Over haat zaaien en stemmen oogsten
Verschenen in NJB

Y. Buruma


Na de moord op de lijsttrekker en naamgever van de Lijst Pim Fortuyn, hebben de advocaten mrs. G. Spong en O. Hammerstein aangifte gedaan namens wijlen Fortuyn met het verzoek strafrechtelijke vervolging in te stellen tegen enkele politici (De Graaf, Eenhoorn, Oudkerk) en tegen enkele journalisten en commentatoren (onder wie Marcel van Dam en de redactie van NRC Handelsblad). Het Handelsblad van 14 mei 2002 citeert de aangifte als volgt: "Het komt ons voor dat alle gemaakte uitlatingen waarbij cliënt, wijlen Pim Fortuyn, op een lijn werd gesteld met dan wel gepoogd hem te associëren met het nazi-regime, in het bijzonder leiders daarvan als Hitler, Himmler, Mussert en Eichmann, het aanzetten tot haat jegens cliënt, Pim Fortuyn en de zijnen wegens zijn c.q. hun levensovertuiging tot doen (lees: doel, YB) had en daarmee het misdrijf als bedoeld in art. 137d Sr werd gepleegd." Prachtig proza is het niet.

Erger is dat twee ervaren juristen zich hiermee veroorloven een juridisch onzinnige aangifte te doen. De vergelijkingen met de genoemde nationaal-socialisten ware wellicht als beledigend aan te duiden, maar art. 137d Sr bevat geen strafbaarstelling van het gelaakte optreden. Het luidt als volgt: "Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht of hun hetero- of homoseksuele gerichtheid wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar (..)". De term levensovertuiging waarop de advocaten mikken, vergt volgens Noyon-Langemeijer 'een voor de betrokken persoon heilige en existentiële opvatting over de betekenis van zijn bestaan en de wijze waarop dat geleefd moet worden. Een politieke overtuiging zal doorgaans niet als zodanig kunnen worden aangemerkt, evenmin die van dierenbeschermers, ecologen of natuurgenezers. Het is echter denkbaar dat sommige van deze opvattingen ingebed zijn in, verdiept zijn tot levensovertuiging.' Ook al omdat het artikel werd ingevoerd om discriminatie van bepaalde bevolkingsgroepen tegen te gaan, is aannemelijk dat de wetgever inderdaad het aanzetten tot haat wegens politieke overtuigingen buiten de werking van het artikel heeft gehouden. Een verbod om aan te zetten tot politieke discriminatie is in dit artikel niet te lezen, zo min als een verbod om aan te zetten tot haat op politieke gronden. Ik mag ertoe oproepen neo-nazi's uit de krijgsmacht te weren!

Zelfs als ik er ter wille van het debat een moment van uitga dat het Fortunisme wel een levensovertuiging is, ben ik nog niet zeker van de houdbaarheid van de gedachte dat de haat die gezaaid zou zijn via de heer Fortuyn gericht is op mensen (meervoud), te weten de Fortunisten. In de aangifte is inderdaad sprake van 'Fortuyn en de zijnen', maar wie zijn dat? De butler en de heer Herben? De fractie? De leden en donateurs van de LPF? De kiezers die daarvoor al dan niet uitkomen? Toegegeven - het aanzetten tot haat wegens ras of homoseksualiteit heeft ook niet volstrekt duidelijke groepen tot object, maar i.c. lijkt het gekunsteld om te stellen dat de beweringen haatzaaiende uitingen aan het adres van een groep mensen waren in plaats van hatelijke opmerkingen aan het adres van de heer Fortuyn.

Eigenlijk is hiermee al genoeg gezegd. Maar gesteld dat ik met het voorgaande bazel - om de terminologie van de heer Spong aan te halen - dan lijkt de strafbaarheid van art. 137d Sr te worden afgetroefd door de vrijheid van meningsuiting.

Deze vrijheid staat niet in de weg aan strafbaarstelling van en vervolging wegens het aanzetten tot haat als bedoeld in art. 137d Sr. Dat kan op voet van art. 10 lid 2 EVRM, zoals ook de vrijheid van een journalist niet in de weg staat aan een veroordeling voor belediging (EHRM NJ 2002, 158). Echter, volgens vaste rechtspraak van het Europese Hof is die vrijheid "applicable not only to 'information' or 'ideas' that are favourably received or regarded as inoffensive or as a matter of indifference, but also to those that offend, shock or disturb. Such are the demands of pluralism, tolerance and broadmindedness, without which there is no 'democratic society'. This freedom is subject to the exceptions set out in Article 10 § 2, which must, however be construed strictly ". Deze strikte interpretatie mag te meer worden verlangd, als het gaat om uitlatingen van politici (zie de Castells zaak uit 1992, A 236) en journalisten in zaken van algemeen belang (zie NJ 2002, 159). Daarbij zijn overdrijving en provocatie toelaatbaar (EHRM NJ 1996, 497).

Het is in dat licht niet zo gek, dat de Hoge Raad uitlatingen die op zich beledigend waren voor homoseksuelen vanwege de politiek-religieuze context hun strafbare karakter ontzegde (NJ 2001, 203-204). Dat betekent niet dat de Hoge Raad politieke partijen die aanzetten tot haat de facto strafrechtelijk immuun verklaart (zie het CP'86-arrest, HR 30 september 1997, AA 1998, p. 113). Maar het betekent zeker ook niet dat aan die rechtspraak de omgekeerde redenering kan worden ontleend, namelijk dat uitlatingen die op zich niet tot haat aanzetten (of beledigen) door hun context wel strafbaar worden. Zo'n tyrannieke interpretatiemethode (zie J.M. Coetzee, Giving Offense; Essays on Censorship, 1996, p. 161) lijken de aangevers voor ogen te hebben gehad, toen zij het feit dat Thom de Graaf Anne Frank citeerde op de korrel namen. Ik veroorloof me de gedachte dat wijlen Fortuyn de vrije meningsuiting hoger had zitten dan zijn advocaten.

De naam van de heer Spong wordt genoemd als die van de nieuwe minister van justitie. Het kan dus zijn dat er valide politieke overwegingen zijn om een juridisch zinloze