De minister van Economische Zaken bracht in 2004 de
'Breedbandnota' uit (Kamerstukken
II, 2003/04, 26643,
nr. 53). Een door de overheid ingestelde 'Impulscommissie' bracht het rapport
'Naar een
nationale strategie voor breedband' uit. Het rapport is nogal breed van opzet en heeft als belangrijkste aanbeveling
het instellen van een fonds waaruit geput kan worden voor de aanleg van breedband-netwerken
(van de instelling ervan is afgezien:
Kamerstukken II
2005/06, 26643, nr. 78). Tegelijkertijd verscheen een rapport van de interdepartementale werkgroep
Breedband met als titel
'Aanbevelingen
breedbandactiviteiten publieke organisaties', waarin vooral wordt ingegaan op de vraag of er een rol voor de overheid
is weggelegd bij de aanleg van breedband. Verder is uit de grote hoeveelheid
studies en rapporten nog vermeldingswaardig
'goed op weg met
breedband',
dat een leidraad biedt
voor gemeenten, provincies en woningcorporaties.
-
Relevante Kamerstukken zijn onder
meer te vinden onder stuknummer 26643. Zie voor de de betrokkenheid van woningcorporaties
bij de aanleg van glasvezelnetten ook
Kamerstukken II
2005/06, nr. 42. Verder stemde de Tweede Kamer in met een amendement in
het kader van het wetsvoorstel tot aanpassing van hoofdstuk 5 Telecommunicatiewet,
waarin gemeenten wordt verboden om telecommunicatienetwerken en diensten
aan te bieden en eventuele deelnemingen aan strikte voorwaarden wordt gebonden
(Kamerstukken II, 2005/06,
29834, nr. 33).
-
De betrokkenheid van de overheid heeft geleid tot een
verzoek
van de Europese Commissie voor meer informatie over projecten waarbij Nederlandse
gemeenten glasvezelnetwerken willen aanleggen. De Gemeente Amsterdam heeft
haar betrokkenheid bij de aanleg van een glasvezelnet bij de Europese Commissie
heeft gemeld en daarbij heeft aangegeven dat er bij het betreffende project
geen sprake zou zijn van staatssteun (zie hierna onder jurisprudentie).
Nederland
BreedbandLand (NBL)
is opgericht en afficheert zich als '
hét nationale, onafhankelijke platform dat maatschappelijke sectoren
stimuleert en helpt 'beter en slimmer' gebruik te maken van breedband
'. Op de website van deze organisatie is veel achtergrond informatie te vinden
(zie met name het onderdeel 'kennisbank'). Dit recente initiatief moet overigens
niet worden verward met het 'Platform
Nederland Breed
', een initiatief dat met name vanuit de kabelwereld wordt ondersteund.
KPN heeft aangekondigd
dat zij voor 2010 haar bestaande netwerk wil omzetten naar
een 'all ip-netwerk', dat geheel werkt op basis van het
Internet Protocol (IP). Onderdeel van het plan is verglazing
van het bestaande koperen netwerk tot de 'local loop' (de
kabels van de abonnee naar het eerste aansluitpunt). Door
deze aanpassing kunnen er nog hogere transportsnelheden op
het netwerk worden gerealiseerd. Voor meer informatie zie
onder meer 'all-ip' op http://www.kpn-wholesale.com,
waar ook deze
presentatie is
te vinden. De 'all-ip'-strategie van KPN is voor OPTA
aanleiding geweest om een
Issue-paper uit te
brengen en een consultatie
te starten waarop een groot aantal reacties is
gekomen.
Jurisprudentie
Inmiddels heeft zich al enige jurisprudentie ontwikkeld die met name betrekking
heeft op de betrokkenheid van gemeenten bij de aanleg van nieuwe infrastructuur:
De gemeente Appingedam besloot via een aparte stichting tot de aanleg en
exploitatie van een breedbandglasvezel netwerk onder de naam 'Damsternetproject'.
Op dit kleinschalige project zouden bedrijven en particulieren worden aangesloten.
De kabelexploitant in de gemeente, het energiebedrijf Essent, was niet gelukkig
met deze nieuwe concurrent en deed een beroep op de voorzieningenrechter
in Groningen. Volgens Essent was er sprake van verboden staatssteun omdat
de gemeente het project subsidieert en garantstellingen verstrekt. De gemeente
had het project eerst bij de Europese Commissie moeten aanmelden op grond
van de regels voor staatssteun (met name artikel 83.3 EG-verdrag), aldus
Essent. De Voorzieningenrechter (
LJN nummers
AQ8920 dd. 3 september 2004
) is kritisch over het Appingedamse tarief en stelt onder meer dat in de
gegeven omstandigheden de Europese Commissie het niet als taak van de overheid
ziet om een extra infrastructuur aan te leggen. Bovendien voegt het project
niet veel toe: er worden geen nieuwe gebieden ontsloten en de diensten die
worden aangeboden verschillen niet noemenswaardig met het aanbod van KPN
en Essent (snelle internettoegang). Ofschoon niet vast staat dat er sprake
is van verboden staatssteun, is er tenminste twijfel over. In een dergelijk
geval dient er eerst een aanmelding te zijn bij de Europese Commissie, die
moet vast stellen of er bezwaren zijn tegen het project. Tot die tijd moet
het project gestaakt worden. Op 19
juli 2006 heeft de Europese Commissie besloten dat er in
Appingedam inderdaad sprake is van ongeoorloofde staatssteun
(zie
persbericht IP/06/1013).
De Commissie constateert ondermeer dat Nederland beschikt
over een van de meest geavanceerde breedbandmarkten in
Europa voor wat betreft dekking, innovatie en competitie. In
Appingedam kan er al gekozen worden tussen twee
breedbandnetten (KPN en de kabel). Een derde met
overheidsgeld te financieren netwerk is derhalve niet nodig
om marktfalen op te lossen of om redenen van cohesie (dit
laatste slaat bijvoorbeeld op de situatie van achtergestelde
gebieden, red.). Met name de constatering van de Europese
Commissie dat er geen sprake is van marktfalen, is
interessant omdat dit argument veel werd en nog wordt
gebruikt om overheidsbetrokkenheid - los van de vraag of
deze betrokkenheid geoorloofde of ongeoorloofde staatssteun
betreft - te legitimeren.
Op 22 juni 2006 stelde de voorzieningenrechter in Amsterdam UPC in het ongelijk
in het door haar aangespannen kort geding tegen de Gemeente, over de opschorting
van de aanleg van gedeelte van een glasvezelnet. Het gaat om het plan waarbij
de gemeente samen met woningbouwverenigingen en marktpartijen een glasvezelnet
gaat aanleggen als onderdeel van het zogenaamde Citynet-project. Over dit
project is meer informatie te vinden op http://www.citynet.nl.
De voorzieningenrechter overwoog onder meer dat de omstandigheid dat de Gemeente
de Europese Commissie heeft verzocht om een oordeel te geven over haar deelname
in het Citynet-project, in ieder geval nog niet meebrengt dat de Gemeente
de in artikel 88 lid 3 EG-Verdrag opgenomen standstill-verplichting in acht
moet nemen. Het gaat hier immers om een melding door de Gemeente van "een
maatregel die geen steunmaatregel is, maar die om redenen van rechtszekerheid
bij de Commissie wordt aangemeld". Daarnaast wordt voorshands niet aannemelijk
geacht dat de deelname van de Gemeente in het Citynet-project op een maatregel
van staatssteun duidt. De Gemeente neemt voor 1/3e deel in het project deel,
en heeft dezelfde rechten en (financiële) verplichtingen als de andere
(private) partijen bij het project. Nu niet aannemelijk is dat sprake is
van staatssteun door de Gemeente aan het Citynet-project, is artikel 88 lid
3 EG-Verdrag en het daarin opgenomen verbod niet van toepassing. Daar komt
bij dat het ontplooien van initiatieven door een overheid in beginsel niet
valt aan te merken als een steunmaatregel. In dit geval kan niet gesproken
worden van bijzondere omstandigheden die dat anders maken, ook niet de omstandigheid
dat de deelname van de Gemeente aan dit project vertrouwen heeft gewekt bij
private investeerders om daaraan ook deel te nemen.
UPC gaat in beroep tegen de uitspraak.
|