| In het voorjaar van 1994
is een begin gemaakt met de Europese harmonisatie van het
auteursrecht. De Europese Raad gaf een groep prominenten
de opdracht een rapport uit te brengen over de betekenis
van het auteursrecht voor de 'global information society'.
In het zogeheten Bangemann-rapport
van mei 1994 werd aanbevolen een gemeenschappelijk
Europees kader voor de bescherming van intellectuele
eigendom te scheppen. De Europese Commissie gaf het
Instituut voor Informatierecht vervolgens de opdracht een
voorstudie naar de auteursrechtelijke problemen van de
informatiesnelweg te verrichten. Hugenholtz
schreef het rapport 'Intellectual
Property Rights on the Information Superhighway', dat
in bewerkte
vorm werd gepubliceerd in P. Bernt Hugenholtz (ed.), The
Future of Copyright in a digital environment, Den
Haag / London / Boston: Kluwer 1996, p.81-102.
In juli 1994 werd in
Brussel een hoorzitting gehouden waaraan een groot aantal
belanghebbenden deelnam. De Europese Commissie publiceerde
op 19 juli 1995 een
Groenboek.
Mede naar aanleiding van de reacties op de questionnaire
waarmee het Groenboek werd afgesloten, publiceerde de
Europese Commissie in november 1996 een
vervolg
op het Groenboek.
In december 1996 vond in
Genève een diplomatieke
conferentie plaats. Deze conferentie leidde tot twee
WIPO-verdragen (het WIPO
Auteursrechtverdrag (engels)
en het WIPO
Verdrag inzake Uitvoeringen Fonogrammen (engels))
die ten dele dezelfde onderwerpen bestreken als de
voorgenomen auteursrechtrichtlijn. In 'Nieuwe
verdragen over auteursrecht en naburige rechten' (Informatierecht/AMI
1997) deed Arkenbout verslag van de Conferentie en gaf hij
een toelichting op de resultaten daarvan. De Europese
Commissie ondertekende
de verdragen namens de Europese Gemeenschappen.
In december 1997
publiceerde de Europese Commissie het eerste
richtlijnvoorstel. Dit richtlijnvoorstel had als
voornaamste doel implementatie van de twee WIPO-verdragen.
Evenals de verdragen voorzag het voorstel in een eenvormig
recht van ‘mededeling aan het publiek’
(openbaarmaking), dat ook het online openbaarmaken zou
omvatten, en in juridische bescherming van technische
voorzieningen en ‘copyright management’ informatie.
Daarnaast bevatte het voorstel enkele nieuwe elementen:
een eenvormig reproductierecht, dat ook tot de tijdelijke
kopie zou uitstrekken, een eenvormig distributierecht met
bijbehorende regel van communautaire uitputting, en een
poging tot harmonisatie van de wettelijke beperkingen.
Vooral dit laatste onderwerp bleek een heet hangijzer:
lidstaten konden het moeilijk eens worden over de wijze
waarop en de mate waarin harmonisatie diende plaats te
vinden.
De Nederlandse regering
stuurde op 10 mei 1999 een
brief
naar de Voorzitter van de Tweede Kamer met daarin kritiek
op het richtlijnvoorstel. De regering volgde daarbij
grotendeels het
rapport
van de Commissie Auteursrecht, die door de minister van
Justitie in november 1997 was gevraagd te adviseren over
auteursrecht en de nieuwe media. Minister Korthals van
Justitie liet zich in mei 1999 in een artikel
in de Volkskrant kritisch uit over het
richtlijnvoorstel. Alberdingk Thijm publiceerde eind 1999
een artikel
over de brief van de regering. Het Nederlandse Ministerie
van Justitie opende een website
waarop belangstellenden commentaar konden uiten.
In februari 1999 werd het
Europees Parlement het in eerste lezing eens over het
voorstel en bracht een advies
uit dat 58 amendementen bevatte. Op 16 maart 2000 werden
de WIPO verdragen door de Raad van Ministers goedgekeurd;
ratificatie van de verdragen zal echter eerst plaats
vinden nadat de richtlijn door alle lidstaten in nationale
wetgeving is omgezet.
In mei 1999 publiceerde
de Europese Commissie een gewijzigd
richtlijnvoorstel.
In het vonnis
van de Haagse rechtbank in de zaak Scientology vs.
XS4ALL (zie ook P.B.
Hugenholtz, commentaar,
Computerrecht1999-4 en K.J.
Koelman, noot,
Informatierecht/AMI 1999-7) verwees de rechtbank
reeds naar de aankomende richtlijn. Tijdelijke
reproductiehandelingen "die een integrerend en
onmisbaar onderdeel vormen van een technisch procédé met
inbegrip van diegene die het doelmatig functioneren van
transmissie systemen bevorderen" moesten volgens de
rechtbank van het reproductierecht worden uitgezonderd.
Begin 2000 publiceerde Koelman
een commentaar op de aanstaande richtlijn ('Handjeklap
in Brussel', I&I 2000-2, p. 2-4). In 'A
Hard Nut to Crack: The Protection of Technological
Measures' (EIPR 2000-6, p. 272-288) worden door
Koelman
de problemen rond de bescherming van technologische
voorzieningen geschetst.
Op 28 september 2000 nam
de Europese Raad het Gemeenschappelijk
Standpunt aan, waarin enkele wijzigingen ten opzichte
van het richtlijnvoorstel afkomstig van de Commissie zijn
opgenomen. In 'Nieuw
Auteursrecht op komst' (Informatierecht/AMI
2000) gaf Arkenbout een kijkje in de Europese keuken waar
de regeling is bekokstoofd en liet hij zien wat er op
grond van de richtlijn zoal moet worden gewijzigd in het
Nederlandse auteursrecht. Hugenholtz
liet zich in Opinion,
'Why the Copyright Directive is Unimportant, and Possibly
Invalid' (EIPR 2000-11, p. 499-505) en 'Brussels
Broddelwerk. Recht en krom in de auteursrechtrichtlijn'
(AMI 2001-1, p. 2-8) kritisch uit over het
Gemeenschappelijk Standpunt. Koelman
publiceerde in begin 2001 twee artikelen over de
bescherming van technische voorzieningen in het
Gemeenschappelijk Standpunt ('Bescherming
van technische voorzieningen', AMI 2001-1, p.
16-27 en 'De
derde laag: bescherming van technische voorzieningen',
Auteurs & Media 2001-1, p. 82-89). Dommering
stelde in 'Nieuw
auteursrecht voor de eenentwintigste eeuw?' (Computerrecht
2001-3) aan de orde de vraag of de auteursrechtrichtlijn
niet te sterk vasthoudt aan de oude aan media gebonden
exploitatieconcepten uit het verleden. In 'De
beperkingen in de Auteursrechtrichtlijn' (AMI
2001-1, p. 9-15) gaf Visser een overzicht van die
beperkingen en deed hij enkele suggesties m.b.t. tot de
implementatie van de richtlijn.
Begin 2001 boog het
Europees Parlement zich voor de tweede maal over het
richtlijnvoorstel. Van de tweehonderd ingediende
amendementen (
deel 1;
deel 2;
deel 3)
werden er uiteindelijk in
tweede lezing slechts negen aangenomen
. De Commissie accepteerde
deze amendementen op het Gemeenschappelijk Standpunt
eind maart 2001. Op 9 april 2001 nam de Raad van Ministers
de richtlijn definitief aan.
Richtlijn
2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad
betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het
auteursrecht en de naburige rechten in de
informatiemaatschappij werd op 22 juni 2001
gepubliceerd (PbEG 2001 L 167/10). Implementatie
door de lidstaten dient te geschieden binnen 18 maanden na
de inwerkingtreding van de richtlijn. Arkenbout
gaf in 'Richtlijn
auteursrecht en naburige rechten in de
informatiemaatschappij: naar een Europees auteursrecht'
(Computerrecht 2001-3) een overzicht van de
bepalingen van de richtlijn zoals die is aangenomen.
Het advies
van de Commissie Auteusrecht over de omzetting van de
Auteursrechtrichtlijn is op 17 oktober 2001 samen met
een concept-wetsvoorstel met toelichting door het
Ministerie van Justitie openbaar gemaakt. Het standpunt
van de Minister van Justitie ten aanzien van het advies
van de Commissie Auteursrecht is op 15 oktober 2001
aan de Tweede Kamer kenbaar gemaakt.
Andere publicaties van IViR-medewerkers
waarin de Auteursrechtrichtlijn aan de orde komt zijn:
- K.J.
Koelman, 'The
protection of technological measures vs. the copyright
limitations', paper presented at the ALAI Congress
Adjuncts and Alternatives for Copyright, New York, 15
June 2001.
- P.B.
Hugenholtz, 'Haalt
de Auteurswet 2012?', essay, verschenen in: Jaarverslag
2000 van het Nederlands Uitgeversverbond (p. 56-61).
- P.B.
Hugenholtz, 'Elektronische
handel en intellectuele eigendom', WPNR,
Themanummer E-commerce, nr. 6443, jrg. 132, 28 april 2001,
p. 399-406.
- N.
Helberger, Francisco Javier Cabrera Blázquez &
Susanne Nikoltchev, ‘Urheber-
und Nachbarrechtsschutz im audiovisuellen Sektor’
(Copyright and related rights in the audiovisual sector), IRIS
2000-2, p. 15.
- K.J.
Koelman, 'Hoe
een koe een haas vangt: de bescherming van technologische
voorzieningen', Computerrecht 2000-1, p. 30-36.
- K.J.
Koelman & P.B.
Hugenholtz,
'Online
Intermediary Liability for Copyright Infringement',
rapport voor WIPO.
- P.B.
Hugenholtz & K.J.
Koelman, '
Copyright
Aspects of Caching', DIPPER (Digital
Intellectual Property Practice Economic Report) Legal
Report, 30 September 1999.
- K.J.
Koelman,
'Protection
of Technological Measures', IMPRIMATUR-studie,
november 1998.
- P.B.
Hugenholtz,
'Het
Internet: het auteursrecht voorbij?', Preadvies
voor de Nederlandse Juristenvereniging 1998.
- K.J.
Koelman & L.A.
Bygrave,
'Privacy,
Data Protection and Copyright: Their Interaction in the
Context of Electronic Copyright Management Systems', IMPRIMATUR-studie,
juni 1998.
|