IViR - Jaarverslag 1998
Hoofdstuk 1 - Onderzoek

1. Eerste, tweede en derde geldstroomonderzoek

Onderstaand wordt per deelprogramma het onderzoek beschreven. De verschillende soorten onderzoek (eerste, tweede en derde geldstroom) worden niet afzonderlijk behandeld, omdat er wat de inhoud van het onderzoek betreft geen reden is om een onderscheid te maken. Wel wordt dit hoofdstuk afgesloten met een schema waarin is aangegeven welk onderzoek in opdracht is verricht. Voor de precieze bibliografische gegevens wordt verwezen naar hoofdstuk 4.

Organisatie van het programma

Het Instituut telt in het verslagjaar elf senior onderzoekers, vijf onderzoekers in opleiding, en veertien projectonderzoekers. Het onderzoekswerk wordt gesteund door een student-assistent en door het Documentatiecentrum, dat onder leiding staat van een documentalist, ondersteund door een assistent. Het onderzoek wordt mede gecoördineerd door een management-assistent. De afstemming van het onderzoek wordt bewaakt in de maandelijkse directiebijeenkomst.

Er zijn regelmatige (tenminste éénmaal per maand) wetenschappelijke bijeenkomsten waarin buitenlandse literatuur wordt besproken of over de voortgang van ieders onderzoek aan de hand van inleidingen wordt gediscussieerd. Op deze bijeenkomsten worden ook regelmatig gastsprekers uitgenodigd. De onderzoekers zijn allen lid van de in Nederland bestaande wetenschappelijke verenigingen op hun vakgebied. Afstemming van het onderzoek is door de bijna dagelijkse samenwerking geen probleem. De aandrang tot publicatie is sterk en wordt zowel van buitenaf gestimuleerd, als door het gegeven dat een aantal wetenschappelijke tijdschriften vanuit het Instituut wordt geredigeerd en elk van de directieleden lid is van de redactie van tenminste één tijdschrift op het vakgebied.

Centrale probleemstelling en onderzoeksthema's

Het onderzoeksprogramma van het Instituut is van meet af aan niet gebonden aan een bepaalde technologie. Zo houdt het Instituut zich zowel bezig met de klassieke drukpers als met de nieuwe telecommunicatiemiddelen. Het centrale ordenende principe is informatie: informatieproductie, informatietransport, informatie-opslag en informatiegebruik. De snelle ontwikkeling van de informatie- en communicatietechnologie heeft grote invloed op deze processen, maar de theoretische vragen blijven hetzelfde. Deze vragen, zoals die oorspronkelijk door het IViR werden geformuleerd, worden thans nationaal en internationaal algemeen aanvaard:

Vrije verspreiding en toegankelijkheid

Het recht van vrije meningsuiting is hier het centrale ordenende principe. Veranderende communicatieprocessen stellen echter nieuwe principiële vragen, zoals de discussie over het Internet leert. Het heeft echter ook gevolgen voor het auteursrecht en de daarin tot stand gekomen afweging tussen exclusieve rechten en gebruikersvrijheden (persoonlijk gebruik, onderwijs, bibliotheken enz.).

Exclusiviteit

De exclusiviteit van informatie betreft het recht van de intellectuele eigendom in al zijn facetten, in het bijzonder het auteursrecht en aanverwante rechten. De elektronische omgeving van het Internet roept in dit verband belangrijke nieuwe vragen op.

Telecommunicatie

Transport en verspreiding zijn wezenlijk voor communicatieprocessen. De nieuwe technologie en de liberalisatie van de markt roepen weer nieuwe en belangrijke onderzoeksvragen voor het informatierecht op.

De rol van commerciële communicatieprocessen

Wij kennen dit uit de reclame, maar wij zien in toenemende mate dat openbare informatie commercieel wordt uitgebaat en dat roept nieuwe vragen van exclusiviteit en openbaarheid op.

Privacybescherming

De eerste privacy-inbreuken waren een gevolg van nieuwe informatietechnologieën (fotografie), maar de nieuwe telecommunicatietechnieken maken dat privacy vrijwel overal een aandachtspunt is geworden.
De gekozen opzet van het onderzoeksprogramma en de interdisciplinaire dwarsverbanden die daarin vanuit genoemde theoretische vragen worden gelegd, zijn zeer vruchtbaar en tijdsbestendig gebleken. Mede daardoor is het Instituut een springlevend onderzoeksinstituut, één van de grootste in zijn vakgebied ter wereld.
Onderstaand worden per programma-onderdeel de gepubliceerde resultaten globaal weergegeven.

Theorievorming

De informatiesamenleving zoals wij die thans kennen (de samenleving is sedert de uitvinding van de drukpers een informatiesamenleving) kenmerkt zich door een vervlechting van informatie- en communicatietechnologie en maatschappelijk handelen. Er is vrijwel geen activiteit die niet met behulp van deze technologie wordt verricht. Of het nu gaat om een elektronische handelstransactie, een discussie op een bulletinbord op Internet, het gebruik van online of cd-rom databanken, of een mobiel telefoongesprek, steeds is er de verbinding tussen het maatschappelijk aspect en het technische aspect. In de bijdrage tot de Cohen Jehoram-bundel noemde Dommering dit de (maatschappelijke) ‘oppervlaktestructuur’ en de (technologische) ‘dieptestructuur’. De informatiesamenleving is daarmee een soort ijsberg geworden waarvan wij het topje van de informatie zien, maar de technologie onder de oppervlakte niet.

De hiervoor als centrale onderzoeksthema’s aangeduide probleemstellingen moeten opnieuw op hun fundamenten worden doordacht. In dit kader kan de dissertatie worden geplaatst over de relatie tussen informatietechnologie en auteursrecht. In deze dissertatie wordt gepleit voor een technologieneutrale wetgeving. Ook het Imprimatur-project (exploitatie van auteursrecht in een nieuwe elektronische omgeving) leverde belangrijke nieuwe theoretische inzichten op. Verder kan de bijdrage aan de Jubileumbundel voor de Grondwet worden genoemd, waarin voorstellen werden gedaan voor een nieuwe formulering van de grondrechten verwoord in artikel 7 (de vrijheid van meningsuiting) en artikel 13 (het telefoongeheim). De studie die in het kader van het ITeR programma over dit onderwerp binnen het IViR wordt uitgevoerd, kan daar op voortbouwen.

Bescherming van informatie

Bescherming van informatie is een onderwerp dat vooral door het auteursrecht en het industriële eigendomsrecht wordt bestreken. Meer in het bijzonder zijn in dit deelprogramma resultaten gepubliceerd van onderzoek naar de bescherming van ideeën (een dissertatie), de bescherming van technologische voorzieningen, voorwaardelijke toegangssystemen en copyright management information, de bescherming met betrekking tot databanken, de archivering van elektronische publicaties, knelpunten bij multimedialicenties en in het algemeen de problemen bij de overdracht van zogenaamde elektronische rechten. In het preadvies voor de Nederlandse Juristenvereniging (‘Recht en Internet’) werd een pessimistische toekomstvisie op het (einde van) het auteursrecht beschreven. In 1998 verscheen tevens de bundel van het congres ‘Universiteit en Auteursrecht’, dat het IViR ter gelegenheid van zijn 10-jarig bestaan in 1997 had georganiseerd. Ook het liber amicorum van Cohen Jehoram, genoemd in de inleiding, bevat een groot aantal bijdragen op het terrein van de intellectuele eigendom. Daarnaast werd, als gebruikelijk, de lopende rechtspraak van commentaar in de vorm van annotaties voorzien en werden uitgebreide overzichten van de stand van zaken op auteursrechtelijk gebied gepubliceerd in binnen- en buitenlandse publicaties.

Mediarecht

Een breed opgezette dissertatie naar de verhouding tussen rectificatie en vrijheid van meningsuiting besloeg zowel omroep als pers. Datzelfde was het geval met een rechtsvergelijkende studie naar belediging in het Engelse, Nederlandse en Duitse recht. Wat de pers betreft, werd gepubliceerd over de ethiek van journalisten zoals te vinden in uitspraken van rechter en zelfregulerende instanties. Voor het overige werden vooral veel studies gepubliceerd op het terrein van de omroep. Aan de orde kwamen problemen rond uitzendrechten, de bevoegdheid van de nationale overheden, de structuur van omroepen in Nederland en Italië, analyses van financieringssystemen van publieke omroepen en onderzoek naar commerciële financiering van omroepprogramma’s. De overvloedige rechtspraak op het terrein van het mediarecht werd becommentarieerd in de vorm van annotaties. Zoals ook bij andere deelprogramma’s werden kronieken van Nederlands mediarecht in binnen- en buitenlandse publicaties gepubliceerd. Het Instituut verzorgde wederom de redactie van de bundel Omroep en Commercie, waarin beschikkingen, adviezen, rechtspraak, wetgeving en beleidslijnen terzake van sponsoring en sluikreclame in de omroep zijn gebundeld.

Telecommunicatie

Ook in 1998 organiseerde het IViR in samenwerking met het Juridisch Postacademisch Onderwijs een intensieve cursus op postacademisch niveau over de nieuwe Telecommunicatiewet. De cursus besloeg in totaal zeven hele dagen waarin aan de hand van de nieuwe wet alle belangrijke juridische aspecten van het telecommunicatierecht aan de orde kwamen. Om de inzichtelijkheid van het telecommunicatierecht te vergroten is tijdens de cursus tevens aandacht besteed aan de technische aspecten van de telecommunicatie. De dertien verschillende docenten en gastsprekers voor deze cursus zijn afkomstig uit zowel de wetenschap als de praktijk. Ten einde de kwaliteit te garanderen en mede gezien het gewenste intensieve karakter was het aantal deelnemers beperkt tot twintig. De deelnemers waren afkomstig uit de advocatuur, bedrijfsleven en overheid. Omdat handboeken en actuele literatuur vrijwel geheel ontbreken is door het IViR een geheel nieuwe set aan onderwijsmateriaal samengesteld van in totaal bijna 1400 pagina's.

Het onderwijs in het telecommunicatierecht bracht aan het licht dat er dringend behoefte is aan een theoretisch handboek. Het IViR besloot daarom een belangrijk deel van zijn onderzoekstijd in te zetten om dit project te realiseren, dat zijn voltooiing zal naderen in 1999. In dit kader werden ook artikelen gepubliceerd over elektronische adressering (telefoonnummers en domeinnamen), veilingprocedures, de toepassing van Open Network Provision-beginselen op kabelnetten en over de nieuwe telecommunicatiewet. Daarnaast werd de rechtspraak op dit terrein van commentaar voorzien.

Commerciële communicatie

Ook op dit terrein verscheen in het verslagjaar een dissertatie. Daarin werd de complexe regelgeving op het terrein van informatie over levensmiddelen geanalyseerd. Het terrein werd verder voorzien van uitgebreide overzichten van de stand van zaken op juridisch terrein en van enkele annotaties bij rechterlijke uitspraken. De losbladige uitgave over reclamerecht werd onder redactie van het Instituut bijgewerkt.

Privacy

Het onderzoek in het kader van het Imprimaturproject naar Privacy and Electronic Copyright Management Systems werd afgerond met een publicatie over de invloed die het recht van privacy kan hebben op het functioneren van zogenaamde electronic copyright management systems.

Overheidsinformatie

Het onderzoek naar de prijs die door de publieke sector wordt gevraagd bij de verstrekking van elektronische informatie werd afgerond met een rapport. De problematiek van commercialisering van overheidsinformatie in het algemeen kwam aan de orde in een overzichtsartikel; de toepassing van die algemene problematiek op zgn. geografische overheidsinformatie in een tweetal rapporten. De kwestie van openbaarheid van overheidsinformatie, in het bijzonder van de Europese Gemeenschap is behandeld in een aantal annotaties. Daarnaast verscheen een analyse van deze problematiek bij derde en tweede geldstroom onderzoek van universiteiten.

 

2. AIO-onderzoek

Het AIO-onderzoek van Wissink (strafrechtelijke aansprakelijkheid van de provider op het Internet) werd stopgezet. Het lopende AIO-onderzoek door Van Eechoud (het systeem van internationaal privaatrechtelijke verwijzingsregels in het auteursrecht en de naburige rechten) is op schema.
De onderzoeken van De Cock Buning (auteursrecht en informatietechnologie), Haeck (ideeënbescherming en auteursrecht), Vroom-Cramer (informatie over voedings- en genotmiddelen) en Bulk (rectificatie en uitingsvrijheid) zijn in 1998 met een promotie afgerond.

 

3. Congressen

Vanaf februari 1997 is het IViR als legal partner betrokken bij het IMPRIMATUR-project, een Esprit-project gefinancierd door de Europese Commissie waarin de ontwikkeling van zogenaamde Electronic Copyright Management Systems (ECMS) centraal staat. In het kader van dit project, waarin bedrijven en universiteiten uit Zweden, Duitsland, Engeland, Italië en Nederland samenwerken, organiseerde het IViR in totaal zes workshops waarvan vier in 1998. Deze bijeenkomsten, behalve de laatste, werden telkens voorafgegaan door een rapport waarin de actuele stand van zaken rond het te bespreken onderwerp uitvoerig werd belicht. Op 14 maart vond de eerste workshop plaats met als onderwerp Encryption and ECMS (rapport van D. Gervais); op 23 mei was het onderwerp Privacy, Data Protection, Copyright and ECMS (rapport van L. Bygrave & K.J. Koelman); op 10 oktober Protection of Technological Measures and Copyright Management Information (rapporten van N. Helberger, K.J. Koelman & A.M.E. de Kroon) en op 7 november Private International Law and Copyright in a Networked Environment. Een vierde onderwerp, Formation and Validity of Online Contracts, werd wel in een rapport (van B.W.M. Trompenaars) beschreven, maar was geen onderwerp van discussie.

Op de workshops, die rond de grote tafel in het Documentatiecentrum van het IViR plaatsvonden, discussieerden vertegenwoordigers van marktpartijen en academische experts uit de gehele wereld onder voorzitterschap van projectleider Hugenholtz en voor het onderwerp ‘privacy en ECMS’ onder leiding van Kabel en prof. J. Bing (Oslo). Samenvattingen van de besprekingen werden verzorgd door A. Keuning, A.M.E. de Kroon en S. Galapo; de samenvattingen werden als onderdeel van de rapporten gepubliceerd. Daarnaast speelde het IViR een prominente rol in een aantal congressen (zogenoemde Consensus Fora), die in IMPRIMATUR-verband werden georganiseerd. Op 2 en 3 juli organiseerde het IViR in samenwerking met het IMPRIMATUR projectmanagement in Londen een Consensus Forum onder de titel ‘Contracts & Copyright, a Legal Framework for ECMS’. Ruim 75 deelnemers uit de gehele wereld discussieerden aan de hand van thema’s en vraagpunten die aan de IViR-rapporten waren ontleend. Hugenholtz nam de keynote speech voor zijn rekening.

 

4. Spin-offs

Het informatierecht kenmerkt zich door zijn voortdurende actualiteit. Dit blijkt niet alleen uit het verrichte onderzoek en de publicaties van de medewerkers van het Instituut, maar ook uit hun participatie in diverse redacties van wetenschappelijke tijdschriften, boekenreeksen en losbladige uitgaven, deelname aan wetenschappelijke bijeenkomsten in nationaal en internationaal verband en hun populariserende publicaties. De eindredactie van zowel Informatierecht/AMI als van Mediaforum wordt in het Instituut verzorgd. Spin-offs van het wetenschappelijk onderzoek zijn bijvoorbeeld de maandelijkse rubriek ‘Documentatie’ in Mediaforum, waarin een overzicht wordt gegeven van de rechtspraak en overige actualiteiten op het gebied van het media- en informatierecht, de driemaandelijkse kroniek ‘Media- en informatierecht’ in het Ars Aequi Katern en de jaarlijkse kroniek over reclame en oneerlijke mededinging in Intellectuele Eigendom en Reclamerecht. De kennis op het gebied van omroeprecht is door het Instituut verzilverd door de medewerking aan de bezwaarschriftencommissie van het Commissariaat voor de Media inzake de toepassing van de zogenaamde functioneringsvoorschriften en de sluikreclame- en sponsorregels voor de publieke en commerciële omroepen.

Een belangrijke spin-off van het onderzoek is tenslotte de door het ITeR gesubsidieerde cursus Telecommunicatierecht die in het Instituut werd ontwikkeld. Deze cursus zal zowel in het kader van het eerste fase-onderwijs als in het post-academisch onderwijs kunnen worden verzorgd.

European Audiovisual Observatory

Sinds 1994 is het IViR een officiële partner van het European Audiovisual Observatory van de Raad van Europa in Straatsburg. Op grond van het met het Observatory afgesloten partnership agreement is het Instituut onder meer verantwoordelijk voor het leveren van bijdragen aan de maandelijkse nieuwsbrief van het Observatory, IRIS. Deze bijdragen betreffen relevante juridische ontwikkelingen op het gebied van de audiovisuele media in de landen van de Raad van Europa en de Europese Unie. De bijdragen uit West-Europa worden geleverd door medewerkers van het Instituut en door correspondenten uit het netwerk dat het Instituut heeft opgebouwd. De Kroon leverde vanuit het Instituut de meeste bijdragen. Zij coördineerde de werkzaamheden voor IRIS en stuurde het netwerk aan.

ITeR

ITeR is het nationale onderzoeksprogramma voor informatietechnologie en –recht. Alle onderzoeksthema’s van het onderzoeksprogramma van het Instituut passen goed in dit nationale programma. Zoals uit het overzicht van de tweede en derde geldstroomonderzoek blijkt, levert het Instituut een belangrijke bijdrage aan ITeR. Het Instituut heeft ook een deel van zijn onderzoekstijd uit de eerste geldstroom ingezet voor de begeleiding en structurering van deze bijdragen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het onderzoeksproject Institutionele convergentie van pers, omroep en telecommunicatie. Projectonderzoeker Asscher wordt hierin begeleid door een brede klankgroep van leden van het Instituut en leden van de leerstoelgroep Staatsrecht die in het onderzoeksprogramma van het Instituut participeren.

In het kader van ITeR heeft het Instituut een belangrijk nieuw initiatief geïnitieerd in de vorm van korte sabbaticals, die het mogelijk moeten maken om specialisten uit de praktijk, die werkzaam zijn in gebieden die vallen binnen het onderzoeksveld van het Instituut, korte tijd voor onderzoek en kennisuitwisseling aan het Instituut te verbinden.

 

5. Overzicht van (mede) door tweede en derde geldstroom gefinancierde projecten

De uitgevoerde tweede en derde geldstroomprojecten passen in het onderzoeksprogramma van het Instituut. Daarom wordt veel tijd uit de eerste geldstroom vrij gemaakt voor begeleiding en theoretische verdieping van dit onderzoek. De omvang daarvan verschilt per project.

AIO-onderzoeken

Mw. mr. M. Bulk, Rectificatie in het licht van de uitingsvrijheid
Promotor: prof. mr. J.M. de Meij
Begeleider: mr. J.L. de Reede
Einddatum: 11 december 1998

Mw. mr. drs. M. de Cock Buning, Auteursrecht en informatietechnologie
Promotor: prof. mr. E.J. Dommering
Co-promotor: mr. P.B. Hugenholtz
Einddatum: 8 mei 1998

Mw. mr. M.M.M. van Eechoud, Het systeem van internationaal privaatrechtelijke verwijzingsregels in het auteursrecht en de naburige rechten
Promotores: prof. mr. Th. M. de Boer en prof. mr. P.B. Hugenholtz
Einddatum: 2001

Mr. J.F. Haeck, Ideeënbescherming en auteursrecht
Promotores: prof. mr. H. Cohen Jehoram en prof. mr. G.A.I. Schuijt
Begeleider: mr. G.J.H.M. Mom
Einddatum: 4 maart 1998

Mw. mr. B.M. Vroom-Cramer, Regulering van informatie over voedings- en genotmiddelen
Promotor: prof. mr. E.J. Dommering
Co-promotor: prof. mr. J.J.C. Kabel
Einddatum: 15 oktober 1998

Mw. mr. L.M. Wissink, Strafrechtelijke aansprakelijkheid van de provider op het Internet
Promotores: prof. mr. G.A.I. Schuijt en prof. mr. Th. de Roos
Tot eind 1998.

Overig promotie-onderzoek

Mw. mr. drs. M.L. Verberne, Veiling van het spectrum
Promotor: prof. mr. E.J. Dommering
Begeleider: dr. N.A.N.M. van Eijk
Einddatum: 1999
ITeR-onderzoek

Mw. mr. L. Guibault, Intellectuele eigendom en informatievrijheid
Promotor: prof. mr. P.B. Hugenholtz
Co-promotor: prof. mr. J.J.C. Kabel
Einddatum: 2000
ITeR-onderzoek

 

6. Overzicht tweede en derde geldstroomprojecten

Onderzoek Opdrachtgever Projectleiders
Cursus Telecommunicatierecht ITeR Dommering / Van Eijk
Veiling van het Spectrum ITeR Dommering / Van Eijk
Prijsbepaling voor elektronische overheidsinformatie ITeR Kabel
Intellectuele Eigendom en Informatievrijheid ITeR Hugenholtz
Merkenrechtelijke aspecten van adresinformatie ITeR Dommering
Regulering van informatienummers ITeR Dommering
Handboek Telecommunicatierecht ITeR Dommering / Van Eijk
Constitutionele convergentie van pers, omroep en telecommunicatie ITeR Schuijt
Het bibliotheekprivilege in een digitale omgeving ITeR Hugenholtz
Kennisoverdracht ‘Het voor derden toegankelijk maken van de IViR database’ ITeR Kabel
Auteursrechtelijke aspecten van preservering van elektronische publicaties KNB Hugenholtz
Omroep en Commercie Commissariaat v.d. Media Kabel
European Audiovisual Observatory Raad van Europa Hugenholtz / Schuijt
Eurogi Copyright Inventory Extension RAVI Hugenholtz
Imprimatur Europese Commissie Hugenholtz
Dipper Europese Commissie Hugenholtz
Uitingsvrijheid en regeling cross-ownership Raad voor Cultuur Van Eijk

Bijgewerkt 15.12.2005