De discussie over de
bescherming van grondrechten in de informatiesamenleving wordt
in Nederland sinds 1997 gevoerd. In dat jaar vergeleek de
toenmalige minister van justitie, Winnie Sorgdrager, email met
een ansichtkaart en gaf zij aan dat het
briefgeheim geen bescherming bood, zie het commentaar van
Asscher ‘E-mail
een ansichtkaart?’ (Mediaforum 1997-7/8, p. 103).
Later dat jaar deed het kabinet een
voorstel tot
wijziging (
Kamerstukken II 1997/98, 25 443, nrs. 1-2) m.b.t.
artikel 13 Grondwet inzake het brief-, telefoon- en
telegraafgeheim.Het klassieke briefgeheim moest vervangen
worden door een recht op vertrouwelijke communicatie. Het
voorstel riep echter heftige kritiek op van
Dommering (
‘Geen
telefoongheim op elektronische snelweg’, Mediaforum
1997-10, p. 142-147),
Van Eijk (
‘(G)een
recht op vertrouwelijke communicatie’, NJB (72),
1997-33, p. 1554-1555) en
Nieuwenhuis (
‘Vertrouwde
en virtuele bescherming’, NJCM 1998). PvdA-Kamerlid
van Zuijlen diende een
motie (
Kamerstukken II 1997/98, 25 443, nr. 15) in om een
breder onderzoek te laten doen naar de constitutionele
aspecten van de informatiesamenleving. Als schot voor de boeg
van zo’n eventueel onderzoek verscheen in 1998 een artikel van
Dommering over de grondrechten in de informatiesamenleving
getiteld ‘De
Grondwet in de Informatiemaatschappij. Bestaan er
techniek-onafhankelijke informatiegrondrechten?’, (in:
Grondwet in beeld, 1998).
Ook de Eerste Kamer werd niet enthousiast over het
voorstel, en in 1999
stelde toenmalig minister van Binnenlandse zaken Peper een
commissie
in o.l.v. Franken, die zou gaan adviseren over ‘grondrechten
in het digitale tijdperk’. Over het instellen van de commissie
schreven Hins en
Nieuwenhuis ‘Hoe
baken je een grondrecht af?’ (
NJB 1999-4, p. 163-165). Ook verscheen een commentaar
van de hand van Asscher in Mediaforum (‘Een
zorg voor de nieuwe grondwetscommissie’, Mediaforum
1999-2).
Later in 1999 verscheen ook deel 26 in de ITeR-reeks,
‘Constitutionele
convergentie van pers, omroep en telecommunicatie’ van
Asscher, waarin hij de problemen rond
artikel 7 en artikel 13 Gw analyseert en met scenario’s
voor verbetering komt. Aan het einde van dat jaar publiceerde
een studiecommissie van de Vereniging voor Media- en
Communicatierecht (VMC), bestaande uit bestaande uit prof. mr.
E.C.M. Jurgens (voorzitter), mr. L.F. Asscher (secretaris),
mr. A.W. Hins,
prof. mr. P.B. Hugenholtz, mr. W.F. Korthals Altes, mr. F.
Kuitenbrouwer en mr. drs. A.J. Nieuwenhuis, een
preadvies over de wijziging van de artikelen 7 en 13 van
de Grondwet (Mediaforum 1999-11/12, p. i-viii).
Op 24 mei 2000 presenteerde de commissie Franken haar
eindrapport (waarvan ook een
samenvatting beschikbaar is), met daarin concrete
wijzigingsvoorstellen voor onder andere de artikelen 7 en 13
van de Grondwet. Dit rapport werd besproken door Asscher (‘Trojaans
Hobbelpaard’, Mediaforum 2000-7/8, p. 228-233),
Kuitenbrouwer (‘Hoe
sterk zijn de digitale grondrechten’, Computerrecht
2000-4, p. 172-176), en Dommering (‘De
Nederlandse Constitutie en de informatietechnologie’,
Computerrecht 2000-4, p. 177-185).
Op 16 oktober 2000 verscheen het
kabinetsstandpunt (
Kamerstukken II 2000-2001, 27 460, nr. 1) over
grondrechten in het digitale tijdperk.
Over het kabinetsstandpunt werd gediscussieerd in het
programma
TROS Radio Online op 19 november 2000 (
in Real
Audio-formaat, beschikbaar in twee versies:
64k/s voor snelle Internet-verbindingen of
28.8k/s voor minder snelle verbindingen).
De vaste Tweede Kamer commissie voor Binnenlandse Zaken
vroeg het Instituut voor Informatierecht om een
reactie op het
kabinetsstandpunt.
R.E. de Winter
besprak
het kabinetsstandpunt in NJB 2001-7, p. 297-299.