Dossier: richtlijn Auteursrecht in de informatiemaatschappij
Op 22 mei 2001 heeft het Europees Parlement de 'Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij' aanvaard. Op deze pagina is een aantal links opgenomen naar relevante (officiële) documenten, alsmede een aantal links naar publicaties van IViR-medewerkers over de richtlijn.
In het voorjaar van 1994 is een begin gemaakt met de Europese harmonisatie van het auteursrecht. De Europese Raad gaf een groep prominenten de opdracht een rapport uit te brengen over de betekenis van het auteursrecht voor de 'global information society'. In het zogeheten Bangemann-rapport van mei 1994 werd aanbevolen een gemeenschappelijk Europees kader voor de bescherming van intellectuele eigendom te scheppen. De Europese Commissie gaf het Instituut voor Informatierecht vervolgens de opdracht een voorstudie naar de auteursrechtelijke problemen van de informatiesnelweg te verrichten. Hugenholtz schreef het rapport 'Intellectual Property Rights on the Information Superhighway', dat in bewerkte vorm werd gepubliceerd in P. Bernt Hugenholtz (ed.), The Future of Copyright in a digital environment, Den Haag / London / Boston: Kluwer 1996, p.81-102.

In juli 1994 werd in Brussel een hoorzitting gehouden waaraan een groot aantal belanghebbenden deelnam. De Europese Commissie publiceerde op 19 juli 1995 een Groenboek. Mede naar aanleiding van de reacties op de questionnaire waarmee het Groenboek werd afgesloten, publiceerde de Europese Commissie in november 1996 een vervolg op het Groenboek.

In december 1996 vond in Genève een diplomatieke conferentie plaats. Deze conferentie leidde tot twee WIPO-verdragen (het WIPO Auteursrechtverdrag (engels) en het WIPO Verdrag inzake Uitvoeringen Fonogrammen (engels)) die ten dele dezelfde onderwerpen bestreken als de voorgenomen auteursrechtrichtlijn. In 'Nieuwe verdragen over auteursrecht en naburige rechten' (Informatierecht/AMI 1997) deed Arkenbout verslag van de Conferentie en gaf hij een toelichting op de resultaten daarvan. De Europese Commissie ondertekende de verdragen namens de Europese Gemeenschappen.

In december 1997 publiceerde de Europese Commissie het eerste richtlijnvoorstel. Dit richtlijnvoorstel had als voornaamste doel implementatie van de twee WIPO-verdragen. Evenals de verdragen voorzag het voorstel in een eenvormig recht van ‘mededeling aan het publiek’ (openbaarmaking), dat ook het online openbaarmaken zou omvatten, en in juridische bescherming van technische voorzieningen en ‘copyright management’ informatie. Daarnaast bevatte het voorstel enkele nieuwe elementen: een eenvormig reproductierecht, dat ook tot de tijdelijke kopie zou uitstrekken, een eenvormig distributierecht met bijbehorende regel van communautaire uitputting, en een poging tot harmonisatie van de wettelijke beperkingen. Vooral dit laatste onderwerp bleek een heet hangijzer: lidstaten konden het moeilijk eens worden over de wijze waarop en de mate waarin harmonisatie diende plaats te vinden.

De Nederlandse regering stuurde op 10 mei 1999 een brief naar de Voorzitter van de Tweede Kamer met daarin kritiek op het richtlijnvoorstel. De regering volgde daarbij grotendeels het rapport van de Commissie Auteursrecht, die door de minister van Justitie in november 1997 was gevraagd te adviseren over auteursrecht en de nieuwe media. Minister Korthals van Justitie liet zich in mei 1999 in een artikel in de Volkskrant kritisch uit over het richtlijnvoorstel. Alberdingk Thijm publiceerde eind 1999 een artikel over de brief van de regering. Het Nederlandse Ministerie van Justitie opende een website waarop belangstellenden commentaar konden uiten.

In februari 1999 werd het Europees Parlement het in eerste lezing eens over het voorstel en bracht een advies uit dat 58 amendementen bevatte. Op 16 maart 2000 werden de WIPO verdragen door de Raad van Ministers goedgekeurd; ratificatie van de verdragen zal echter eerst plaats vinden nadat de richtlijn door alle lidstaten in nationale wetgeving is omgezet.

In mei 1999 publiceerde de Europese Commissie een gewijzigd richtlijnvoorstel.

In het vonnis van de Haagse rechtbank in de zaak Scientology vs. XS4ALL (zie ook P.B. Hugenholtz, commentaar, Computerrecht1999-4 en K.J. Koelman, noot, Informatierecht/AMI 1999-7) verwees de rechtbank reeds naar de aankomende richtlijn. Tijdelijke reproductiehandelingen "die een integrerend en onmisbaar onderdeel vormen van een technisch procédé met inbegrip van diegene die het doelmatig functioneren van transmissie systemen bevorderen" moesten volgens de rechtbank van het reproductierecht worden uitgezonderd. Begin 2000 publiceerde Koelman een commentaar op de aanstaande richtlijn ('Handjeklap in Brussel', I&I 2000-2, p. 2-4). In 'A Hard Nut to Crack: The Protection of Technological Measures' (EIPR 2000-6, p. 272-288) worden door Koelman de problemen rond de bescherming van technologische voorzieningen geschetst.

Op 28 september 2000 nam de Europese Raad het Gemeenschappelijk Standpunt aan, waarin enkele wijzigingen ten opzichte van het richtlijnvoorstel afkomstig van de Commissie zijn opgenomen. In 'Nieuw Auteursrecht op komst' (Informatierecht/AMI 2000) gaf Arkenbout een kijkje in de Europese keuken waar de regeling is bekokstoofd en liet hij zien wat er op grond van de richtlijn zoal moet worden gewijzigd in het Nederlandse auteursrecht. Hugenholtz liet zich in Opinion, 'Why the Copyright Directive is Unimportant, and Possibly Invalid' (EIPR 2000-11, p. 499-505) en 'Brussels Broddelwerk. Recht en krom in de auteursrechtrichtlijn' (AMI 2001-1, p. 2-8) kritisch uit over het Gemeenschappelijk Standpunt. Koelman publiceerde in begin 2001 twee artikelen over de bescherming van technische voorzieningen in het Gemeenschappelijk Standpunt ('Bescherming van technische voorzieningen', AMI 2001-1, p. 16-27 en 'De derde laag: bescherming van technische voorzieningen', Auteurs & Media 2001-1, p. 82-89). Dommering stelde in 'Nieuw auteursrecht voor de eenentwintigste eeuw?' (Computerrecht 2001-3) aan de orde de vraag of de auteursrechtrichtlijn niet te sterk vasthoudt aan de oude aan media gebonden exploitatieconcepten uit het verleden. In 'De beperkingen in de Auteursrechtrichtlijn' (AMI 2001-1, p. 9-15) gaf Visser een overzicht van die beperkingen en deed hij enkele suggesties m.b.t. tot de implementatie van de richtlijn.

Begin 2001 boog het Europees Parlement zich voor de tweede maal over het richtlijnvoorstel. Van de tweehonderd ingediende amendementen ( deel 1; deel 2; deel 3) werden er uiteindelijk in tweede lezing slechts negen aangenomen . De Commissie accepteerde deze amendementen op het Gemeenschappelijk Standpunt eind maart 2001. Op 9 april 2001 nam de Raad van Ministers de richtlijn definitief aan.

Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij werd op 22 juni 2001 gepubliceerd (PbEG 2001 L 167/10). Implementatie door de lidstaten dient te geschieden binnen 18 maanden na de inwerkingtreding van de richtlijn. Arkenbout gaf in 'Richtlijn auteursrecht en naburige rechten in de informatiemaatschappij: naar een Europees auteursrecht' (Computerrecht 2001-3) een overzicht van de bepalingen van de richtlijn zoals die is aangenomen.

Het advies van de Commissie Auteusrecht over de omzetting van de Auteursrechtrichtlijn is op 17 oktober 2001 samen met een concept-wetsvoorstel met toelichting door het Ministerie van Justitie openbaar gemaakt. Het standpunt van de Minister van Justitie ten aanzien van het advies van de Commissie Auteursrecht is op 15 oktober 2001 aan de Tweede Kamer kenbaar gemaakt.

 

Andere publicaties van IViR-medewerkers waarin de Auteursrechtrichtlijn aan de orde komt zijn:

- K.J. Koelman, 'The protection of technological measures vs. the copyright limitations', paper presented at the ALAI Congress Adjuncts and Alternatives for Copyright, New York, 15 June 2001.

- P.B. Hugenholtz, 'Haalt de Auteurswet 2012?', essay, verschenen in: Jaarverslag 2000 van het Nederlands Uitgeversverbond (p. 56-61).

- P.B. Hugenholtz, 'Elektronische handel en intellectuele eigendom', WPNR, Themanummer E-commerce, nr. 6443, jrg. 132, 28 april 2001, p. 399-406.

- N. Helberger, Francisco Javier Cabrera Blázquez & Susanne Nikoltchev, ‘Urheber- und Nachbarrechtsschutz im audiovisuellen Sektor’ (Copyright and related rights in the audiovisual sector), IRIS 2000-2, p. 15.

- K.J. Koelman, 'Hoe een koe een haas vangt: de bescherming van technologische voorzieningen', Computerrecht 2000-1, p. 30-36.

- K.J. Koelman & P.B. Hugenholtz, 'Online Intermediary Liability for Copyright Infringement', rapport voor WIPO.

- P.B. Hugenholtz & K.J. Koelman, ' Copyright Aspects of Caching', DIPPER (Digital Intellectual Property Practice Economic Report) Legal Report, 30 September 1999.

- K.J. Koelman, 'Protection of Technological Measures', IMPRIMATUR-studie, november 1998.

- P.B. Hugenholtz, 'Het Internet: het auteursrecht voorbij?', Preadvies voor de Nederlandse Juristenvereniging 1998.

- K.J. Koelman & L.A. Bygrave, 'Privacy, Data Protection and Copyright: Their Interaction in the Context of Electronic Copyright Management Systems', IMPRIMATUR-studie, juni 1998.

 


Bijgewerkt 02.11.2007