprakelijkheid van de provider op het Internet
Promotores: prof. mr. G.A.I. Schuijt en prof. mr. Th. de Roos
Tot eind 1998.
Overig promotie-onderzoek
Mw. mr. drs. M.L. Verberne, Veiling
van het spectrum
Promotor: prof. mr. E.J. Dommering
Begeleider: dr. N.A.N.M. van Eijk
Einddatum: 1999
ITeR-onderzoek
Mw. mr. L. Guibault, Intellectuele
eigendom en informatievrijheid
Promotor: prof. mr. P.B. Hugenholtz
Co-promotor: prof. mr. J.J.C. Kabel
Einddatum: 2000
ITeR-onderzoek
6. Overzicht tweede en derde
geldstroomprojecten
| Onderzoek |
Opdrachtgever |
Projectleiders |
| Cursus Telecommunicatierecht |
ITeR |
Dommering / Van Eijk |
| Veiling van het Spectrum |
ITeR |
Dommering / Van Eijk |
| Prijsbepaling voor elektronische
overheidsinformatie |
ITeR |
Kabel |
| Intellectuele Eigendom en
Informatievrijheid |
ITeR |
Hugenholtz |
| Merkenrechtelijke aspecten van
adresinformatie |
ITeR |
Dommering |
| Regulering van informatienummers |
ITeR |
Dommering |
| Handboek Telecommunicatierecht |
ITeR |
Dommering / Van Eijk |
| Constitutionele convergentie van
pers, omroep en telecommunicatie |
ITeR |
Schuijt |
| Het bibliotheekprivilege in een
digitale omgeving |
ITeR |
Hugenholtz |
| Kennisoverdracht ‘Het voor
derden toegankelijk maken van de IViR database’ |
ITeR |
Kabel |
| Auteursrechtelijke aspecten van
preservering van elektronische publicaties |
KNB |
Hugenholtz |
| Omroep en Commercie |
Commissariaat v.d. Media |
Kabel |
| European Audiovisual Observatory |
Raad van Europa |
Hugenholtz / Schuijt |
| Eurogi Copyright Inventory
Extension |
RAVI |
Hugenholtz |
| Imprimatur |
Europese Commissie |
Hugenholtz |
| Dipper |
Europese Commissie |
Hugenholtz |
| Uitingsvrijheid en regeling
cross-ownership |
Raad voor Cultuur |
Van Eijk |
|