| Het nieuwe Europese
richtlijnenkader voor de communicatiesector diende in juli 2003
(respectievelijk eind oktober voor wat betreft de privacyrichtlijn)
te zijn omgezet in nationale regelgeving. In dit dossier is deze
implementatie in de Telecommunicatiewet bijgehouden.
Op 18 april 2003 werd wetsvoorstel nr.
28 851 inhoudende wijziging van de Telecommunicatiewet en enkele
andere wetten in verband met de implementatie van een nieuw Europees
geharmoniseerd regelgevingskader voor elektronische
communicatienetwerken en -diensten en de nieuwe dienstenrichtlijn
van de Commissie van de Europese Gemeenschappen naar de Tweede Kamer
gezonden.
Op 28 oktober 2003 stemde de Tweede
Kamer over de diverse amendementen op het wetsvoorstel (dat ook werd
aangepast door middel van een aantal nota’s van wijziging). Met het
aldus aangepaste wetsvoorstel werd op 4 november ingestemd. De
Eerste Kamer ging op 20 april 2004 akkoord. De wet is gepubliceerd
in
Stb.
2004, 189 en trad in werking op 19 mei 2004 (
Stb.
2004, 207). Voor een integrale tekstplaatsing van de
Telecommunicatiewet, zie
Stb.
2004, 308. Tevens is een groot aantal algemene maatregelen van
bestuur en ministeriële regelingen aangepast, waaronder:
- Algemene maatregelen van
bestuur:
- Besluit universele
dienstverlening en eindgebruikersbelangen (
Stb. 2004,
203);
- Besluit voorwaardelijke
toegang (
Stb.
2004, 204);
- Besluit interoperabiliteit (
Stb. 2004, 205);
- Besluit van 7 mei 2004,
houdende wijziging van enkele algemene maatregelen van bestuur
in verband met aanpassingen aan de Telecommunicatiewet (
Stb. 2004,
206).
- Ministeriële regelingen:
- Regeling
breedbeeldtelevisiediensten en normen digitale
consumentenapparaten (
Stcrt. 2004, 92);
- Regeling minimumpakket
huurlijnen (
Stcrt. 2004, 92);
- Wijziging Regeling beperking
toekenning nummers (
Stcrt.
2004, 92);
- Regeling universele
dienstverlening en eindgebruikersbelangen (
Stcrt.
2004, 92);
- Wijziging regeling
vergoedingen OPTA (
Stcrt. 2004,
92);
- Wijziging diverse ministeriële
regelingen i.v.m. aanpassing aan de Telecommunicatiewet (
Stcrt. 2004,
92).
Historische achtergrond
implementatiewetgeving
In 2002 werd een eerste
concept-wetsvoorstel door het ministerie van Economische Zaken voor
advies toegezonden aan OPTA en aan het Overlegorgaan Post en
Telecommunicatie (OPT). Het OPT besprak het voorstel in een
vergadering op 28 november 2002. De reacties van OPTA en OPT zijn
hieronder opgenomen.Het concept-wetsvoorstel, de bijbehorende
memorie van toelichting en een verwerking van de voorstellen in de
Telecommunicatiewet zijn hieronder te downloaden.
Dit zijn de teksten van het
Directoraat-Generaal
Telecommunicatie en Post (DGTP) zoals deze in 2002 circuleerden
in het Overlegorgaan Post en Telecommunicatie (OPT), dat over het
voorontwerp adviseerde:
Diverse medewerkers van IViR
leverden commentaar op de wijzigingsvoorstellen in artikelen, die
verschenen in het tijdschrift Computerrecht (februari 2003;
zie ook de
inhoudsopgave):
De reacties van de OPTA en het OPT
op de wijzigingsvoorstellen:
OPTA:
OPT:
Zie ook:
Analyse
jurisprudentie Telecommunicatiewet, tussenrapportage,
E.J. Dommering,
N.A.N.M. van Eijk,
A.T. Ottow, met
medewerking van
O.L.
van Daalen, 20 augustus 2003, Instituut voor Informatierecht
(IViR), Universiteit van Amsterdam.
Dit memo beschrijft de voortgang
met betrekking tot het onderzoek dat het instituut voor
informatierecht (IViR) in opdracht van OPTA uitvoert naar de
jurisprudentie van de Rechtbank Rotterdam en het College van
Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) voor zover het betreft de
toepassing van de Telecommunicatiewet.
|